• Van Mond tot Mond: De bomen zijn weg, de sloten ook
  • Geen categorieën

‘De Bomen zijn weg, de sloten ook’

De bomen

'De bomen zijn weg, de sloten ook' door Kees van Rixoort en Bob Benschop, uitgave gemeenten Hellevoetsluis en Brielle, maart 2006, ISBN: 90-9019373-1

Tijdens het Actieprogramma Cultuurbereik Hellevoetsluis-Brielle, getiteld: V*E*T – Voorne’s Eigen Tijd, tekende auteur en historicus Kees van Rixoort de verhalen op van opvallende karakters die wonen of woonden langs de Rijksstraatweg tussen Brielle en Hellevoetsluis. Jur Snijders maakte de foto’s bij de interviews die tevens geïllustreerd werden met tal van historische opnamen. Historicus Bob Benschop assisteerde bij de samenstelling van de historie van de Rijksstraatweg. Een 140 pagina’s tellend boek met een indringende vertelgeschiedenis is het resultaat. In dit weblog van Voorne in Alle Staten gaan we de interviews van Kees van Rixoort samen met de illustraties opnieuw publiceren en bewaren voor het nageslacht.

De Geschiedenis van de Rijksstraatweg

Inleiding

Rond 1300 waren de middeleeuwse eilanden van Voorne-Putten slechts gedeeltelijk bewoond, want het moerassige gebied stroomde regelmatig over. Het water werd afgevoerd door de vele kreken die tussen de reeds ingepolderde gebieden liepen. Eén daarvan was de Goote, die een brede verbinding vormde tussen de Maas en het Haringvliet. Over de kreek werden mensen en goederen per schip vervoerd, terwijl de bedijking aan de oostelijke oever van de Goote door reizigers werd gebruikt om met wagens het eiland te doorkruisen. Die route is het prille begin in de geschiedenis van de Rijksstraatweg.

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_008

De Straatweg, afgerond in 1806, zorgde voor een blijvende verbetering van de infrastructuur.

Verder lezen

Een kippenkuiken als overste

Wout van Vugt

Door: Kees van Rixoort

Voorbij het Hellevoetse uiteinde van de Rijksstraatweg, een flink stuk door de poort, lagen ze. Vier mijnenvegers van de Koninklijke Marine. Op één van de schepen was Zaankanter Wout van Vugt actief. Dat was veertig jaar geleden, in 1963 en 1964. De korporaal elektromonteur vertelt over het vegen van zeemijnen in de Hollandse en Zeeuwse zeegaten, enkele hilarische wederwaardigheden en het Hellevoetsluis van toen. “De vier mijnenvegers hoorden in Den Helder, maar waren hier tussen 1958 en 1968 geplaatst om de Zeeuwse stromen en de monding van de Maas te ontdoen van zeemijnen. De zeegaten zouden immers worden afgedamd en explosies waren daarbij natuurlijk niet gewenst. We deden ons werk vanuit de haven van Hellevoetsluis; onze ligplaats was aan de Westkade, tegenover Uiterlinden. ’s Ochtends vroeg vertrokken we en ’s avonds kwamen we weer terug. De schepen werden dan aan de walspanning geknoopt en de bottelier ging aan de gang met de victualiën, die we van de marinekazerne betrokken. Iedere boot had een eigen kok – meer een duvelstoejager – en we aten aan boord.” Van Vugt zat al een paar jaar bij de marine, toen hij voor het eerst de haven van Hellevoetsluis binnenvoer. “Ik was vijftien jaar en acht maanden toen ik bij de marine kwam. Toen we hier gingen vegen, was ik 22, 23 jaar.”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_014

Het wachtschip Douwe Aukes, een oude mijnenlegger van de marine, diende louter en alleen nog om in te kwartieren.

Verder lezen

Koek uit een blik, snoep uit de fles

De vrouw van de bakker

Door: Kees van Rixoort

“Geen foto van mij erbij, hoor”, zegt ze stellig. “En je gaat toch niet m’n naam in dat stuk zetten? Nee, ik hoef niet zonodig.” Ze woont in de vesting, op een steenworp afstand van de plek waar ze dertig jaar heeft gewerkt. Drie decennia liet ze de broden, broodjes, koekjes en gebakjes over de toonbank gaan. Tot 1985. Haar zwarte haar is grijs geworden. Blond, zeggen sommigen voor de grap. Ze wijst door het raam, aan de overzijde van de straat staat een groot wit gebouw, de handschoenenfabriek van weleer. “Hier stonden allemaal oude huisjes en daar liep een sloot. Een sloot met witte bruggetjes.” “Ik ben in 1955 in Hellevoet komen wonen. Vanuit het conservatieve Bruinisse. M’n man kwam van oorsprong van Pernis. We waren direct gewend, ik vond de mensen heel aardig. Hellevoet was nog een stuk kleiner. Je had alleen de vesting en een klein stukje erbuiten. Ja, het was nog erg klein en ik kende iedereen.” Ze namen de zaak over van bakker Van Kralingen. “Het was nog een winkel met bussen en flessen. Bussen voor de koekjes en flessen voor het snoep. We hebben de zaak al vlug laten verbouwen, want mijn man wilde met z’n tijd mee.” Ze pauzeert even en noemt dan nog een voorbeeld: “We hadden ook al gauw een broodsnijmachine.”

