De Geschiedenis van de Rijksstraatweg

Inleiding

Rond 1300 waren de middeleeuwse eilanden van Voorne-Putten slechts gedeeltelijk bewoond, want het moerassige gebied stroomde regelmatig over. Het water werd afgevoerd door de vele kreken die tussen de reeds ingepolderde gebieden liepen. Eén daarvan was de Goote, die een brede verbinding vormde tussen de Maas en het Haringvliet. Over de kreek werden mensen en goederen per schip vervoerd, terwijl de bedijking aan de oostelijke oever van de Goote door reizigers werd gebruikt om met wagens het eiland te doorkruisen. Die route is het prille begin in de geschiedenis van de Rijksstraatweg.

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_008

De Straatweg, afgerond in 1806, zorgde voor een blijvende verbetering van de infrastructuur.

Het sediment dat na overstromingen op de moerasgebieden bleef liggen, zorgde voor een vruchtbare bodem. Het loonde daarom de moeite om de gebieden in te polderen en te gebruiken voor landbouw en veeteelt. In 1415 besloot de Hertog Jan van Beieren dat ook de Goote gedeeltelijk mocht worden afgedamd. Dit had ernstige gevolgen voor Brielle, want niet alleen verdween de verkeersader, ook het stromende water dat de haven doorspoelde kwam tot stilstand. De haven begon daardoor langzaam te verzanden. De Sint-Elisabethsvloed van 1421 veroorzaakte echter een dijkdoorbraak en Brielle kon weer profi teren van de scheepvaart. In 1474 volgde opnieuw een besluit om de Goote af te dammen en nu definitief. De Sint-Elisabethsvloed had de toevoer van water langs de Brielse Maas verstoord, zodat deze langzaam verzandde en schepen andere routes namen. Brielle verloor daardoor langzaam zijn positie als handelsstad. Op de reconstructiekaart van Voorne-Putten in 1530 is te zien dat de bedijking van Voorne vrijwel is voltooid en dat van de Goote nog slechts een klein stukje is overgebleven: het huidige Spui. Reizigers konden de dijken van de polders Nieuwe Goote, Nieuwenhoorn en Nieuw-Helvoet gebruiken om van Brielle naar de Sluis bij Hellevoet te komen

Na het afdammen van de Goote ging Brielle op zoek naar een alternatieve verbindingsroute. Hellevoetsluis ontwikkelde zich langzaam tot een concurrerend plaatsje en Brielle probeerde uit alle macht haar handelspositie te behouden. In 1505 was al een plan geopperd om tussen Hellevoetsluis en Brielle een kanaal te graven, maar het plan bleek te duur. Na de verplaatsing van het veer naar Hellevoetsluis probeerde Brielle mee te profi teren van de verkeersstroom door een voetpad aan te leggen. Op 12 juli 1595 gaven de Staten van Holland en West-Friesland hiertoe toestemming. Het stadsbestuur hoopte dat op die manier nog enige handel via Brielle zou lopen. Een voetpad had veel nadelen. Het pad was slechts één meter breed, en door deze geringe afmeting was het eigenlijk ongeschikt voor karren en wagens. Bovendien veranderde het in natte periodes in één grote modderpoel, zodat het veel moeite kostte om tussen de twee plaatsen te reizen. Brielle bleef daarom de wens koesteren om een kanaal aan te leggen en in april 1597 gaf het stadsbestuur de opdracht tot het maken van een vaart.

