‘Struisvogelpolitiek in Hellevoetsluis?’

door Anja C. Pieké

Waarom heeft Hellevoetsluis een struisvogel in het Heerlijkheidswapen van ‘de Oude en de Nieuwe Struyten’? En waarom prijkt er een struisvogel in het heraldische wapen op een van de gedenkstenen aan de vestinggrachtmuren in het Zuidfront van de Vesting Hellevoetsluis? Op de ene gedenksteen, die van de heren Dixks en Backer, is het symbool van de god van de handel afgebeeld: Mercurius, wiens attribuut de gevleugelde staf omwonden met twee slangen is. Niet onlogisch in de 17de eeuw. Maar op de andere gedenksteen zien we een struisvogel in het wapen. Hoe komt dat zo?

Terra Australis
De ontdekkingsreis naar het antwoord op deze vraag begint in een onbekend zuidelijk land. We kennen het continent tegenwoordig als Australië. De Romeinen noemden het ‘Terra Australis’ wat Zuidland betekent. Geloof in het bestaan van een zuidelijk land van continentale dimensie zat destijds meer in de hoofden van de cartografen dan van de zeelieden. De cartografen oefenden hun fantasie uit op de kaarten die ze tekenden. Ze combineerden het bekende met het onbekende. Oceanen werden bevaren in de zoektocht naar land dat er niet was, maar als deels verzonnen kustlijnen bestond in de verbeelding van de cartografen. Portugal was samen met Spanje een van de vroegste koloniale zeemachten. Ze droegen in belangrijke mate bij aan de Europese praktijk van kolonisatie en het creëren en begrijpen van de wereldkaart. Ze zochten alternatieve handelsroutes voor de handel in het Middellandse zeegebied. Portugal had de heerschappij over de Zuid-Atlantische Oceaan en die heerschappij groeide uit tot overzeese gebieden in Afrika, Azië, en Zuid-Amerika.

Het ontstaan van de naam ‘Struishoek’
In 1147 onderbreken kruisvaarders uit Vlaanderen en Friesland hun reis om koning Alfons 1 van Portugal te helpen bij het heroveren van Lissabon op de ‘Moren’. Als beloning ontvangen zij royale handelsvoorrechten. Ook in later eeuwen blijft handel bestanddeel van de betrekkingen tussen de beide landen. Anthonie Galvano (1490-1557) was soldaat, schrijver en beheerder van de Molukken in de Gordel van Smaragd (Indonesië). Hij maakte als eerste zeer nauwkeurige verslagen van de ontdekkingsreizen en de reizigers. Hij noteerde eveneens als eerste de naam ‘Struyshoek’.
Die naam werd in het Engels vertaald in 1601 door Richard Hakluyt (1533-1616) priester en schrijver in dienst van de VOC. In 1601 zond de Oude Compagnie Wolfert Harmersz met een aantal schepen naar Oost-Indië. De vloot bestond uit ‘De Gelderland’, ‘De Zeeland’, ‘De Utrecht’, ‘De Wachter’, en ‘Het Duyfken’. Op kerstdag bereikte de vloot Bantam. Hier trof men een grote Portugese vloot bestaande uit 8 galjoenen en 22 galeien. Er werd een blokkade gelegd rondom de Portugese vloot en met tussenpozen werd er hevig gevochten. Op nieuwjaarsdag van 1602 wist de Portugese vloot de Hollandse blokkade te doorbreken en te ontsnappen. Vanaf die dag waren de Portugezen verdreven uit Bantam. Nu lag Indonesië open voor de Nederlanders. Ze werden gastvrij in Bantam ontvangen. Schipper op ‘Het Duyfken’ was Willem Cornelisz Schouten uit Hoorn en hij behoorde tot de eerste pioniers die de specerijenhandel met het Verre Oosten op gang brachten.
De gewonnen slag om Bantam bleek een keerpunt in de geschiedenis, en Nederland verwierf het onbetwiste monopolie op de specerijenhandel met Indië. Tot in 1644 werd vervolgens het grootste deel van New Guinea en het Australische gebied in kaart gebracht. Op de Jacob Swart-kaart uit die periode staat in het Westeinde ‘Salomon Sweers Hoeck’, de Westhoek. Zo genoemd door Abel Tasman, naar één van zijn bemanningsleden.
De historicus en schrijver Fr. Valantijn, duidde de zeebocht destijds aan als ‘Struishoek, een vertaling van de naam ‘cabo de las vestruches’. Het eerst komt de naam ‘Struishoek’ voor in het tweede deel van het boek ‘Enige Oefeningen’, samengesteld door Dirck Rembrandsz van Nierop, uitgever: t’ Amsterdam, van der Storck 1674 p.62. De eerste kaart die de naam ‘Struishoek of Struyshoek’ bevat is ‘De Zee-Atlas of de Water-Weereld’ van de cartograaf Pieter Goos (1616-1675). Uitgever: t’Amsterdam 1696. Kaptein W. Dampier schrijft op zijn kaart in ‘Voyage to New-Holland’ in het 1669: Cape Salomon Sweers, de Struishoek ‘Cap des autruchces’ naar de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernando de Grijalba die in 1537 de Struishoek ‘Cabo de las vestruces’ gedoopt had.

