
In de buurt van Brielle ligt Fort Penserdijk, hier de vestinggracht bij zonsondergang (foto: Taco Meeuwsen).

In de buurt van Brielle ligt Fort Penserdijk, hier de vestinggracht bij zonsondergang (foto: Taco Meeuwsen).
De oudste sporen
De bewoningsgeschiedenis van Hellevoetsluis gaat terug tot ongeveer 2500 voor Christus op basis van de tot nu toe bekende archeologische gegevens. Het gaat om vindplaatsen uit de Late Steentijd. Ook uit latere perioden van de prehistorie, de Bronstijd en de IJzertijd, zijn bewoningssporen bekend, evenals uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen, waarvan de tastbare resten, vaak gedetailleerd en verrassend goed geconserveerd, op talloze plaatsen in de bodem van Hellevoetsluis aanwezig zijn. Ook aan de jongere geschiedenis van de gemeente dragen archeologische gegevens bij. Denk hierbij aan de bedijkingsgeschiedenis, het ontstaan en de ontwikkeling van de vroegere dorpen Nieuw-Helvoet en Nieuwenhoorn èn aan de maritieme geschiedenis van Hellevoetsluis zelf.

Een impressie van de nederzetting 'Oosthoek' uit de dertiende eeuw, op de plaats waar nu de Ravense Hoek ligt (illustratie: Anja Pieké).

'De Jacht', één van de drie manshoge keramieksculpturen voor het Kunstenplan Ravense Hoek.
Scherven met een gezicht
Francine Bisscheroux werd geboren in 1964. Ze studeerde aan de Stadsacademie te Maastricht. Ze voltooide er zowel de richting plastische vormgeving als de richting monumentale vormgeving. Ze verwierf vervolgens stipendia van de Luxemburgse (1984) en de Oostenrijkse regering (1985). Na het afsluiten van diverse opleidingen in de lastechnieken, was Francine werkzaam als lasser in een constructiebedrijf en als lasinstructeur. Francine woont en werkt sinds 1990 in de gemeente Hellevoetsluis. Van 1992-1998 was zij lid van de kunstcommissie van Hellevoetsluis. De kunstenares is vooral bekend geworden met grote community-art projecten waarin de mozaïeksculptuur een belangrijke plaats inneemt. Zo realiseerde ze onder andere in 1993 samen met omwonenden de verfraaiing van het pleintje aan de Vuurdoorn in Hellevoetsluis. In 1994 werd aldaar ook de mozaïekzuil met keramiek en kikker onthuld. Daarna realiseert de kunstenares nog vele grootschalige mozaïekprojecten in Hellevoetsluis en daarbuiten. Meest recent is de oplevering van de bank ‘De Heren van Voorne’ in de Ravense Hoek te Hellevoetsluis.
Francine Bisscheroux-van Schoubroeck,
Havenhoofd en vuurtoren van Hellevoetsluis, litho, Frans Spuijbroek.
Beeldend kunstenaar, geboren te Nieuw-Helvoet op 8 april 1905, overleden te Dirksland op 22 mei 1986. De Nieuw-Helvoetse kunstenaar Frans Spuijbroek vervaardigde sinds de jaren dertig talloze etsen van lokale onderwerpen. Één van de grootste grafici die Hellevoetsluis heeft voortgebracht. Van de kunstenaar zijn veel vaardig en fijntjes getekende etsen, litho’s, tekeningen en gravures bewaard gebleven. Een deel daarvan behoort tot de kunstcollectie van de gemeente Hellevoetsluis.

P=XIII=, 45 x 45 cm

Brielle, Sint-Catharijnekerk, 15-15 cm
In Holland staat een huis
Beeldend kunstenaar Wim van Willegen woont en werkt in Hellevoetsluis. Hij werd bekend met zeefdrukken en tekeningen van bladmotieven. Later ook met een serie zeefdrukken die op heel eigen wijze de vesting van Hellevoetsluis in beeld brengen.
‘Rustige stadsbeelden in sterk grafisch handschrift, daarmee toont Wim van Willegen de karakteristieke plekjes van plaatsen als Hellevoetsluis, Brielle, Goedereede, Zaandam. Vereenvoudigde straatbeelden met een forse contour. De zeefdrukjes zien er verraderlijk simpel uit, maar zijn in werkelijkheid de optelsom van een groot aantal verschillende drukgangen, door de kunstenaar met zorg bij elkaar gezocht. De werkwijze past helemaal in het oeuvre van de kunstenaar die groot werd door klein te blijven’.
Wim van Willegen exposeerde op verschillende plaatsen. Werk van hem is in bezit van het Fries Museum, Leeuwarden, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Hellevoetsluis, SBK Zuid-Hollandse Eilanden, Kunstencentrum Zaanstad, bedrijven en particulieren.
Wim van Willegen Schudegge 9 3224 BP Hellevoetsluis 0181-310869 wimvanwillegen@hetnet.nloudigde straatbeelden met een forse contour. De zeefdrukjes zien er verraderlijk simpel uit, maar zijn in werkelijkheid de optelsom van een Verder lezen