Hellevoetsluis Baantje

Hellevoetsluis was nog een stuk kleiner. Je had alleen de vesting en een klein stukje erbuiten.”

Verder lezen

Op weg met brood voor een week

D.I. Vermaat

Door: Kees van Rixoort

Roetsj, daar gaan we. Zo met de bokkenwagen van de hoge weg naar die enorme vlakte van betonplaten. Roetsj, zo over de schuine dam naar beneden. En dan, misschien wel een meter lager dan de weg, met een heerlijk vaartje doorkarren met die wagen. Steeds verder, steeds dichter bij het garagebedrijf. D.I. Vermaat, directeur van het gelijknamige automobiel-, bus- en reisbedrijf, voelt nog steeds de dynamiek van de bokkenwagen. Ook nu het zeker vijftig jaar geleden is dat hij zijn roetsjritjes maakte. De betonnen helling vanaf de straatweg is weg, net als het oude garagebedrijf en het forse voorterrein. Op die plek staat nu een moderne autoshowroom, naast het zakelijke kantoor van waaruit Vermaat leiding geeft aan het familiebedrijf dat al meer dan honderddertig jaar aan de weg timmert. “Willem Vermaat Isaäczoon, mijn overgrootvader, vestigde zich in 1872 aan de Rijksstraatweg, hier in Nieuw-Helvoet. Hij stichtte een voermanszaak en ging alle mogelijke vrachten vervoeren. Uit de overlevering weten we dat hij het rouwen en trouwen erbij ging doen. Dus als er een begrafenis of een trouwerij was, verzorgde Vermaat het personenvervoer. Maar er was in die beginjaren nog een belangrijke bron van inkomsten: het slepen of jagen van zeilschepen door het Kanaal. Dat gebeurde met een span paarden, van Hellevoetsluis naar Nieuwesluis of omgekeerd.”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_028

Er werden nog melkbussen opgehaald.

Verder lezen

De straatweg smolt weg onder het vreugdevuur

Arie van den Ban

Door: Kees van Rixoort

Twee lange lijnen kruisen elkaar en verdelen het lege landschap in rechte hoeken. Die ene lijn is de straatweg, die andere de kolenpad. De kolenpad? Jazeker, Nieuw-Helvoeters hadden het nooit over de Moriaanseweg. De weg was niet meer dan een pad met kolenas, dus… Die andere lange rechte lijn duidden ze ook nooit aan met de officiële naam. Nee, de Rijksstraatweg, die richting vesting zonder hapering overging in de Brielse Straatweg, heette gewoon de straatweg. Twee lijnen, twee straten. Op de kruising – helder vastgelegd door een vliegende fotograaf in de jaren vijftig – woonde Arie van den Ban. “Je had de straatweg en de kolenpad. En verder niets. Behalve dan de coöperatie en de kern. In de kern zat ik op school. Anderhalve kilometer lopen, we verzamelden bij ons op de hoek en werden door de juf afgemarcheerd over de kolenpad.” Arie van den Ban kijkt een halve eeuw terug en ziet zichzelf weer lopen. Net als op die foto waarop de tamboers en pijpers van Wilhelmina, in de volksmond de fl uitclub, al musicerend over de straatweg schrijden. Precies voor zijn ouderlijk huis. Zelf loopt hij te trommelen, rechts vooraan. De armoede straalt eraf, geen enkel lid van de fl uitclub draagt een uniform. Een stropdas en een petje, meer kon er niet af.

Rijksstraatweg_boek_Pagina_036

De ‘fluitclub’ marcheert al musicerend over de Straatweg.

Verder lezen

Een halve meter ingeklonken modder

R. Dijkxhoorn

Door: Kees van Rixoort

Luctor et emergo. De strijd tegen het water is een strijd van eeuwen. Het water, in wezen een goede vriend, kon verwoestend en zonder genade toeslaan. Dijken konden de golven niet altijd keren en hele stukken land - vruchtbare polders met boerderijen en nederzettingen – moesten worden prijsgegeven. Doorgaans kwam het water uit het westen, voortgedreven door hevige winden. Maar er is in ieder geval één uitzondering: het water dat in 1944 over Voorne kwam. Dat water kwam uit het oosten. In 1944 zetten de Duitsers de polders onder water. Het Derde Rijk stond er niet rooskleurig voor en de vrees voor geallieerde acties was meer dan gerechtvaardigd. Door het land te inunderen dachten de Duitsers een stokje te steken voor de landing van vijandige vliegtuigen. In het najaar van 1944 stond meer dan de helft van het eiland onder water. Dorpen als Hekelingen, Nieuw-Helvoet en Oudenhoorn werden bijna volledig geëvacueerd. Vanuit Nieuw-Helvoet evacueerden 2146 mensen. Ze kregen onderdak in de omgeving – Brielle, Rockanje, Hellevoetsluis, Nieuwenhoorn en Oostvoorne – maar er was ook gastvrije opvang in verre oorden als Groningen.

