WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 10

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Rozenburg.
Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen De Hoop, Rozenburg, gemeente Rotterdam.
De ronde, stenen stellingmolen van Rozenburg werd in 1887 gebouwd. De molen was lang maalvaardig, maar is nu buiten bedrijf. De landschappelijke waarde is groot: de molen domineert het dorpssilhouet in belangrijke mate. De vlucht* van deze molen is 23,00/23,10 meter.
In de molenaarswoning naast de molen is de Oudheidkamer van Rozenburg gevestigd, met veel voorwerpen uit de voorbije agrarische geschiedenis van de omgeving.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 9

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Zuidland.

Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen ‘De Arend’, Zuidland, gemeente Nissewaard
Deze ronde, stenen stellingmolen werd gebouwd in 1844 als opvolger van een door brand verwoeste houten molen. De korenmolen heeft tot 1954 dienst gedaan; daarna brak een periode van verval aan. In 1969 werd begonnen met de eerste van een hele reeks restauraties; de laatste in 2017. De molen is maalvaardig; de landschappelijke waarde is groot, zo gelegen aan de rand van Zuidland. De vlucht* van deze molen is 22,30 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 8

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Spijkenisse.
Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen ‘Nooit Gedacht’, Spijkenisse, gemeente Nissewaard
Deze ronde, stenen korenmolen werd in 1861 gebouwd en in 2010 flink verhoogd omdat in de nabije omgeving een nieuw theater ging verrijzen.
De (inmiddels hoge) stellingmolen is maalvaardig en heeft een vlucht* van 23,60 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

CULTUREEL AMABASSADEUR VAN HELLEVOETSLUIS OVERLEDEN

19 november 2020
in memoriam

In de nacht van zondag 15 op maandag 16 november overleed op 84-jarige leeftijd in comateuze toestand Jan C.H. Jansen (Utrecht 15 november 1936 – Rotterdam 15 november 2020). Jan Jansen was Cultureel Ambassadeur van de gemeente Hellevoetsluis en een bekende, graag geziene persoonlijkheid in de stad. Hij leed al vanaf begin 2020 aan een progressieve vorm van Alzheimer en verbleef langere tijd in de Laurens woonzorglocatie ‘Simeon en Anna’ in Rotterdam-Zuid.

Jan Jansen werd in 2002 door Hare Majesteit Koningin Beatrix benoemd als lid in de Orde van Oranje Nassau als dank voor zijn tomeloze vrijwillige inzet voor de cultuurhistorie in Hellevoetsluis en op Voorne. Hij ontving op 14 mei 2016 uit handen van toenmalig wethouder Peter Hofman van Hellevoetsluis de onderscheiding behorende bij de officiële benoeming als Cultuur Ambassadeur van de stad.

Hellevoetsluis en het eiland Voorne kenden Jan Jansen als de oprichter van de stichting ‘Het Zuid-Hollands Amateur Theater’, bekend van de jaarlijkse eenakterfestivals in Brielle en Hellevoetsluis. Ook het door Jan Jansen georganiseerde Klank- en Lichtspel met ruim 80 gekostumeerde vrijwilligers en koorleden in het Willem-en-Mary-jaar, 1988-1989, was een heugelijk evenement dat velen zich herinneren. De bronzen plaquette van kunstenaar Willem Verbon aan de historische muur naast het Prinsehuis gedenkt de festiviteiten met de tekst:

“Herinnering aan het Willem en Mary jaar, 1988-1989. De stad Hellevoetsluis herdacht, gesteund door de inzet van velen, onder het bestuur van burgemeester A.P. van der Jagt, 1986-1990, dat stadhouder Willem III vanhier uitvoer met zijn vloot van de gezamenlijke admiraliteiten voor de historische tocht naar Brixham, Engeland, in 1688.”

Jan Jansen was nauw betrokken bij de inrichting van het toenmalig museum ‘Gesigt van ’t Dok’ in Hellevoetsluis met daarin uitgestald een omvangrijke maquette van ‘The Glorious Revolution’ (of ‘Glorieuze Overtocht’), de machtsovername met een ruim 300 schepen tellende Nederlandse vloot vanuit Hellevoetsluis door stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en zijn echtgenote Maria Stuart als koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland in 1688-1689.

