Junior Canon van Voorne-Putten en Rozenburg


Gerard van Voorne is geboren in de middeleeuwen en hij weet álles over de geschiedenis van Voorne-Putten. Let goed op, want hij zal je spannende avonturen en gekke verhalen vertellen!

Jagers en Boeren

In de Steentijd was Voorne-Putten een moeras met veel riviertjes en meertjes. Er leefden veel vogels en vissen en er groeiden planten en bomen. Zo'n 10.000 jaar geleden arriveerden de eerste mensen, die hier volop eten vonden. Eerst zwierven ze alleen in de zomer rond, maar later bouwden ze boerderijen en bleven ze er het hele jaar wonen. Vanaf dat moment leefden ze niet meer van de jacht, maar van de gewassen die ze op hun akkers verbouwden.

De Romeinen

De boeren moeten vreemd opgekeken hebben toen er ineens een leger Romeinen Voorne-Putten binnenmarcheerde. De Romeinen bouwden bij Oostvoorne een fort. Dit fort noemden ze een 'castellum'. De boeren waren blij met de komst van de Romeinen. Aan hen verkochten ze hun graan en vlees. De boeren leerden op hun beurt heel veel van de Romeinen. Sommigen gingen dakpannen op hun huis gebruiken of zetten zuilen naast hun deur net zoals ze in Rome deden!

Monniken en Ridders

De Heer van Voorne was een soort koning. Alle inwoners betaalden belasting aan hem. Hij liet in Oostvoorne rond 1200 een mooi kasteel bouwen. De heer van Voorne zorgde ervoor dat de mensen veilig konden werken en wonen. Hij beschermde zijn onderdanen door misdadigers zware straffen te geven. Hij liet dijken bouwen, zodat het water de huizen en akkers niet overstroomde. Ook gaf de Heer van Voorne stadsrechten aan Brielle.

Steden en Staten

In de Middeleeuwen werden steeds meer gebieden bedijkt om de akkers en huizen te beschermen tegen het water. Het land was vruchtbaar en er ontstonden dorpjes waar boeren en ambachtslieden gingen wonen. Vaak bouwden ze een kerk, er was een plein en natuurlijk huizen. Sommige dorpen groeiden uit tot steden, zoals Geervliet en Brielle. Daar werd veel geld verdiend met de handel.

Ontdekkers en hervormers

Angelus Merula was pastoor in de kerk van Heenvliet. Hij was een hervormer, want hij was tegen heiligenverering, aflaten en bedevaarten. Steeds meer kerkgangers vonden dat hij gelijk had en verruilden het katholieke geloof voor het protestantse geloof. Filips II, die koning van Spanje èn de baas over de Lage Landen was, vond dat een slecht idee. Hij noemde de protestanten 'ketters' en wilde hen straffen. Daarom stuurde hij soldaten. Er volgde een Opstand, waar de Watergeuzen een belangrijke rol in speelden.

Regenten en vorsten

Op 28 maart 1666 stapte Michiel de Ruyter in Hellevoetsluis aan boord van zijn nieuwe schip 'De Zeven Provinciën'. Hellevoetsluis was in de 17e eeuw de belangrijkste marinehaven van de Republiek. De oorlogsschepen werden hier na de zeeslagen gerepareerd en bevoorraad. Er was op de Zeven Provinciën plek voor 400 matrozen. De vrouw van Michiel de Ruyter deed de boodschappen voor de eerste reis: 4000 kilo beschuit, 5000 broden, 800 Edammer kazen en 100 tonnen bier.

Pruiken en Revoluties

De adel was eeuwenlang aan de macht geweest. De edelen waren rijk en woonden in grote paleizen met mooie tuinen. Er waren ook gewone mensen, burgers, die door de handel veel geld hadden verdiend. Zij betaalden veel belasting en wilden meebeslissen waar dat geld aan besteed werd. De adel wilde niet dat de burgers macht zouden krijgen en er ontstond een strijd. De burgers kwamen in 1785 aan de macht, maar de edelen verjoegen hen in 1787 weer.

Burgers en Stoommachines

In 1795 werd Nederland bezet door de Fransen. De adel had de ruzie met de rijke burgers verloren en had geen macht meer. De Fransen veranderden Nederland in een modern land. Voor alle mensen golden dezelfde rechten en plichten. De rechtspraak, belasting en dienstplicht waren voor iedereen gelijk. En er waren nog meer veranderingen: iedereen kreeg een achternaam, oude maten en gewichten maakten plaats voor de kilo en de meter.

Wereldoorlogen

Nederland deed niet mee aan de Eerste Wereldoorlog. Toch hadden de inwoners van Voorne-Putten erg veel last van de oorlog. Er was namelijk steeds minder voedsel en brandstof. In 1940 raakte Nederland wel betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers bezetten het land en kwamen ook naar Voorne-Putten. Ze bouwden bunkers in de duinen en ze braken huizen af in de vesting van Hellevoetsluis. In 1943 zetten ze een groot deel van het eiland onder water, zodat veel mensen ergens anders moesten gaan wonen.

Televisie en Computers

De haven van Rotterdam was tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd door bombardementen. Na de oorlog werd de haven hersteld en uitgebreid. Het boerenland werd met enorme graafmachines veranderd in havens en industrieterreinen. Grote schepen kwamen met ladingen uit de hele wereld naar Rotterdam. Bedrijven bouwden fabrieken met hoge schoorstenen om bijvoorbeeld benzine van olie te maken. Er waren veel mensen nodig om in die fabrieken te werken. Zij kwamen op Voorne-Putten wonen, dus er moesten huizen, scholen en winkels worden gebouwd.