
2.000.000 – 10.000 voor Christus
Diep onder de grond liggen schelpen uit de periode dat deze streek een koude zee was. Ook kun je er de resten vinden van planten die hier groeiden toen het een tropisch moeras was. Het klimaat verandert voortdurend. Sinds mensenheugenis kent Voorne-Putten en Rozenburg een gematigd zeeklimaat met koele zomers en zachte winters. Duiken we echter in het verre verleden, dan blijkt deze streek afwisselend ijskoud en subtropisch warm te zijn geweest.
Lees meer »

Ca. 8.000 voor Christus
Het voedselrijke deltagebied trok zo’n 10.000 jaar geleden de eerste mensen die zich in leven hielden met vissen, jagen en het verzamelen van vruchten en eetbare planten. Zo’n tienduizend jaar geleden verkenden de eerste mensen het gebied dat het huidige Voorne-Putten omvat. De laatste ijstijd liep op z’n einde: het klimaat werd warmer en de dikke pakken landijs, die Europa deels bedekten, begonnen te smelten.
Lees meer »

Ca. 3.000 - 50 voor Christus
Boeren kwamen naar Voorne-Putten om graan te telen op het vruchtbare land. De grote boerderijen bestonden uit een woongedeelte en een stal met ruimte voor soms wel twintig koeien.Langs de kust van Voorne bood een duinenrij bescherming tegen het zoute zeewater, maar de duinen zorgden er ook voor dat het zoete regen- en smeltwater niet makkelijk kon wegstromen. Dat had grote invloed op het landschap.
Lees meer »

51 voor Christus – ca. 400
De Romeinen veroverden grote delen van Europa en belandden ook op Voorne-Putten. De lokale bewoners profiteerden van de aanwezige militairen, want ze dreven handel met ze.De tientallen opgegraven boerderijen uit de Romeinse tijd geven aan dat Voorne-Putten in deze tijd intensief werd bewoond. Akkerbouw en veeteelt leverden meer dan genoeg voedsel op: een deel kon worden verhandeld aan de hier aanwezige Romeinen.
Lees meer »

Ca. 700-837
Witla is alleen bekend uit oude archiefstukken. Niemand weet waar het plaatsje op Voorne-Putten lag, want het is vernield door de vikingen en verwoest door een overstroming. De Vroege Middeleeuwen (ca. 400 – 1000) worden terecht als de Duistere Middeleeuwen aangeduid. Er zijn slechts weinig schriftelijke bronnen uit deze tijd bewaard gebleven, dus het is moeilijk en vaak zelfs onmogelijk de gebeurtenissen uit deze periode te reconstrueren. Ook wat betreft Voorne-Putten tasten we, afgezien van wat schaarse lichtpuntjes, in het duister.
Lees meer »

Ca. 950-1372
Het waren de Heren van Voorne die het gebied tot ontwikkeling brachten. Zij gaven toestemming polders te bedijken, verleenden stadsrechten en lieten in Oostvoorne een kasteel bouwen. Omstreeks het jaar 950 schonk de Graaf van Holland het gebied Voorne aan één van zijn zonen. Het was het begin van de Heerlijkheid Voorne, een zelfstandig landje op de grens tussen Holland en Zeeland, dat ruwweg het huidige Voorne en Goeree-Overflakkee omvatte.
Lees meer »

1214-1314
Het Haringvliet ontstond omstreeks 1214 door een reeks zware stormen en overstromingen. De Heer van Voorne riep hulp in van Vlaamse monniken om verdere schade aan zijn land te beperken. De duinenrij die het vruchtbare land van Voorne beschermde raakte door een reeks zware stormen in 1214 zwaar beschadigd. Er volgden overstromingen waardoor de laaggelegen gebieden onder water liepen en het Haringvliet ontstond.
Lees meer »

Ca. 1261- ca. 1266
Jacob van Maerlant is de bekendste dichter uit de Middeleeuwen. Hij verbleef ruim vijf jaar op Voorne en schreef diverse boeken in de volkstaal, die veel gekopieerd en gelezen werden. Jacob van Maerlant groeide uit tot één van de belangrijkste middeleeuwse dichters, met een omvangrijk en indrukwekkend oeuvre. Zijn Nederlandstalige literaire verhalen, volksbijbel en encyclopedieën waren erg populair onder de adel en de gegoede burgerij.
Lees meer »

Ca. 1200 – 1600
Dijken beschermden het land tegen overstromingen. In 1355 bezegelde Machteld van Voorne de bedijkingsakte voor Oudenhoorn, waarna weer een stukje land kon worden ingepolderd. De eerste polders die omstreeks 1200 werden bedijkt waren klein en hadden een ringdijk. Voorbeelden hiervan zijn Heenvliet, Zwartewaal en Abbenbroek. Vanaf die polders werden nieuwe dijken gelegd, zodat er stapsgewijs steeds meer land werd ingepolderd. De latere polders waren groter en bovendien met rechte wegen en sloten veel planmatiger ingericht.
Lees meer »

1304 - 1456
De Heren van Putten regeerden over hun heerlijkheid vanuit het hofcomplex in Geervliet. Toen de heerlijkheid aan de Graaf van Holland was vervallen, verbleef de Ruwaard van Putten er. De Heerlijkheid Putten omvatte aanvankelijk het eiland Putten en delen van IJsselmonde, de Hoekse Waard en Flakkee. Door te trouwen met Aleyd van Strien wist de Heer van Putten, Nicolaas III, zijn grondgebied uit te breiden met Strijen, een deel van de Hoekse Waard en een stukje in Noord-Brabant (Klundert en Zevenbergen).
Lees meer »