In de ruïne Ravensteyn in Heenvliet organiseerde Jan Jansen het grootse spektakelstuk ‘Het Zilveren Doosje’ over de beroemde Angelus Merula, een verketterde priester in de parochie Heenvliet die werd opgesloten in de kerkers van Slot Ravensteyn omstreeks het jaar 1532, en nadien ter dood werd veroordeeld, omdat hij als een van de eerste geestelijken het protestantse gedachtegoed aanhing.

Jan Jansen kende de maritiem-militaire historie van Hellevoetsluis en de vooruitgeschoven Linie van Voorne als geen ander. Hij schreef samen met Anja C. Pieké in 2008 het lijvige boek ‘De Vesting in Alle Staten’, dat vanaf die datum zou uitmonden in een omvangrijk cultureel en cultuurhistorisch evenementenprogramma ‘Voorne in Alle Staten’ dat tot op de dag van vandaag op Voorne culturele evenementen verzorgt en de bevolking van het eiland dichter bij elkaar weet te brengen.

Hij was bestuurslid van de Vereniging tot Bescherming van de Vesting (www.vestinghellevoetsluis.nl) en schreef samen met onder andere Anja C. Pieké een groot aantal historische artikelen. Hij verzorgde cultuurhistorische rondleidingen in het Prinsehuis, dat hij met nadruk bleef noemen bij de enige juiste historische naam: ‘Het Landshuis’, logement van de Gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en West-Friesland in de vesting van Hellevoetsluis.

Maar wellicht het meest zal Jan Jansen herinnerd worden omdat hij het traditionele kanonschieten op het havenhoofd in volle glorie hersteld heeft. Hij bracht daarbij een equipage van de ‘Hellevoetse Kanonniers’ in historisch accurate militaire kledij bijeen. De ‘Hellevoetse Kanonniers’ functioneren nog altijd. Tot op de dag van vandaag wordt het kanon door hen tijdens de Vestingdagen en andere hoogtijdagen ritueel afgevuurd.

Vele Hellevoeters zullen zich de bijzondere verschijning van Jan Jansen blijvend herinneren. Moge het eerstvolgende kanonschot van de ‘Hellevoetse Kanonniers’ een herinnering zijn aan de kleurrijke Jan Cornelis Hendricus Jansen, die op zijn wens in besloten kring is gecremeerd en in vrede mag rusten.

Jan C.H. Jansen als gezagvoerder van de 'Hellevoetse Kanonniers'. © foto: Taco Meeuwsen

 

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 7

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken.

Deze week de molen van Rockanje.
Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen Rockanje, gemeente Westvoorne.
Ronde stenen molen, type grondzeiler.
Het bouwjaar van deze korenmolen is 1718.
In 1717 woei op deze plek een houten standerdmolen om, één van de vele kleine houten standerdmolens die hier stonden en steeds herbouwd werden; de eerste al in 1338.
De molen is nu weer maalvaardig, na vele restauraties.
Groot vrachtverkeer is verboden wanneer de molen draait. De molen staat namelijk op een soort eilandje waar het verkeer omheen moet.
De molen is beeldbepalend voor de omgeving; wel staan er veel grote bomen omheen, dus de bewegingsbelemmering is aanzienlijk.

De vlucht* van deze molen is 20,50/20,70 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 6

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Oostvoorne. Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen Oostvoorne, gemeente Westvoorne.
Voor zover bekend heeft deze molen nooit een naam gehad.
De molen van Oostvoorne is een ronde, stenen korenmolen van het type grondzeiler, gebouwd in 1821.
In 2003 werd begonnen met een ingrijpende restauratie, omdat de molen steeds meer in een slechtere staat ging verkeren. Begin 2004 was de molen weer maalvaardig en in 2015 werd weer op windkracht gemalen.
De vlucht van deze molen is 19,85 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 5

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Deze week de molen van Nieuwenhoorn. Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen ‘Zeezicht’ – Nieuwenhoorn, gemeente Hellevoetsluis.
Deze grondzeiler is gebouwd in 1717 en verving een standerdmolen die daarvoor was omgewaaid.
Tot 1966 heeft deze molen dienst gedaan als korenmolen, daarna is de molen buiten bedrijf gezet. Inmiddels hebben veel restauraties plaatsgevonden waardoor de molen wel kan draaien. Maar door de hoge begroeiing is de bewegingsbelemmering ook groot.
De vlucht* van deze molen is 22,50 / 22,65 meter.