Naamgeving in Zuid-Holland en Zeeland
Sinds de bedijking in 1395 waren de landerijen in de polder Nieuw-Helvoet beschermd tegen hoge vloeden en kon het in gebruik worden genomen voor landbouw en veeteelt. Op de grens van Zuid-Holland en Zeeland bevindt zich de polder ‘De Oude en de Nieuwe Struyten’. In 1533 werd het een zelfstandige gemeente. Een ambachtsheerlijkheid met een heraldische struisvogel in het wapen. De gemeente ‘Oude en de Nieuwe Struyten is toegevoegd in 1812 aan de gemeente Hellevoetsluis. De daarvoor benodigde bedijkingsakte werd in 1475 daar Karel de Stoute verleend. In de akte was sprake van de gorzen ‘t Weergors, de Struyt, de Kaproen, de Quack, Jan de Clercs Huurweer en den Layen Al, die tezamen als de St. Cornelispolder mochten worden ingepolderd. In 1475 was het naamdeel ‘Struyten’ en dat werd ‘De Streuyt’ De betekenis is van ‘Streut’ is een dialectische nevenvorm van ‘Stroet’ Oud Engels voor ‘ströd’ (moerasachtig land met kreupelhout).

De Struisvogel: ‘Struthio camelus’
Deze Afrikaanse loopvogel is de grootste en zwaarste nog levende vogel en de snelste loopvogel ter wereld, met sterke voeten gelijkend op die van een kameel. Hij is nauw verwant aan de nandoes, de emoes en kasuarissen. Zijn leefgebied is Australië, New Guinea en de eilanden. De struisvogel is een omnivoor maar eet ook zand, stenen en spijkers en andere harde materialen, om te helpen bij de spijsvertering. In de heraldiek werd de struisvogel dan ook afgebeeld met een hoefijzer in de snavel of onder zijn poot. De Struis werd reeds beschreven door de Egyptenaren. In de bijbel wordt geschreven over de struisvogel en in de Middeleeuwse literatuur door Jacob van Maerland. Vondel schreef het gedicht: ‘De Struys en ’t Nachtegaelken’.

‘De Ouden en Nieuwe Struyten’
Het symbool van de struisvogel is gebruikt in het Heerlijkheidswapen van ‘de Ouden en Nieuwe Struyten’, waar onze vesting in is opgenomen en uitgroeide tot de oorlogshaven van de Staten van Holland. De struisvogel staat voor: ‘Kracht’ door Weerstand, Waakzaamheid en Oplettendheid’. Eigenschappen die nodig waren om de oorlogsvloot te kunnen bergen, te repareren en veiligheid te bieden. Een levende struisvogel werd meegenomen aan boord van de schepen. Zo ook de eieren. Welkom als voedsel, maar ook om cadeau te kunnen geven. Daarbij waren de veren zeer gewild in Europa en bleken goede handelswaar. De Latijnse naam van de struisvogel is ‘Struthio’. Er is een woordovereenkomst met de ‘Struyten’, die we nu nog kennen.

