Eén van die oude Hellevoeters – deel 3

Jeugdherinneringen van Willem J. van Beveren

Mijn vader had intussen een vIet gekocht, een fantastisch idee! Een roeiboot, die werd naar de Molenstraat gebracht, in de slachtplaats van mijn oom Koos van Beek, die een slagerij had op de Westzanddijk. Mijn vader bouwde er een middenzwaard in, een mast er op, een sprietzeil en een fok, alles werd piekfijn opgeknapt. Daarna kocht hij een vlot, wat in de binnenmarinehaven lag, ter hoogte van de muziektent. Er kwam een david op, een kleine whinch, een lange rol aan het einde van het vlot. Daarna was het kinderspel voor een persoon om de vIet er bovenop te zetten, wat vooral in de winter zeer nuttig was. Ook was daar nog een flinke opbergkist voor zeilen enz. Mijn vader gaf me de nodige goede raad en na enige proefvaarten mocht ik alleen de rivier op, wat lang niet ongevaarlijk was in die tijd, want er liepen sterke stromingen en behalve wat vissersschepen, die meestal ver weg waren, was je op jezelf aangewezen.

Scannen0003

De vlet aan het vlot in de Marinebinnenhaven.

Hoornse Hoofden

De vlet, zeilvlet dus, bleek een ideale boot te zijn voor de dikwijls rauwe rivier, hij nam weinig water over, zeilde tamelijk snel, met opgetrokken middenzwaart kon je over ondiepten varen en dicht bij zandplaten of een strand voor anker gaan. De rest was dan pootjebaaien. Vooral de ebstroom was zeer sterk, meer nog bij Oostenwind. Ongeveer 7 uren ebstroom en 5 uren vloed bij ca. 1m 80 hoogteverschil. Hierdoor was niets stabiel op de rivier, stroomrichting, diepte en mogelijke vaarrouten, de weersomstandigheden alles was veranderlijk. Bij de Hoornsche hoofden kon de stroom zeer sterk zijn en bij wind in tegengestelde richting gaf dat onberekenbare golven. Ook voor de Hellevoets hoofden kon het wild te keer gaan. Bij mist gaf dat extra problemen, maar mijn vader was een goede leermeester. Gelukkig ben ik nooit omgeslagen. De zeilvlet heeft mij oneindig veel genoegen, ontspanning en zelfvertrouwen gebracht, waarvoor ik mijn levenlang dankbaar ben gebleven. Alleen de herinneringen daaraan heeft me dikwijls door dieptepunten in mijn leven geholpen. In die tijd was er eigenlijk nog maar een die ook voor zijn plezier op de rivier zeilde,  Joris Landheer, hij had een jol met een zeer hoge mast en was een echte zeilliefhebber. Verder was er nog Hans Hartman, die had een kano waar hij mee de rivier op ging. Hij kocht er al gauw een kleine motor bij die opzij werd bevestigd. Dat ging even goed, maar toen hij op een zondag met zijn meisje aan boord in de haven lag – er was altijd veel bekijks als er wat te zien was – en weg wilde varen, besloot de motor, ondanks een ontelbaar aantal rukken aan het startkoord, begeleid door de nodige krachttermen,  geen kik te geven. Dat was Hans teveel en ‘s avonds werd motor met toebehoren vanaf het tweede hoofd aan het Haringvliet toevertrouwd – het was daar minstens 30 meter diep! Maar Hans en zijn vriend Jan Grumke hebben het er niet bij laten zitten. Ze kochten een grote kist waarin een auto was verzonden en besloten daarvan een waterfiets te maken, met twee fietsen er op en een schoepenrad als aandrijving. Ze mochten van mijn oom Koos van Beek de oude slachterij in de Molenstraat gebruiken grotendeels in de open lucht. Dat werd een feest! Iedereen mocht meehelpen. Met veel gezang, citroenjenever, de nodige moppen, bij het licht van carbidlampen, tussen de vele koeienstaarten die aan de wand en hingen, niet altijd nette liedjes en geïmproviseerde voordrachten nam de waterfiets langzaam vorm aan.

Scannen0002

De waterfiets van Hans Hartman. In het dok een lichtschip.

De Hellevoetse meisjes

Na vele maanden was het zover dat het geheel op er onder tijdelijk aangebrachte assen met fietswielen in feestelijke optocht met luid gezang via Molenstraat, Haarlemmerstraat, marinebrug, Oostkade en kleine kanaal naar de koopvaardijhaven werd gereden en daar bij hoogwater te water werd gelaten. Na alle kinderziekten zoals gebroken kettingen en as van het schoepenrad, lekke drijvers, volgden vele verbeteringen, zoals een mastje met een zeiltje, een ankertje enz. Uiteindelijk werd bij mooi weer het Haringvliet bevaren, maar bij pech of harde wind moest Dubbelt ze dan met zijn motorsloep weer naar binnen slepen. Alles bijeengenomen was het een hele belevenis in een tijd dat Hellevoet reeds veel stiller was geworden. ’s Avonds kon je dan rustig op straat een kanon afschieten. In die tijd moesten we dan ook steeds meer ons eigen vermaak zoeken. Natuurlijk waren er nog steeds vele lieve Hellevoetse en Nieuw-Hellevoetse meisjes. Er was een dansclub van Rehhorst, waar ik lid van was, met jaarlijks een toneelavondje. We dansten in café de Pijper aan de Straatweg, even voorbij Huize Thea.

foto0013

De dansclub van de heer Rehhorst.