* De vlucht is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 4

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken. Vandaag de molen van Hellevoetsluis. Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

Molen ‘De Hoop’ – Hellevoetsluis
Deze ronde, stenen stellingmolen is gebouwd als korenmolen in 1801 en kwam in de plaats van een standaardmolen die plaats moest maken voor de bouw van het Droogdok. De vlucht* van deze molen is 24,60 meter. De Hoop domineert nog steeds het beeld van de Vesting. De echte functie als korenmolen heeft deze draaiende molen al lang niet meer; de monument is al tijden een woning. In 1995 is op de tweede zolder een bezoekerscentrum geopend. Dit bezoekerscentrum is geopend van juli t/m augustus en wordt gerund door vrijwillige medewerkers. Op de zolder vindt u:
• dvd-presentaties
• koffie, thee, limonade etc.
• molensouvenirs en verkoop van meel

* Een ‘vlucht’ is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede.
Bron: Molendatabase.nl

DE BRIELSE JAREN – feuilleton door Kees Weltevrede 6

‘Het horloge’

door:  Kees Weltevrede

Ik moet net twaalf geweest zijn toen mijn grootvader Scheygrond tegen me zei: ‘Kees, we moesten samen eens praten, kom vanavond na het eten maar op mijn kamer.’ Mijn grootvader woonde na zijn pensionering met grootmoeder bij ons in huis, het waren oude mensen geworden na een leven van sappelen en sloven en toen niet lang daarna zijn vrouw overleed, mijn grootmoeder dus, kreeg hij op de eerste verdieping van ons huis op Nobelstraat 85 een kamer voor zichzelf, een zit- slaapkamer.
Er stond een eiken buffet met daarop een lampetkan en een marmeren pendule. Er was een linnenkast. Aan de wand hing een ondergaande zon, een ingelijste pentekening van de Brielse Dom door Van de Voorde, voordat hij gerestaureerd was. Er was een medicijnkastje met een glas-in-lood deurtje en verder een uitschuiftafel met een paar stoelen, een bed en een nachtkastje met daarop een vergeelde jeugdfoto van mijn grootmoeder en een lege brillenkoker. Ook lag er een kleedje op het linoleum naast het bed, een imitatiepers met figuren in rood en blauw, en er hing een ‘oudemensenlucht’ die ik nog steeds herken en die me, eenmaal ergens opgesnoven, direct terugbrengt naar een voorgoed vervlogen tijd van oude mensen en hun dingen die voorbijgaan.
Het was een tamelijk grote slaapkamer, op het zuiden gelegen, zodat het er overdag, als de zon scheen, weldadig licht was. De twee ramen aan de zuidzijde konden open geschoven worden, maar dat kostte wel moeite, want de touwen van het contragewicht waren van ouderdom gerafeld en daarna geknakt en alleen als je ze met de ene hand omhoogschoof en er met de andere een plankje onder plaatste, bleven ze hangen. Grootvader was invalide, hij had maar één arm.

Meestal als ik bij hem op zijn slaapkamer zat, gingen we dammen, hij vertelde tussen de zetten door verhalen van vroeger. Soms moest ik hem voorlezen. Grootvader wilde alleen nog maar kinderverhalen horen en zijn lievelingsschrijver was W. G. van der Hulst. De boekjes waren afdankertjes van mij en mijn zuster, ze waren stuk gelezen en hadden dus veel losse bladzijden zodat er wel eens een deel van het verhaal ontbrak, maar grootvader nam er genoegen mee omdat hij de verhalen bijna uit het hoofd kende. Soms depte hij met zijn rode zakdoek onder zijn bril een traan weg en dan kwamen bij mij ook de waterlanders, want bij het verdriet van een ander bleef ik als kind zelden onbewogen.