Een jaar lang werd er hard gewerkt, totdat het project in Nieuwenhoorn vastliep op een dijk. Naast handelaren begonnen ook de Staten van Holland en West-Friesland interesse in Hellevoetsluis te tonen. Ze zochten een thuishaven voor schepen die langs de kust patrouilleerden en het haventje achter de sluis voldeed aan vrijwel alle eisen. Het enige nadeel was de omvang, want de haven was te klein om de grote schepen te kunnen herbergen. Daarom volgde in 1604 een subsidie, waardoor de haven kon worden uitgebreid. Dat werk werd in 1621 afgerond. Vanwege de toenemende militaire betekenis werd een goede verbindingsweg steeds belangrijker. Niet alleen voor de communicatie, maar ook voor de aanvoer van materieel en manschappen. In 1607 probeerde Brielle het gedeeltelijk gegraven kanaal af te maken. Geldgebrek zorgde er echter voor dat het project weer niet kon worden voortgezet. In 1618 werd plotseling een totaal nieuw plan gepresenteerd om een vaart tussen Brielle en Hellevoetsluis aan te leggen. Het stadsbestuur gaf pas in 1625 toestemming om tekeningen te maken en een begroting op te stellen. Ook dit plan is tenslotte een stille dood gestorven. Alleen een bewaarde kaart herinnert aan de wens van Brielle om een kanaal tot stand te brengen.

Brielle waagde in 1640 een laatste poging om de vaart door te trekken. De landmeter Cornelis Lenartsz. Kouter kreeg opdracht een kaart te vervaardigen. Daarop is het voetpad aangegeven, evenals het ontbrekende stuk van het kanaal dat Brielle wilde doortrekken naar Hellevoetsluis. Het is echter nooit zover gekomen. In het Kaartboek van Voorne uit 1696 is een andere afbeelding van het voetpad te vinden. Op de ‘Caarte van de polder van de Nieuwe-Goote’ is te zien dat langs de dijk ‘de vaart met de Sant padt’ loopt. Overigens werd het beheer en onderhoud van de zandpaden door de Baljuw en Leenmannen geregeld. Het geld voor het onderhoud werd verkregen door belastingen. De Staten van Holland zagen in Brielle en Hellevoetsluis belangrijke schakels in de militaire verdedigingslinie. Daarom werd rond 1700 fl ink geïnvesteerd in het aanpassen van de vestingen.

In Brielle werd een stuk van de stad ‘afgesneden’ om een cirkelvormige vesting te maken. Hellevoetsluis kreeg een totaal nieuwe aanblik. De haven werd vergroot en voortaan beschermd door de acht kenmerkende bastions. De ontwerpen voor beide vestingen waren gebaseerd op de nieuwste theorieën van vestingbouwkundige Menno van Coehoorn. De vernieuwing van de vestingwerken kwam in 1715 in Hellevoetsluis gereed en daarmee kreeg de plaats – net als Brielle – een sterker militair karakter. Er waren voortdurend soldaten gelegerd, meestal van hetzelfde regiment dat opgesplitst werd om vervolgens in beide vestingen te worden ondergebracht. Sinds 1660 bestond er een rechtstreekse postverbinding tussen Engeland en de Noordelijke Nederlanden. De schepen vervoerden onder andere brieven, pakketten en passagiers. Zodra een pakketboot de haven was binnengevaren en zijn lading had gelost, ging een koerier op pad om de post zo snel mogelijk weg te brengen. De koeriers en reizigers moesten gebruik maken van het zandpad en ze klaagden regelmatig over de slechte staat van het pad. In 1750 was voor het eerst sprake van plannen om een verharde weg aan te leggen.

Burgemeester Molewater van Brielle gaf opdracht om plannen voor een Straatweg uit te werken. Dat gebeurde, maar de plannen verdwenen in de lade. Dat was tot groot ongenoegen van het Voermansgilde, dat dagelijks te maken had met het vervoer van personen en goederen tussen Brielle en Hellevoetsluis. Zij zouden zeer gebaat zijn bij een goede wegverbinding. Het Voermansgilde kwam in 1755 met het plan ‘Tot verbeetering van de weg en passagie van dese stad op Hellevoetsluijs, welke weg althans inpracticabel is’. De Baljuw en Leenmannen werden bij het plan betrokken en zij berekenden dat er ruim 100.000 gulden nodig was voor de aanleg van een Straatweg. De secretaris van het stadsbestuur, Hoijer, werd naar Den Haag gestuurd om toestemming en subsidie te regelen. Hoewel er aanvankelijk welwillend naar werd geluisterd, kwam er geen geld.