Zo werd de struisvogel de verbindende factor tussen het door Abel Tasman destijds ontdekte New Guinea en Nederland. En daarom koos men indertijd deze vogel voor het wapen van de heerlijkheid ‘De Oude en Nieuwe Struyten’, het gebied van onze vestinghaven. Dat is dan ook de reden dat het dier gebeeldhouwd werd in het heraldische wapen op de gedenksteen aan de vestingmuur van Hellevoetsluis.

De aquarellen die als illustraties bij dit artikel zijn gebruikt werden gemaakt door Anja C. Pieké. Ze hebben als beeldmaat:18 cm breed en 27 cm hoog. Beide aquarellen zijn los ingelijst in passe-partout en wortelnotenhouten lijstje. Ze zijn te koop voor € 225,00 per stuk. Als u belangstelling heeft, dan kunt u bellen met Anja C. Pieké: 0181- 85 26 62.

DE HEREN COMMISARISSEN…

Unieke Aquarel van de tweede gedenksteen over Hellevoetse historie 

Op de bekledingsmuur van Front VIII aan ‘de rivierzijde’ is een tweede ingemetselde natuurstenen, in reliëf gebeeldhouwde gedenksteen aangebracht met een Latijns opschrift, waarvan de Nederlandse vertaling, min of meer luidt: ‘onder opzicht en bestuur van de heren Diederick Dickx en Mr. Laurens Backer, gecommitteerde raden van de Hollandse Republiek zijn deze batterijen hierbij gebouwd en met een muur versterkt tot een veilige bergplaats van de oorlogsschepen en onder hetzelfde toezicht de grote batterij, tot een veilige Reede voor deze zeehaven ten diensten van de koopvaardij.
Begonnen anno 1696.’

Vermoedelijk gemaakt door een andere beeldhouwer, dan de gedenksteen in de bekledingsmuur in Front I en II aan ‘de rivierzijde’.

Anja C. Pieké heeft historisch onderzoek gedaan naar de achtergrond van deze heren met een grote staat van dienst en de herkomst van hun familiewapens met de formeel gehanteerde heraldische kleuren. De informatie uit het onderzoek is omgezet in deze aquarel. Omdat aan het onderhoud en de instandhouding van de gedenkstenen weinig tot niets gedaan wordt, wil Anja C. Pieké hiermee de aandacht vestigen op de beeldhouwwerken, die van grote architectuurhistorische en oudheidkundige waarde zijn.

De indeling van de steen.
Heraldisch links: het familie-alliantiewapen van het Haarlemse geslacht Diederick Dickx, bestaande uit een veld met vier kwartieren. Eerste kwartier, drie lopende kieviten in de kleur sabel op gouden veld en horizontaal een balk in de kleur azuur. De weidevogel staat symbool voor de lente en brengt vreugde en gezelligheid. Tweede kwartier draagt op een veld van keel, één gouden keper of chevron, waaronder een gouden wassenaar (halve maan met gezicht) is afgebeeld met de punten naar boven. Zij geldt als het Mariasymbool en de veranderlijkheid (getijen). En twee gouden sterren. Deze wapenfiguren komen van het blazoen van zijn moeder de burgemeestersdr. Maria van der Camer.

Heraldisch rechts: het familiewapen van het Amsterdamse geslacht Mr. Laurens Backer, midden horizontaal gedeeld en toont in het bovenste zilveren wapenveld het beeld van een naar rechts uitziende, uitkomende leeuw in de kleur keel, met zijn voorpoten, dragende een gouden bal. Het onderste wapenveld draagt een zilveren links geschuinde balk op een veld van keel.

De beiden wapens zijn gedekt met de gravenkroon en zijn gescheiden door een gevleugelde Mercuriusstaf, het embleem van de god van de handel, omwonden door twee slangen. Bovenop de staf een kop met daaronder de twee vleugels en laurierbladeren. In de klassieke oudheid symbool voor overwinning. De staf wordt gedekt door de snebbe- of scheepskroon. Beiden geslachten zijn puissant rijk geworden in de handel en hebben daarmee hun status verworven.

Voor uitgebreide informatie betreffende de achtergronden van de Heren Commisarissen en de tijdsgeest zie www.vestinghellevoetsluis.nl gelinkt aan Voorne in Alle Staten.

