Op naar de 142.000 inwoners

,,Wanhopig wachtte ik op het moment dat de torenklok haar twaalf slagen door de nacht zou laten klinken’’. Het is de uitspraak van één van de raadsleden van Nieuw-Helvoet die machteloos moest toezien dat het dorp onder dwang van Den Haag werd samengevoegd met Hellevoetsluis en Nieuwenhoorn. De gemeentelijke herindeling had al meer dan vijftien jaar in de lucht gehangen en was al die tijd door de drie gemeenteraden afwisselend gesteund en afgekeurd. Uiteindelijk ging de samenvoeging niet uit vrije wil: alle protest ten spijt drukte de regering het besluit genadeloos door en eindigde de viering van de jaarwisseling voor veel inwoners met een kater: een overgroot deel was allesbehalve blij met zijn nieuwe identiteit als Hellevoeter.

Dat nam niet weg dat er een grote, krachtigere gemeente ontstond, die het toenemend aantal wettelijke taken beter kon uitvoeren, en de uitdaging durfde aan te gaan om de megalomane plannen van Groot-Hellevoetsluis met 142.000 inwoners te realiseren.

 

Donderdag 29 november ontvouwde de gemeente Hellevoetsluis haar toekomstplannen. In het structuurplan werd ervan uitgegaan dat de gemeente in de daaropvolgende tien a vijftien jaar zou uitgroeien tot een stad van 44.000 inwoners. in het plan werden ruwweg de wegen en woonwijken ingetekend voor en stad die uiteindelijk zo'n 142.000 inwoners zou herbergen. Ten oosten van het Kanaal was het nieuwe centrum geprojecteerd, met onder meer het stathuis, postkantoor en treinstation.

Donderdag 29 november ontvouwde de gemeente Hellevoetsluis haar toekomstplannen. In het structuurplan werd ervan uitgegaan dat de gemeente in de daaropvolgende tien a vijftien jaar zou uitgroeien tot een stad van 44.000 inwoners. in het plan werden ruwweg de wegen en woonwijken ingetekend voor en stad die uiteindelijk zo'n 142.000 inwoners zou herbergen. Ten oosten van het Kanaal was het nieuwe centrum geprojecteerd, met onder meer het stathuis, postkantoor en treinstation.

Eerdere voorstellen

De eerste discussieronde om de drie gemeenten samen te voegen vond plaats tussen 1934 en 1936. De gemeente Hellevoetsluis zag in 1933 met het vertrek van de Rijkswerf de laatste grote werkgever vertrekken en had te kampen met een uittocht van inwoners. Het gevolg was een grote leegstand van woningen, een gebrek aan belastingbetalers en een gapend gat in de begroting. Aangezien de hele wereld in de greep was van een uitzichtloze economische crisis, was samenwerking met de buurgemeenten een laatste strohalm. Ook Nieuw-Helvoet had te maken met het vertrek van de marine, want officieren waren veelal uitgeweken naar de mooiere woningen die het dorp te bieden had. Ook Nieuwenhoorn stond welwillend tegenover het idee, maar er werd geen haast gemaakt. Door de Tweede Oorlog verdwenen de plannen voor lange tijd in de kast.

In 1951 werd er weer een balletje opgeworpen. De gemeenten kregen vanuit Den Haag steeds meer taken opgedragen, zodat de gemeentelijke diensten aanzienlijk moesten uitbreiden. In november 1951 werd er in de diverse gemeenteraden op gezinspeeld dat een gemeentelijk herindeling op den duur onvermijdelijk was. Hellevoetsluis was daar voorstander van, maar Nieuwenhoorn en Nieuw-Helvoet zagen het niet zitten om op te draaien voor de financiële problemen van Hellevoetsluis. Zo was negentig procent van de Nieuw-Helvoeters tegen het plan.

 

Ontwerpwet

In augustus 1956 viel bij alle gemeentebesturen totaal onverwacht een ontwerpwet op de mat. Het behelsde een aantal ingrijpende grenswijzigingen op Voorne. Zo zou het grondgebied van Brielle ten koste van Oostvoorne (270 ha), Vierpolders (165 ha) en Nieuwenhoorn (55 ha) worden uitgebreid. Met die uitbreiding was Brielle in staat nieuwe woonwijken buiten de vesting te realiseren. Het belangrijkste onderdeel van het wetsontwerp was echter de samenvoeging van Nieuwenhoorn, Hellevoetsluis en Nieuw-Helvoet. De twee dorpen zetten de hakken in het zand vanwege enkele bepalingen die in het ontwerp stonden opgenomen. Zo zou uit historische overwegingen het administratieve en culturele centrum in Hellevoetsluis worden ondergebracht. Dat leidde tot veel verontwaardiging, want het was niet alleen een belediging voor de (oudere) geschiedenis van de agrarische dorpen, het kwam er ook op neer dat beide gemeenten als ondergeschikt aan Hellevoetsluis werden beschouwd. Er werd dan ook niet meer gesproken over grenswijziging, maar over annexatie.