Door de slechte staat van de weg gebeurden regelmatig ongelukken. Toen de Prins van Oranje in 1735 op doorreis was en met zijn gevolg over het voetpad tussen Brielle en Hellevoetsluis reed, kantelde één van de wagens uit de stoet. In 1772 stuurde het stadsbestuur een noodkreet aan stadhouder Willem V. Alle argumenten werden opgesomd om de stadhouder ertoe te bewegen geld te geven voor een Straatweg. Maar ook hierop kwam geen reactie. Brielle hield de jaren daarop de ontwikkelingen in de politiek goed in de gaten en vroeg zich in 1780 af, toen Delft een verzoek had gedaan een loterij te mogen oprichten, ‘Of ‘t nu geen tijt was dat voorbeeld te volgen’. En inderdaad werd een plan voor een loterij opgesteld om zodoende een Straatweg te kunnen aanleggen. Tot een verloting is het echter nooit gekomen.

Rijksstraatweg_boek_Pagina_004

De Rijksstraatweg tegenwoordig (foto: Jur Snijders).

Jan Blanken vestigde zich in 1775 in Hellevoetsluis als opzichter van de directie Hollandse Fortifi catiën. Hij had toezicht op de vestingwerken en de landsgebouwen op Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee en de Beijerlanden. Hij legde dijken aan, verbeterde de kustverdediging en presenteerde in 1788 een plan voor een Straatweg. In 1781 verhuisde Jan Blanken van Hellevoetsluis naar Brielle en hij reisde regelmatig tussen deze plaatsen. Hij heeft dus ondervonden in welke slechte staat de weg verkeerde. Jan Blanken diende het plan in bij de opperdijkgraaf en baljuw Wassenaer. Het bestaat uit een tekening en een elf pagina’s tellend bestek. Hierin stelde hij voor om de ‘Straat-weg de ordinaire route’ te laten volgen, dus de route van het eeuwenoude voetpad. Hij beschreef in een uitvoerige memorie hoe de nieuwe keij-steene Straatweg moest worden aangelegd. Jan Blanken wilde ook een nieuw stuk weg aanleggen, een verlengde van de Gentse Weg, die dwars door de polder van Nieuw-Helvoet liep en uitkwam bij de molen van Nieuwenhoorn. Hiermee werd een kortere en dus snellere en goedkopere route bewerkstelligd. Pas in 1804 lukte het Jan Blanken om de plannen goedgekeurd te krijgen. De Marine zou de weg aanleggen, en het geld werd vrijgemaakt via een lening uit het fonds voor oude en arme zeelieden. Het onderhoud van de weg werd betaald met de opbrengsten van de tol. Op vijf plekken langs de Straatweg stonden hekken opgesteld waar de tol werd geheven. In augustus 1806 werd het bestraten van de Straatweg afgerond. De Nieuwenhoornse schoolmeester Klaas Smit maakte een gedichtje over de weg. Na twee eeuwen van moeizaam reizen tussen de twee plaatsen was er een blijvende verbetering aangebracht in de infrastructuur. Reizigers, passanten en handelaren konden zich met alle gemak tussen Brielle en Hellevoetsluis bewegen. Tot vandaag de dag vormt de Straatweg een belangrijke verbinding tussen beide plaatsen.

Door: Kees van Rixoort met dank aan het Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg (Bob Benschop)

1 reactie op “De Geschiedenis van de Rijksstraatweg

  1. Heren,
    Is het mogelijk om aan foto,s van de pand Rijksstraatweg 279 te Nieuwenhoorn te komen.
    Wij hebben interesse in het pand omdat wij het hebben gekocht.
    Ik hoor het wel van U
    Met vriendelijke groet
    Rob.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>