Een halve meter ingeklonken modder

R. Dijkxhoorn

Door: Kees van Rixoort

Luctor et emergo. De strijd tegen het water is een strijd van eeuwen. Het water, in wezen een goede vriend, kon verwoestend en zonder genade toeslaan. Dijken konden de golven niet altijd keren en hele stukken land - vruchtbare polders met boerderijen en nederzettingen – moesten worden prijsgegeven. Doorgaans kwam het water uit het westen, voortgedreven door hevige winden. Maar er is in ieder geval één uitzondering: het water dat in 1944 over Voorne kwam. Dat water kwam uit het oosten. In 1944 zetten de Duitsers de polders onder water. Het Derde Rijk stond er niet rooskleurig voor en de vrees voor geallieerde acties was meer dan gerechtvaardigd. Door het land te inunderen dachten de Duitsers een stokje te steken voor de landing van vijandige vliegtuigen. In het najaar van 1944 stond meer dan de helft van het eiland onder water. Dorpen als Hekelingen, Nieuw-Helvoet en Oudenhoorn werden bijna volledig geëvacueerd. Vanuit Nieuw-Helvoet evacueerden 2146 mensen. Ze kregen onderdak in de omgeving – Brielle, Rockanje, Hellevoetsluis, Nieuwenhoorn en Oostvoorne – maar er was ook gastvrije opvang in verre oorden als Groningen.

Rijksstraatweg_boek_Pagina_044

‘Dijkshoorn’, na de oorlog speciaalzaak voor lingerie geworden (foto: Jur Snijders).

Verder lezen

‘Een papieren raadslid ben ik nooit geweest’

mevrouw G.M. Touw-Gebuis

door Kees van Rixoort

Ouwe koeien uit de sloot halen, is dat leuk? Eigenlijk wel, vindt mevrouw G.M. Touw-Gebuis: “Kom maar langs.” Ze staat erom bekend dat ze haar mening niet onder stoelen of banken steekt en dat ze vasthoudend van aard is. Het eerste blijkt direct, reeds tijdens het korte telefoongesprek om een ontmoeting te arrangeren. “Toen ik hier kwam wonen had je Hellevoetsluis, Nieuw-Helvoet en Nieuwenhoorn”, klinkt het uit de hoorn. “In totaal woonden er 8600 mensen. Drie kleine dorpjes, die in 1960 werden samengevoegd tot één gemeente. Samen zou ’t een stuk voordeliger worden. Nou, forget it.” Haar huis ligt mooi verscholen achter het forse groen. De drukke Rijksstraatweg is dichtbij, maar door die bomenbarrière ook veraf. “Mijn huis is een soort nestje”, zegt mevrouw Touw, terwijl ze haar knusse woonkamer laat zien. Ze wijst op twee ingelijste documenten aan de muur – boven een antiek bureautje – en gaat koffie zetten. “Dat heb ik ervoor gekregen”, laat ze op de drempel nog even weten. Links hangt een koninklijke onderscheiding, rechts het certificaat dat bij de gemeentelijke erepenning hoort. Mevrouw Touw-Gebuis is zestien jaar gemeenteraadslid geweest, blijkt uit het deftige epistel achter glas. Van 1966 tot 1982, de tijd dat Hellevoetsluis ongekend groeide.

Rijksstraatweg_boek_Pagina_050

Een echte straatweg, met veel lommer.

Verder lezen

Vijf bommen op een rij

Luuk Troost

Door: Kees van Rixoort

Het vroor de hele maand. Zo koud was het, dat m’n handen vastvroren aan de kolenmand, zo’n metalen ding. Binnen, bij de hete kachel, lieten ze pas weer los.” Luuk Troost noemt de strenge winters allemaal op. De oorlogswinters, 1956, 1963, het drietal 1985, 1986 en 1987. Maar de winter aller winters was die van 1946-1947. “Van 16 december tot 10 maart stond ik op het ijs. Daarna hadden we een zomer met één enkelt regenbuitje.” Troost (76) houdt van de winter en rijdt – als de temperaturen goed onderuit gaan – nog altijd zijn rondjes over het ijs. Bij het fort aan de Noorddijk of bij de Hellevoetse vesting, het is maar net hoe de wind staat. In beide gevallen moet hij een eindje de Rijksstraatweg op, naar rechts of naar links. Luuk Troost woont tussenin. Hij is al meer dan driekwart eeuw een Nieuw-Helvoeter, tenminste zo voelt hij het. Nee, een Hellevoeter zal Troost nooit worden. “Hellevoetsluis was arm na de oorlog en Nieuw-Helvoet en Nieuwenhoorn waren rijk. Toen zijn de gemeentes samengevoegd en heeft Hellevoetsluis ons geld en onze grond ingepikt. Zo voel ik dat.”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_058

Een sloot, een rij met bomen, een klinkerweg, weer een rij met bomen en weer een sloot - dat was de Rijksstraatweg.