Uiteraard werden er bezwaren gemaakt, maar de ‘Wet tot herziening van de gemeentegrenzen op Westelijk Voorne’ passeerde de beide kamer zonder discussie. Op 25 juli 1959 werd de wet zonder stemming aangenomen.

 

De scheidend burgemeester Riedijk van Nieuw-Helvoet werd een complete douche-installatie aangeboden, want enkele weken eerder was zijn boerderij aangesloten op de waterleiding

De scheidend burgemeester Riedijk van Nieuw-Helvoet werd een complete douche-installatie aangeboden, want enkele weken eerder was zijn boerderij aangesloten op de waterleiding

Ontijdig einde

Tijdens de laatste raadsvergadering van de gemeenteraad van Nieuw-Helvoet op dinsdag 29 december 1959 omschreef de burgemeester het als een ‘ontijdig einde’. De opheffing werd in het dorp als een groot onrecht beschouwd. Een dag later vergaderde de raad van Nieuwenhoorn. Hier was de tegenstand tegen de samenvoeging een stuk minder. Ongetwijfeld was hierbij de rol van jhr. T.A.J. van Eysinga van invloed, want hij was zowel burgemeester van Hellevoetsluis als Nieuwenhoorn. Tijdens de laatste vergadering werd dan ook het standpunt verkondigd dat men vermoedde dat de herindeling zelfs te laat plaatsvond. Vanwege de sterke groei in de Botlek en de Europoort was het beter geweest het hele eiland tot een of twee gemeenten te fuseren. Daarmee konden de lokale belangen beter worden verdedigd tegen de havenuitbreidingen van Rotterdam. Voor de  Nieuwenhoornse wethouder Lesius ging de hele samenvoeging tot gemeente Hellevoetsluis zijn deur voorbij: door de grenswijziging zou zijn boerderij tot Briels grondgebied behoren.

 

Een nieuwe start

Op zaterdag 2 januari 1960 vond de eerste vergadering van de nieuwe gemeenteraad plaats. De Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, mr. J. Klaasesz, woonde deze bij en beëdigde jhr. T.A.J. Eysinga om hem vervolgens als eerste burgemeester van Hellevoetsluis te installeren. Hij kreeg de ambtsketting met het oude wapen van Hellevoetsluis omgehangen. In overleg met de Hoge Raad van Adel moest het wapen van de nieuwe gemeente worden vastgesteld. Het was slechts één van de vele honderden grote en kleine wijzigingen die moesten worden doorgevoerd.

De Drie Eilandenspelen

Gedurende de zomer van 1961 vonden tientallen sportwedstrijden plaats in het kader van de Drie Eilandenspelen. Deze regionale Olympische Spelen was een Hellevoets initiatief, dat door diverse sportverenigingen en de Sportraad Voorne-Putten en Rozenburg met enthousiasme werd begroet. In de geest van de Olympische Spelen zond ieder dorp zijn beste sporters als afvaardiging naar de selectiewedstrijden die in juni plaatsvonden. In augustus vonden de finales plaats. De eerste eilandenspelen waren een groot succes, waarna ze in 1965, 1967 en 1969 werden herhaald.

 

De spelen van 1961

De voorzitter van het ‘Comité Hellevoetsluis voor het houden van Drie-Eilandenspelen 1961′, de heer Van der Meer, sprak tijdens de eerste vergadering: ,,de sport is in onze streek een stiefkind, wij zijn een achtergebleven gebied, door de sportbonden verwaarloosd”. Met dit sportevenement hoopte hij dat het tij gekeerd kon worden. ,,Het moet leiden tot meerdere sportbeoefening door jong en oud, hetgeen zeer nodig is in deze tijd van atoombommen en andere dreigingen. Het individu dreigt op de achtergrond te raken, de mens kan juist in de sport zichzelf zijn en aldus de nodige ontspanning vinden.’

 

Het uitgangspunt was dat alle plaatselijke verenigingen toernooien zouden organiseren. Zo nam de VIZ het zwemmen voor haar rekening en organiseerde KDO niet alleen de turnwedstrijden, maar ook de atletiekonderdelen 1500 meter hardlopen, verspringen en hoogspringen. Daarnaast namen diverse verenigingen of personen het voortouw om voetbal-, volleybal- en korfbalwedtoernooien, een schietconcours, een paardenmanifestatie, een schaaktoernooi en een hengelwedstrijd te organiseren. Vervolgens vond vrijwel elk weekend wel ergens een wedstrijd plaats om het kaf van het koren te scheiden.

 

Op zaterdag 9 september vond de prijsuitreiking plaats in Zaal Waardenberg (Hazelbag), waarbij de vele tientallen medailles werden uitgereikt. Sporters uit Hellevoetsluis hadden maar liefst 18 gouden, 19 zilveren en 16 bronzen medailles veroverd. In het eindklassement stond Hellevoetsluis met 163 punten onaantastbaar bovenaan de ranglijst. Op de tweede plaats kwam Oostvoorne met 57 punten, derde was Heenvliet met 23 punten, Spijkenisse volgde met 17 punten en Brielle belandde met 16 punten op de vijfde plek.