Toen ik die avond zijn kamer binnenstapte, zat hij al klaar. ‘Ga maar zitten jongen’, zei hij, en schoof met zijn ene hand zijn pijp en tabak aan de kant, vouwde met dezelfde hand heel vernuftig de krant op en streek met het stompje dat van zijn andere overgebleven was het tafelkleed glad.
‘Kees’, zei hij, na een korte stilte, ‘je bent nu twaalf geworden, en dat is de leeftijd waarop je toch bijna groot bent. Volwassen ben je nog niet, maar je bent al een hele vent, bijna net zo groot als ik, dus ik dacht, we moesten nu maar eens ergens over praten.’ Hij hield zijn woorden binnen en keek naar het portret van zijn vrouw, mijn grootmoeder. ‘Kijk, je weet, jij hebt vroeger een broertje gehad, en dat is overleden. De kleine Bouwen. Bouwen heette het, hij was naar mij vernoemd’, vervolgde hij, ‘en overleed nog geen jaar oud, en nu is er niemand meer op de hele wereld waarmee ik, hoe zal ik het zeggen, waarmee ik een naamsverwantschap heb. Behalve met jou natuurlijk, want jij bent naar je grootmoeder genoemd, mijn Cornelia. Ik bedoel: er is niemand die zich mijn bestaan zal herinneren, ooit, als ik er straks niet meer ben, of zal voortzetten zelfs, als Bouwen, ja dat bedoel ik.’
Nog steeds wist ik niet wat grootvader eigenlijk wilde zeggen, maar voor ik er ernstig over kon nadenken was het eruit. ‘Zou jij, als je later een zoon krijgt. Stel voor: je trouwt en je krijgt een zoon. Zou jij dan die zoon naar mij willen noemen?’

Op zo’n vraag is niemand voorbereid, en zeker ik niet, ik was pas twaalf. Maar och. Ik had me aangeleerd, in moeilijke situaties, net als mijn vader dat deed, uitstel af te dwingen met een: ik zal er eens een nachtje over slapen, maar eigenlijk had dat niet gehoeven, want ik wist al direct wat mijn antwoord zou zijn, maar het was toch beter het tot morgen uit te stellen, dacht ik, dat zou mijn antwoord meer gewicht geven, alsof ik er lang over had nagedacht.

De volgende avond ging ik weer bij hem aan tafel zitten. Grootvader schoof zijn pijp en tabak aan de kant, vouwde de krant op en streek het tafelkleed glad. Ik stak van wal. ‘Ik weet het’, zei ik, en nam een korte pauze om mijn blik langs de dingen in de kamer te laten dwalen. ‘Ik weet het’, zei ik nog en keer. Maar ik begon ineens over iets heel anders. ‘U weet toch dat er in het laatje van de kast een horloge ligt, een gouden horloge, er staat een naam in gegraveerd, Cornelia van Druten staat er, ik ben naar haar vernoemd, mijn grootmoeder. Kan ik dat niet krijgen.? Ik ben nu twaalf jaar, eigenlijk ben ik groot, bijna net zo groot als u?’

Grootvader keek me aan. Hij had een bril met dubbele glazen, en als hij peinsde legde hij het hoofd in de nek en keek door het leesgedeelte naar een onduidelijke plek in de verte.
‘Wil jij dat gouden horloge?’, vroeg hij eindelijk. Ik knikte nauwelijks zichtbaar, alsof het een overeenkomst betrof die al gesloten was. Mijn vraag had niets met zijn vraag van gisteravond te maken, zo leek het, maar voor mij was er, in mijn onuitgesproken opzet, een duidelijk verband: als ik het horloge zou krijgen, zou ik mijn zoon Bouwen noemen, zo had ik met mezelf afgesproken.

Het tikte niet, het zong...