Rijksstraatweg_boek_Pagina_044

‘Dijkshoorn’, na de oorlog speciaalzaak voor lingerie geworden (foto: Jur Snijders).

Verder lezen

‘Een papieren raadslid ben ik nooit geweest’

mevrouw G.M. Touw-Gebuis

door Kees van Rixoort

Ouwe koeien uit de sloot halen, is dat leuk? Eigenlijk wel, vindt mevrouw G.M. Touw-Gebuis: “Kom maar langs.” Ze staat erom bekend dat ze haar mening niet onder stoelen of banken steekt en dat ze vasthoudend van aard is. Het eerste blijkt direct, reeds tijdens het korte telefoongesprek om een ontmoeting te arrangeren. “Toen ik hier kwam wonen had je Hellevoetsluis, Nieuw-Helvoet en Nieuwenhoorn”, klinkt het uit de hoorn. “In totaal woonden er 8600 mensen. Drie kleine dorpjes, die in 1960 werden samengevoegd tot één gemeente. Samen zou ’t een stuk voordeliger worden. Nou, forget it.” Haar huis ligt mooi verscholen achter het forse groen. De drukke Rijksstraatweg is dichtbij, maar door die bomenbarrière ook veraf. “Mijn huis is een soort nestje”, zegt mevrouw Touw, terwijl ze haar knusse woonkamer laat zien. Ze wijst op twee ingelijste documenten aan de muur – boven een antiek bureautje – en gaat koffie zetten. “Dat heb ik ervoor gekregen”, laat ze op de drempel nog even weten. Links hangt een koninklijke onderscheiding, rechts het certificaat dat bij de gemeentelijke erepenning hoort. Mevrouw Touw-Gebuis is zestien jaar gemeenteraadslid geweest, blijkt uit het deftige epistel achter glas. Van 1966 tot 1982, de tijd dat Hellevoetsluis ongekend groeide.

Rijksstraatweg_boek_Pagina_050

Een echte straatweg, met veel lommer.

Verder lezen

Vijf bommen op een rij

Luuk Troost

Door: Kees van Rixoort

Het vroor de hele maand. Zo koud was het, dat m’n handen vastvroren aan de kolenmand, zo’n metalen ding. Binnen, bij de hete kachel, lieten ze pas weer los.” Luuk Troost noemt de strenge winters allemaal op. De oorlogswinters, 1956, 1963, het drietal 1985, 1986 en 1987. Maar de winter aller winters was die van 1946-1947. “Van 16 december tot 10 maart stond ik op het ijs. Daarna hadden we een zomer met één enkelt regenbuitje.” Troost (76) houdt van de winter en rijdt – als de temperaturen goed onderuit gaan – nog altijd zijn rondjes over het ijs. Bij het fort aan de Noorddijk of bij de Hellevoetse vesting, het is maar net hoe de wind staat. In beide gevallen moet hij een eindje de Rijksstraatweg op, naar rechts of naar links. Luuk Troost woont tussenin. Hij is al meer dan driekwart eeuw een Nieuw-Helvoeter, tenminste zo voelt hij het. Nee, een Hellevoeter zal Troost nooit worden. “Hellevoetsluis was arm na de oorlog en Nieuw-Helvoet en Nieuwenhoorn waren rijk. Toen zijn de gemeentes samengevoegd en heeft Hellevoetsluis ons geld en onze grond ingepikt. Zo voel ik dat.”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_058

Een sloot, een rij met bomen, een klinkerweg, weer een rij met bomen en weer een sloot - dat was de Rijksstraatweg.

Verder lezen

Een levendige straat met een ordentelijke middenstand

Lena Wageveld

Door: Kees van Rixoort

De oude Petrus verkocht manufacturen en ondergoed. Dan had je bakker Nierop, die ook een klein kruidenierswinkeltje dreef. En natuurlijk het café van vrouw Waardenberg. “Wat nou Hazelbag is. Je kon er dansen op zaterdag- of zondagavond. Ik ben er ook wel geweest, maar niet te dikwijls. Verder had je weinig vertier hier.” Lena Wageveld, meisjesnaam Groeneveld, loopt in haar meer dan acht decennia omspannende geheugen de straatweg langs. Althans, het deel vanaf de Ossekop richting Hellevoetse vesting. Soms moet ze even nadenken. Dan sluit ze haar ogen voor een moment. Maar ze weet alles op te diepen, de hele ‘straatwegt’. “Felman, de garage. De Chinees was nog een boerderij. Nog een garagebedrijf: Roeloffs. Tieman, de opticien – ja, die was er al in 1926, hij had z’n pand net gebouwd. Daarnaast schilder De Bie. Dan kreeg je vrouw Belonje, waar later Dijkxhoorn kwam. En kapper Van Keekem, het ‘nieuwsblad’”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_066

Een van de talloze boerderijen tussen Brielle en Hellevoetsluis.

Verder lezen

Van Mond tot Mond