 

De rozetten die de winnaars van het onderdeel paardrijde in 1961 ontvingen

De rozetten die de winnaars van het onderdeel paardrijden in 1961 ontvingen

De spelen van 1965

Iedereen was laaiend enthousiast over het evenement. De wens bestond om van de Drie Eilandenspelen een jaarlijks evenement te maken, maar toen Brielle in mei 1962 het verzoek kreeg het te organiseren, was het al te kortdag en gingen de spelen niet door. In 1963 voelde Spijkenisse er wel voor, maar kreeg het evenmin voor elkaar de organisatie tijdig op te zetten. Tenslotte ging in 1964 Oostvoorne aan de slag om het evenement in de zomer van 1965 te laten plaatsvinden. Ditmaal lag de nadruk op het op sportieve wijze met elkaar in contact brengen van de inwoners van verschillende plaatsen, en bovendien de wat minder bekende sporten onder de aandacht van het grote publiek te brengen.

Het aantal takken van sport was aanzienlijk uitgebreider en ook ook Hellevoetse sporters deden fanatiek mee aan handbal, atletiek, tennis, paardensport, voetbal, zeilen, judo, zeehengelen, schaken, kleiduivenschieten, badminton, volleybal, biljarten, dammen, korfbal, bridge en verschillende zwemonderdelen, zoals schoonspringen en waterpolo. Vanaf februari vonden de voorselecties plaats, in juni de toernooien.

Hellevoetsluis scoorde opnieuw goed, al oogstten de sportievelingen tijdens deze spelen voornamelijk zilveren medailles. Bij het volleybal werden de heren van IBIS door Spiva van Spijkenisse in de finale verslagen. Het Hellevoetse Bridgeteam Stolk en Korteweg behaalde met 171,12% de zilveren medaille, al was het verschil met de winnaars (171,42%) minimaal. Van alle tennis drong alleen mevrouw Advokaat uit Hellevoetsluis door tot de finale. Bij het dames enkelspel veroverde ze het zilver. Bij judo was de deelname sterker, vooral de jongens wisten verschillende prijzen binnen te slepen. R. Weijdema (jeugd 8-10) haalde zilver, W. Kleijkamp (jeugd 10-12) kreeg eveneens zilver, H. Volbeda en en H. de Rotte (beide jeugd 13-15) respectievelijk goud en brons. E. Verbaas haalde goud bij de senioren lichtgewicht en brons bij senioren middengewicht. Bij de zwaargewichten veroverde J.M. Ruyters het brons.

Verslag van de Drie Eilanden Spelen in 1965

Verslag van de Drie Eilanden Spelen in 1965

 

Bij de uitslagen van de andere takken van sport stonden de herkomst van de winnaar niet vermeld, zodat onbekend is wat de verdere verdiensten waren van de Hellevoeters. Bovendien zijn er in het Streekarchief en de Oudheidkamer geen foto’s, mededailles, aandenkenvaantjes of posters terug gevonden, zodat de oproep deze week is: bezit u nog aandenken aan deze grootschalige sportevenementen? Schenk deze voor de expositie of maak een scan voor de website.

 

De spelen van 1967 en 1969

In 1967 vonden de Drie Eilandenspelen plaats in Spijkenisse. Opnieuw konden basketballers, schutters, zeilers, tennissers, kleiduivenschieters, volleyballers, zwemmers, wielrenners, bridgers, tafeltennissers, hardlopers, handballers, turners en honkballers hun krachten in een onderlinge strijd meten. Door de organisatorische problemen, die wel vaker met een dergelijk evenement gepaard gaan, kon voetbal geen doorgang vinden. Een groter probleem was het grote financiele tekort na afloop. Dankzij te dure prijzen en medailles was er een tekort van bijna 800 gulden.

In 1968 gaf Brielle daarom te kennen de spelen in 1969 voor haar rekening te willen nemen, maar wel met de voorwaarde dat er een betere begroting werd opgesteld door de organisator Stichting Eilandengemeenschap. Bovendien werd het geheel teruggebracht tot een sportweek, zodat de Drie Eilandenspelen al een stuk ingetogener waren. In 1972 organiseerde Brielle het evenement als onderdeel van de 1-aprilviering, en dat was de laatste editie van De Drie Eilandenspelen.

Annet Steggerda deed in 1961 mee aan de Drie Eilandenspelen en won goud bji het hoogspringen, zilver met het verspringen en brons met 60 meter hardlopen.

Annet Steggerda deed in 1961 mee aan de Drie Eilandenspelen en won goud bji het hoogspringen, zilver met het verspringen en brons met 60 meter hardlopen.

De achterzijde van de drie medailles

De achterzijde van de drie medailles