‘’t Is goed’, zei hij, na een aarzeling. ‘Jij krijgt het horloge. Het hoort jou trouwens toe, je broer Adriaan niet, je zus Riet niet, jij bent immers naar mijn vrouw genoemd, jouw grootmoeder.
Maar, hoe zit het eigenlijk met de naam Bouwen, weet je nog?’, vroeg hij.
Ik streek in een gewoontebeweging door mijn haar om te voelen of de scheiding nog goed zat en of de ingedrukte slag bijeengehouden werd door de brylcream die ik er ’s morgens insmeerde en ik antwoordde: ‘Dat hoeft u toch niet te vragen, dat wist u toch wel, mijn eerstgeboren zoon zal Bouwen heten, daar kunt u van verzekerd zijn.’ Mijn antwoord klonk als een zin door mijn vader uitgesproken als hij met een klant een verzekeringscontract doorsprak. ‘Maakt u geen zorgen, meneer Van Driel, daar kunt u van verzekerd zijn. Uw zorgen zijn onze zorgen.’
‘Maar, als je vrouw het niet goed vindt, later, wat dan?’, vroeg grootvader. Ik dacht na. ‘Wat dan?’, vroeg hij nog een keer. ‘Oh, ik neem een vrouw die alles goed vindt’, antwoordde ik. Een andere vrouw wil ik niet. Ik moet er niet aan denken. Het stemde hem gerust, want mijn antwoord klonk zo resoluut, er hoefde niets aan toegevoegd te worden. Zo zou het zijn, later, als ik getrouwd was, en niet anders

Die avond kreeg ik van mijn grootvader het gouden horloge. Het was een kettinghorloge dat mijn grootmoeder om haar hals gedragen had. Er stond een Franse merknaam op de wijzerplaat, Le Bouvreuil, stond er, en daaronder Paris en: 17 rubis. Langs de rand stonden rondom twaalf Romeinse cijfers en de fragiele wijzers waren ook van goud. Het had een deurtje vóór en een deurtje achter en achter dát deurtje was nog een deurtje in matgoud waarin de naam gegraveerd stond.
Ik wond het langzaam op, drie, vier slagen, en luisterde. Het tikte niet, het zong. In een vloeiend ritme zong het aan mijn oor een zoete melodie. ‘Is dat voor mij?’, vroeg ik en verfoeide diep in me mijn onbeschaamde opzet, want ik had het toch wel gekregen, ook zonder mijn listig plan. Goed beschouwd betrof mijn plan een ordinaire ruilhandel. Ik het horloge, mijn grootvader de naam, en ik schaamde me, maar het had geen zin daar nog op terug te komen, vond ik, dus ik liet het zo.

Die nacht kon ik niet slapen. Ik had het horloge onder mijn kussen gelegd en elke keer moest ik het tevoorschijn halen om even te luisteren. Ik maakte het deurtje aan de voorkant open en probeerde in het donker te kijken hoe laat het was. Ik sloot het weer en luisterde. Ik hoorde nog duidelijker het zingende ritme, nog zangeriger als die avond bij mijn grootvader aan tafel. De volgende dag en de dagen daarna nam ik het mee naar school en toonde het iedereen die het maar wilde zien. Ik heb een gouden horloge, kijk maar…

WINDMOLENS OP VOORNE-PUTTEN EN ROZENBURG 3

Kunstenaar Wim van Willegen heeft de 10 windmolens van het eiland Voorne-Putten en Rozenbrug in beeld gebracht op de voor hem zo karakteristieke wijze. ‘Voorne in Alle Staten’ laat ze allemaal zien de komende weken.Vandaag de bekend houten molen van Brielle. Heeft u zelf een mooie (oude) foto van deze molen of een leuk verhaal bij de molen? Stuur deze dan naar info@voornewiki.nl en wij zorgen dat uw foto en verhaal geplaatst worden.

De Bernissemolen – Geervliet (Gemeente Nissewaard)

Ronde, stenen stellingmolen, in 1851 gebouwd door molenbouwer Van Dijk uit Piershil. De molen staat op een zes eeuwen oude ronde stenen muurtorenonderbouw. Aan de onderzijde heeft de cilindrische romp een muurdikte van 1,60 meter. De molen, met een vlucht van 21,60 meter (een ‘vlucht’ is de afstand tussen de uiteinden van één molenroede), heeft lang een horeca-functie gehad, maar huidige plannen wijzen op een hernieuwde maalfunctie voor deze bijzondere molen.



Bron: Molendatabase.nl