'De bomen zijn weg, de sloten ook' door Kees van Rixoort en Bob Benschop, uitgave gemeenten Hellevoetsluis en Brielle, maart 2006, ISBN: 90-9019373-1
Tijdens het Actieprogramma Cultuurbereik Hellevoetsluis-Brielle, getiteld: V*E*T – Voorne’s Eigen Tijd, tekende auteur en historicus Kees van Rixoort de verhalen op van opvallende karakters die wonen of woonden langs de Rijksstraatweg tussen Brielle en Hellevoetsluis. Jur Snijders maakte de foto’s bij de interviews die tevens geïllustreerd werden met tal van historische opnamen. Historicus Bob Benschop assisteerde bij de samenstelling van de historie van de Rijksstraatweg. Een 140 pagina’s tellend boek met een indringende vertelgeschiedenis is het resultaat. In dit weblog van Voorne in Alle Staten gaan we de interviews van Kees van Rixoort samen met de illustraties opnieuw publiceren en bewaren voor het nageslacht.
Inleiding
Rond 1300 waren de middeleeuwse eilanden van Voorne-Putten slechts gedeeltelijk bewoond, want het moerassige gebied stroomde regelmatig over. Het water werd afgevoerd door de vele kreken die tussen de reeds ingepolderde gebieden liepen. Eén daarvan was de Goote, die een brede verbinding vormde tussen de Maas en het Haringvliet. Over de kreek werden mensen en goederen per schip vervoerd, terwijl de bedijking aan de oostelijke oever van de Goote door reizigers werd gebruikt om met wagens het eiland te doorkruisen. Die route is het prille begin in de geschiedenis van de Rijksstraatweg.

De Straatweg, afgerond in 1806, zorgde voor een blijvende verbetering van de infrastructuur.
Wout van Vugt
Door: Kees van Rixoort
Voorbij het Hellevoetse uiteinde van de Rijksstraatweg, een flink stuk door de poort, lagen ze. Vier mijnenvegers van de Koninklijke Marine. Op één van de schepen was Zaankanter Wout van Vugt actief. Dat was veertig jaar geleden, in 1963 en 1964. De korporaal elektromonteur vertelt over het vegen van zeemijnen in de Hollandse en Zeeuwse zeegaten, enkele hilarische wederwaardigheden en het Hellevoetsluis van toen. “De vier mijnenvegers hoorden in Den Helder, maar waren hier tussen 1958 en 1968 geplaatst om de Zeeuwse stromen en de monding van de Maas te ontdoen van zeemijnen. De zeegaten zouden immers worden afgedamd en explosies waren daarbij natuurlijk niet gewenst. We deden ons werk vanuit de haven van Hellevoetsluis; onze ligplaats was aan de Westkade, tegenover Uiterlinden. ’s Ochtends vroeg vertrokken we en ’s avonds kwamen we weer terug. De schepen werden dan aan de walspanning geknoopt en de bottelier ging aan de gang met de victualiën, die we van de marinekazerne betrokken. Iedere boot had een eigen kok – meer een duvelstoejager – en we aten aan boord.” Van Vugt zat al een paar jaar bij de marine, toen hij voor het eerst de haven van Hellevoetsluis binnenvoer. “Ik was vijftien jaar en acht maanden toen ik bij de marine kwam. Toen we hier gingen vegen, was ik 22, 23 jaar.”

Het wachtschip Douwe Aukes, een oude mijnenlegger van de marine, diende louter en alleen nog om in te kwartieren.
Frank Herzen (pseudoniem van: Frans Willem Hendrik van Emmerik 1933-2007) woonde en werkte vele jaren in Hellevoetsluis, alwaar hij ook op tal van gebieden heeft meegewerkt aan het culturele leven en aan de ontsluiting van de plaatselijke historie. Samen met zijn vrouw Anja C. Pieké was Frank Herzen een geziene en markante verschijning in de stad, niet zelden onderwerp van vurige polemiek vanwege zijn rol als gelegenheidsdichter voor de gemeente Hellevoetsluis. Zijn onschatbare belang voor de culturele gemeenschap in Hellevoetsluis, maar ook zijn onbaatzuchtige inspanningen voor bijvoorbeeld Scouting Nederland en zijn voortrekkersrol bij de introductie van het Japanse Go-spel in Nederland hebben ertoe geleid dat het Hare Majesteit behaagde Frank Herzen op 26 april 2002 te omhangen met de Koninklijke Versierselen. Hij werd Ridder in de orde van Oranje Nassau.

In de laatste jaren van zijn leven droeg de schrijver de tekenen van zijn vak op zijn Ierse wandelstok. Een kroontjespen met de inscriptie: 'Summo Jure' ('met het hoogste recht'). Foto: Taco Meeuwsen
De vestingsteden Brielle en Hellevoetsluis en de verdedigingslinie tussen beide plaatsen kenden verschillende ‘staten’. Zo was er bijvoorbeeld een staat van vrede, een staat van paraatheid, een staat van verdediging, een staat van oorlog en een staat van beleg. Voor elke ‘staat’ gold een andere mate van alertheid, een verschillende ‘alarmfase’ zoals we tegenwoordig zouden zeggen. Het projectenprogramma Voorne in Alle Staten wil de komende vier jaren met name deze verschillende ‘staten’ gebruiken als inspiratiebron voor veelzijdige en vernieuwende cultuurprojecten en initiatieven. De historie van de Linie van Voorne, en de weerslag daarvan in de landschap van het eiland vormen het inhoudelijke fundament voor de verschillende cultuuruitingen.

‘Een vesting in alle staten’, recent voltooid historisch onderzoek van Jan C. H. Jansen (bronnenonderzoek en tekst) en Anja Pieké (eindredactie en illustraties), beschrijft de verdedigingswerken Hellevoetsluis en de Linie van Voorne in de verschillende tijdvakken van onze geschiedenis. Het onderzoek vormt een bron van inspiratie voor verschillende cultuurprojecten, evenementen en cultuureducatieve trajecten.
Het boek ‘Een vesting in Alle Staten’ is aan te vragen via deze site.