Verder lezen

Een levendige straat met een ordentelijke middenstand

Lena Wageveld

Door: Kees van Rixoort

De oude Petrus verkocht manufacturen en ondergoed. Dan had je bakker Nierop, die ook een klein kruidenierswinkeltje dreef. En natuurlijk het café van vrouw Waardenberg. “Wat nou Hazelbag is. Je kon er dansen op zaterdag- of zondagavond. Ik ben er ook wel geweest, maar niet te dikwijls. Verder had je weinig vertier hier.” Lena Wageveld, meisjesnaam Groeneveld, loopt in haar meer dan acht decennia omspannende geheugen de straatweg langs. Althans, het deel vanaf de Ossekop richting Hellevoetse vesting. Soms moet ze even nadenken. Dan sluit ze haar ogen voor een moment. Maar ze weet alles op te diepen, de hele ‘straatwegt’. “Felman, de garage. De Chinees was nog een boerderij. Nog een garagebedrijf: Roeloffs. Tieman, de opticien – ja, die was er al in 1926, hij had z’n pand net gebouwd. Daarnaast schilder De Bie. Dan kreeg je vrouw Belonje, waar later Dijkxhoorn kwam. En kapper Van Keekem, het ‘nieuwsblad’”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_066

Een van de talloze boerderijen tussen Brielle en Hellevoetsluis.

Verder lezen

Weg is het dorpsgezicht

Piet Schrier

Door: Kees van Rixoort

“Weet je ’t Zwaantje?” Hij kijkt vragend en indringend tegelijk. “Dat is de grens tussen Nieuwenhoorn en Hellevoet. Tot daar hebben ze de Rijksstraatweg helemaal opgeknapt. En verder zijn ze niet gegaan. Gek, Napoleon is toch ook niet zomaar ergens gestopt toen hij die weg aanlegde. Nee, die deed het hele eind. Van Den Briel naar Hellevoet.” Hij wil maar even zeggen: voorbij ’t Zwaantje is alles dik in orde, maar hier, aan de Nieuwenhoornse kant, is het slecht gesteld met de Rijksstraatweg. Allemaal voegen. En hier en daar veel te smal. “Op sommige plaatsen is hij nog net zo breed als Napoleon ‘m heeft aangelegd.”

Piet Schrier kan het weten, want hij heeft ruim 42 jaar van zijn leven aan de Rijksstraatweg gewoond. Op nummer 225, vanaf de dorpskern even voorbij het gemeentehuis en de school. Toen Schrier en zijn vrouw het huis betrokken – “Iedereen verklaarde ons voor gek om zo’n huis te kopen” – was de weg nog een streep. Een streep in een leeg landschap. Een enkele lijn onder een hoge hemel.

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_074

De grens tussen Nieuwenhoorn en Hellevoet.

Verder lezen

De Russen vlogen uit de bocht, met paarden en al

Lammert Looy

door Kees van Rixoort

Bijna was Nieuwenhoorn het einde van de wereld geweest. De Rijksstraatweg, min of meer de levensader van het dorp, zou abrupt worden afgekapt en de doorgaande route moest gaan lopen via de Nieuweweg. De hoge heren hadden het zo bedisseld. Maar met de middenstand van Nieuwenhoorn hadden ze geen rekening gehouden. Die zette zich schrap, verzamelde de middelen om een advocaat in de arm te nemen en wist de vermaledijde afsnijding tegen te houden. Zo bleef het dorp tussen Den Briel en Hellevoet een onderdeel van de dynamische wereld. “Anders was het hier een afgesloten gebied geworden”, zegt timmerman Lammert Looy jaren na de actie tegen de hoge heren. “Die weg heeft altijd een belangrijke rol gespeeld voor het dorp. Als je die gaat afsluiten, ben je echt verkeerd bezig.” Looy kijkt door zijn raam naar buiten en ziet een grote vrachtwagen met aanhanger op de Rijksstraatweg voorbij denderen. “Zie je dat bord daar? Niet meer dan 3,5 ton, staat erop. Je ziet het, er wordt echt nooit naar gekeken.”

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_082

Het dorp Nieuwenhoorn aan de Rijksstraatweg

Verder lezen

Vijftig Flakkeeërs in tweepersoonsbedden

Mevrouw S. Langendoen

Door: Kees van Rixoort

“In 1898 is het café afgebrand. Of dat helemaal was, weet ik niet. Maar in 1899 is het al weer opgebouwd.” Mevrouw S. Langendoen – Bouwman kent de jaartallen zo goed, omdat ze in het halletje op een ingemetselde steen stonden. Later verdween die herinneringssteen achter modern timmerwerk, maar de brand en wederopbouw bleven in haar geheugen. In ieder geval de bijbehorende jaartallen. De Kroon is na de herrijzenis van ruim een eeuw geleden nooit meer verdwenen. Nog altijd staat hij fier langs de Rijksstraatweg, min of meer midden in Nieuwenhoorn. Groot en hoekig, een verdwaalde vreemdeling in een nietig dorp. Maar, toevallige en wellicht wat oppervlakkig kijkende passant, vergis u niet! De Kroon was en is een ontmoetingspunt voor het dorp, een rustpunt voor reizigers aan de lange weg van vesting naar vesting, een domicilie voor gasten uit tal van windstreken en een uitvalsbasis voor een dagje vertier op het enkele kilometers westwaarts gelegen Noordzeestrand. Foto links: De Kroon in lang vervlogen tijden.

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_088

De Kroon in lang vervlogen tijden.

Verder lezen