© aquarel: Anja C. Pieké

TE WAPEN!

Gedenksteen in Front I en II
In de bekledingsmuur aan ‘de rivierzijde’ van Front I en II van de vestinggracht van Hellevoetsluis is een ingemetselde, natuurstenen, in reliëf gebeeldhouwde gedenksteen aangebracht met opschrift:

AUSPICIO ET CURA DD IAC HEERT ET IOH MEERMAN REIP HOLLANDIA CONSILIAR AMPLISSI MC NAVICM BELEIC RECEPTACLOR ET IMCENT IBUS CATARACTIS MUNIMENEIR MATA NUROQUE CXCLXANNOCD

Vertaling van de tekst:
‘Onder opzicht en bestuur van de heren Iac. Haeften en Joh. Meerman, gecommitteerde raden van de Hollandse Republiek zijn deze batterijen hierbij gebouwd en met een muur versterkt tot een veilige bergplaats van de oorlogsschepen en onder hetzelfde toezicht de grote sluizen alhier onlangs vernieuwd en hersteld in het jaar 1699’
Beeldhouwer: D. Drifculptet te Amsterdam
(bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Anja C. Pieké heeft zelf onderzoek naar de gedenksteen gedaan en hem in aquarel gereproduceerd in oorspronkelijke staat voorzien met de formele heraldische kleuren van de gebruikte wapens. Haar onderzoek levert andere inzichten op dan die door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed worden vermeld. Als een van de bronnen hanteerde zij: ‘Vestingwerken van Hellevoetsluis’ door J.J. Walters, uitgave van stichting historie Hellevoetsluis 1996. Interessant is dat er verschillen zijn in de kennis van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het uitgebreide onderzoek van Anja C. Pieké. Hier volgt een ingekorte versie van haar tekst en een link naar haar onderzoek.

Gedenksteen in het front van bastion I en II

De indeling van de steen:
Heraldisch links: het familiewapen van Jacob Hoeufft, bestaande uit een zilverkleurig Egyptisch- of hengselkruis, ook wel de Venusspiegel genoemd, in de kleur ‘sabel’.
Het wapen is gedekt met een kroon waarop tien parels, die kunnen verwijzen naar de ‘Heeren X‘ van de tweede West-Indische Compagnie (WIC).

Heraldisch rechts: het familiewapen van Johan Jansz Meerman, bestaande uit een meerman met vissenstaart, meerman en meermin behoren tot de zeemonsters. De meerman draagt een helm, zwaard en schild. Het wapen is gedekt met een kroon waarop tien parels, die kunnen verwijzen naar de ‘Heeren X’ van de tweede WIC.

De wapens zijn gescheiden door een struisvogel, deze kwam reeds voor in het Heerlijkheidswapen van de polders ‘Oude en Nieuwe Struiten’, in dit geval ziet deze uit voor vloot en haven, dit door de gekroonde velden die samen één ‘stede of muurkroon’ dragen.
In het medaillon de Latijnse tekst:

AUSPICIO ET CURA
D : D :
JAC HOEUFFT et JOH. MEERMAN
REIP HOLLANDIA CONSILIAR
AMPLISSIMC NAVIUM BELLIC:RECEPTACULO
ET INCENTIBUS CATARACTIS
IISDEM AUSPICIIS NUPER RESTAURATIS
MUNIMENTA HA.C ADDITA
MUROQUE FIRMATA
ANNO CIDIXXCIX

Vrije vertaling van de tekst:
‘Onder opzicht en bestuur
van de heren
Jac. Hoeufft en Joh. Meerman
gecommitteerde raden van de Hollandse Republiek
zijn deze batterijen hier gebouwd
en met een muur versterkt
als veilige haven van schepen tot oorlog
en onder hetzelfde toezicht de grote sluizen
alhier onlangs vernieuwd en hersteld
in het jaar 1699’

© aquarel: Anja C. Pieké
© foto: Anton Huber

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 10

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Rozenburg.
Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen De Hoop, Rozenburg, gemeente Rotterdam.
De ronde, stenen stellingmolen van Rozenburg werd in 1887 gebouwd. De molen was lang maalvaardig, maar is nu buiten bedrijf. De landschappelijke waarde is groot: de molen domineert het dorpssilhouet in belangrijke mate. De vlucht* van deze molen is 23,00/23,10 meter.
In de molenaarswoning naast de molen is de Oudheidkamer van Rozenburg gevestigd, met veel voorwerpen uit de voorbije agrarische geschiedenis van de omgeving.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 9

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Zuidland.

Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen ‘De Arend’, Zuidland, gemeente Nissewaard
Deze ronde, stenen stellingmolen werd gebouwd in 1844 als opvolger van een door brand verwoeste houten molen. De korenmolen heeft tot 1954 dienst gedaan; daarna brak een periode van verval aan. In 1969 werd begonnen met de eerste van een hele reeks restauraties; de laatste in 2017. De molen is maalvaardig; de landschappelijke waarde is groot, zo gelegen aan de rand van Zuidland. De vlucht* van deze molen is 22,30 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 8

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Spijkenisse.
Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen ‘Nooit Gedacht’, Spijkenisse, gemeente Nissewaard
Deze ronde, stenen korenmolen werd in 1861 gebouwd en in 2010 flink verhoogd omdat in de nabije omgeving een nieuw theater ging verrijzen.
De (inmiddels hoge) stellingmolen is maalvaardig en heeft een vlucht* van 23,60 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

CULTUREEL AMABASSADEUR VAN HELLEVOETSLUIS OVERLEDEN

19 november 2020
in memoriam

In de nacht van zondag 15 op maandag 16 november overleed op 84-jarige leeftijd in comateuze toestand Jan C.H. Jansen (Utrecht 15 november 1936 – Rotterdam 15 november 2020). Jan Jansen was Cultureel Ambassadeur van de gemeente Hellevoetsluis en een bekende, graag geziene persoonlijkheid in de stad. Hij leed al vanaf begin 2020 aan een progressieve vorm van Alzheimer en verbleef langere tijd in de Laurens woonzorglocatie ‘Simeon en Anna’ in Rotterdam-Zuid.

Jan Jansen werd in 2002 door Hare Majesteit Koningin Beatrix benoemd als lid in de Orde van Oranje Nassau als dank voor zijn tomeloze vrijwillige inzet voor de cultuurhistorie in Hellevoetsluis en op Voorne. Hij ontving op 14 mei 2016 uit handen van toenmalig wethouder Peter Hofman van Hellevoetsluis de onderscheiding behorende bij de officiële benoeming als Cultuur Ambassadeur van de stad.

Hellevoetsluis en het eiland Voorne kenden Jan Jansen als de oprichter van de stichting ‘Het Zuid-Hollands Amateur Theater’, bekend van de jaarlijkse eenakterfestivals in Brielle en Hellevoetsluis. Ook het door Jan Jansen georganiseerde Klank- en Lichtspel met ruim 80 gekostumeerde vrijwilligers en koorleden in het Willem-en-Mary-jaar, 1988-1989, was een heugelijk evenement dat velen zich herinneren. De bronzen plaquette van kunstenaar Willem Verbon aan de historische muur naast het Prinsehuis gedenkt de festiviteiten met de tekst:

“Herinnering aan het Willem en Mary jaar, 1988-1989. De stad Hellevoetsluis herdacht, gesteund door de inzet van velen, onder het bestuur van burgemeester A.P. van der Jagt, 1986-1990, dat stadhouder Willem III vanhier uitvoer met zijn vloot van de gezamenlijke admiraliteiten voor de historische tocht naar Brixham, Engeland, in 1688.”

Jan Jansen was nauw betrokken bij de inrichting van het toenmalig museum ‘Gesigt van ’t Dok’ in Hellevoetsluis met daarin uitgestald een omvangrijke maquette van ‘The Glorious Revolution’ (of ‘Glorieuze Overtocht’), de machtsovername met een ruim 300 schepen tellende Nederlandse vloot vanuit Hellevoetsluis door stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en zijn echtgenote Maria Stuart als koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland in 1688-1689.

In de ruïne Ravensteyn in Heenvliet organiseerde Jan Jansen het grootse spektakelstuk ‘Het Zilveren Doosje’ over de beroemde Angelus Merula, een verketterde priester in de parochie Heenvliet die werd opgesloten in de kerkers van Slot Ravensteyn omstreeks het jaar 1532, en nadien ter dood werd veroordeeld, omdat hij als een van de eerste geestelijken het protestantse gedachtegoed aanhing.