Imitatiebier

Van de H.B.S. had ik natuurlijk veel huiswerk, maar er bleef nog veel vrije tijd over. We kwamen veel in het café van Lakens (vroeger café van Noort) in de Kerkstraat. Voornamelijk om te biljarten, kurken of Amerikanen. Soms ook tegen vreemden of bekenden meestal om een consumptie, dat dan extra spannend en een feest als gewonnen werd. Ook was er het café van van den Berg, op de hoek van de Peperstraat en de Westkade. Daar werd gebiljart en kaart gespeeld en kon je een glas portwijn krijgen voor 15 cent. Bets Slok hielp daar van den Berg. Ze heeft later nog jaren bij de familie Klop gewoond, in het voormalige huis van mijn grootouders op de Oostkade. Mijn ouders vonden dan cafébezoek eigenlijk niet zo goed, dus sloop je vanuit de Peperstraat snel om de hoek naar binnen. We kwamen ook wel in het café van Luyendijk naast het plantsoen aan de Glacisweg. Daar stond ook een biljart en dronken we veel imitatie, half bier half limonade. Ook draaiden Jo, Freek en ik op een mistige avond alle 24cm kanonnen op de wallen zo ver mogelijk schuin naar boven. Dat ging vrij gemakkelijk, terugdraaien ging veel moeilijker! Toen de volgende dag de mist was opgetrokken leek het wel of er een vlootaanval op Hellevoet had plaatsgevonden, tot grote ergernis van de marechaussees, die ze stuk voor stuk weer horizontaal moesten draaien. De wallen waren verboden terrein voor ons, dus gingen we daar altijd heen en werden vele malen door de marechaussees achtervolgd. Gegrepen zijn we nooit, maar Jo moest wel eens tussen het riet in het water vluchten, wat natuurlijk een nat modderig pak betekende.

foto0012

Op de stenen beer, hoog boven de vest. Genomen met selftimer vanaf de wallen.

Koningsbolwerk

We waren in die tijd zeer lenig en waagden soms veel. We hadden ons aangeleerd om staande zeer snel over de stenen beer te lopen, die tussen het koningsbolwerk en de zeedijk naar de duinen dwars door de vest lag. Halverwege waren er gemene ijzeren stekels op aangebracht, een stuk of tien. Elk met vijf punten, vier opzij en één naar boven. Middenin was nog een houten schot met prikkeldraad er aan, maar ook daar wisten we razend snel overheen te komen. Zo snel dat de marechaussees die ons achtervolgden niet konden begrijpen dat wij, die rustig aan de andere kant op de muur zaten dezelfden konden zijn. We zagen ze dan overal braaf verder zoeken, maar natuurlijk zonder resultaat.

foto0010

Staande over de stenen beer.

Je verzon van alles

Dan was daar de houtopslag van van Engelen naast de tonnenloods, tussen de vest en het Voornse kanaal. Daar lagen enorme stapels bekistinghout, waar je geweldig kon spelen en je verstoppen. Maar waar je ook vlotten van kon bouwen of schotten ervan als “zeil” kon benutten op de “geleende” pont van de genie, die onder een afdak in de vest, onder aan de wallen gemeerd lag. Dat ontaardde in een hele zeeslag in de vest, wat natuurlijk “iets” te ver ging. Politieagenten Duisterhof en Jan Haaien, de zoon van van Engelen, en de marechaussees verschenen en het werd een complete drijfjacht. In de houtopslag lagen echter ook vele ladders, die we als voorzorg aan beide zijden van de hoge omrastering hadden aangebracht, zodat we snel konden vluchten en ons tussen riet en braamstruiken konden verstoppen. Velen haalden die dag een nat pak, maar spannend en avontuurlijk was het wel geweest. Je verzon van alles om je niet te vervelen. Een grote baksteen werd keurig verpakt op de weg gelegd tussen het tramstation en de ijzeren brug en we verstopten ons. Daar kwam toevallig de jongere Joseph van Engelen op de fiets aan. Hij stapte af en gaf er wantrouwig een flinke schop tegen. Het deed zichtbaar pijn, daarbij indianengehuil uit de bosjes met daarna een woedende achtervolging, gelukkig voor ons zonder resultaat. Tijdens stormweer klommen Jo en ik in de hoge bomen, die achter de sluiswachterwoningen bij het kanaal stonden. Een belevenis waar ik nu nog angstdromen van kan krijgen, zoals we daar op grote hoogte heen en weer werden geslingerd, terwijl je naar beneden keek.

Scannen0001

Op de riemen bij weinig wind.

foto0011

IJsgang op het Haringvliet, gezicht vanaf 2e op 3e en 4e hoofd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>