Jan Jansen kende de maritiem-militaire historie van Hellevoetsluis en de vooruitgeschoven Linie van Voorne als geen ander. Hij schreef samen met Anja C. Pieké in 2008 het lijvige boek ‘De Vesting in Alle Staten’, dat vanaf die datum zou uitmonden in een omvangrijk cultureel en cultuurhistorisch evenementenprogramma ‘Voorne in Alle Staten’ dat tot op de dag van vandaag op Voorne culturele evenementen verzorgt en de bevolking van het eiland dichter bij elkaar weet te brengen.

Hij was bestuurslid van de Vereniging tot Bescherming van de Vesting (www.vestinghellevoetsluis.nl) en schreef samen met onder andere Anja C. Pieké een groot aantal historische artikelen. Hij verzorgde cultuurhistorische rondleidingen in het Prinsehuis, dat hij met nadruk bleef noemen bij de enige juiste historische naam: ‘Het Landshuis’, logement van de Gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en West-Friesland in de vesting van Hellevoetsluis.

Maar wellicht het meest zal Jan Jansen herinnerd worden omdat hij het traditionele kanonschieten op het havenhoofd in volle glorie hersteld heeft. Hij bracht daarbij een equipage van de ‘Hellevoetse Kanonniers’ in historisch accurate militaire kledij bijeen. De ‘Hellevoetse Kanonniers’ functioneren nog altijd. Tot op de dag van vandaag wordt het kanon door hen tijdens de Vestingdagen en andere hoogtijdagen ritueel afgevuurd.

Vele Hellevoeters zullen zich de bijzondere verschijning van Jan Jansen blijvend herinneren. Moge het eerstvolgende kanonschot van de ‘Hellevoetse Kanonniers’ een herinnering zijn aan de kleurrijke Jan Cornelis Hendricus Jansen, die op zijn wens in besloten kring is gecremeerd en in vrede mag rusten.

Jan C.H. Jansen als gezagvoerder van de 'Hellevoetse Kanonniers'. © foto: Taco Meeuwsen

 

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 7

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken.

Deze week de molen van Rockanje.
Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen Rockanje, gemeente Westvoorne.
Ronde stenen molen, type grondzeiler.
Het bouwjaar van deze korenmolen is 1718.
In 1717 woei op deze plek een houten standerdmolen om, één van de vele kleine houten standerdmolens die hier stonden en steeds herbouwd werden; de eerste al in 1338.
De molen is nu weer maalvaardig, na vele restauraties.
Groot vrachtverkeer is verboden wanneer de molen draait. De molen staat namelijk op een soort eilandje waar het verkeer omheen moet.
De molen is beeldbepalend voor de omgeving; wel staan er veel grote bomen omheen, dus de bewegingsbelemmering is aanzienlijk.

De vlucht* van deze molen is 20,50/20,70 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 6

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Oostvoorne. Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen Oostvoorne, gemeente Westvoorne.
Voor zover bekend heeft deze molen nooit een naam gehad.
De molen van Oostvoorne is een ronde, stenen korenmolen van het type grondzeiler, gebouwd in 1821.
In 2003 werd begonnen met een ingrijpende restauratie, omdat de molen steeds meer in een slechtere staat ging verkeren. Begin 2004 was de molen weer maalvaardig en in 2015 werd weer op windkracht gemalen.
De vlucht van deze molen is 19,85 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 5

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Nieuwenhoorn. Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen ‘Zeezicht’ – Nieuwenhoorn, gemeente Hellevoetsluis.
Deze grondzeiler is gebouwd in 1717 en verving een standerdmolen die daarvoor was omgewaaid.
Tot 1966 heeft deze molen dienst gedaan als korenmolen, daarna is de molen buiten bedrijf gezet. Inmiddels hebben veel restauraties plaatsgevonden waardoor de molen wel kan draaien. Maar door de hoge begroeiing is de bewegingsbelemmering ook groot.
De vlucht* van deze molen is 22,50 / 22,65 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl