• Van Mond tot Mond: Rotterdam Tramweg Maatschappij
  • Geen categorieën

RTM, Rotterdam Tramweg Maatschappij

Uitwerking gesprek(ken) met o.a mevrouw Jopie van Driel- van der Voorde  (Woensdag 2 februari 2011).

 Tramstation de Ruy

Tramstation De Ruy te Oostvoorne 1965  

RTM, Rotterdam Tramweg Maatschappij

 

Het verlengde van de Stationsweg, De Ruy, werd vanaf 1906 gekenmerkt door een tramstation waar de tram vanuit Rotterdam,   en in de zomer, richting het strand van Oostvoorne passeerde. Bij dit perron was een remise. De wagons die hierop stil stonden werden door de kinderen uit de buurt gebruikt als ‘speelhuisjes’. Hier speelden zij spelletjes als verstoppertje. Als de locomotieven op dit perron ‘stoom af bliezen’ dansten de kinderen hierin rond. Bij het perron bevond zich ook een stationsgebouw waar men een biertje kon drinken en eventueel wachten op het trammetje.

Koloniehuis

Koloniehuis  ‘Ons Genoegen’ ca. 1930    

Aan de overkant van de huidige Ruy ( tegenover de ABN-AMRO Bank) woonde de familie Moerman, deze had een kolenhandel aldaar In de tijd dat er nog locomotieven over de tramrails reden was dit dus erg handig dat zich een kolenboer zo dicht bij een perron bevond.

De tram, ook wel het “Moordenaartje” genoemd, bracht in de zomer de badgasten naar het strand en als het erg sneeuwde of vroor, de jeugd naar het voortgezet onderwijs in Brielle en Rotterdam. Er reed ook een stoptram, deze bleef onder andere in Brielle langer stilstaan.

 

In de zomer kwamen de zogenoemde ‘Bleekneusjes’ met, onder andere, de tram naar Oostvoorne. Dit waren Rotterdamse kinderen die wel een frisse neus konden gebruiken. Zij verbleven onder andere in Oostvoorne in de ‘koloniehuizen’. Een voorbeeld van zo een koloniehuis is “Ons Genoegen”. Dit huis bevond zich waar het huidige Medisch Kinderziekenhuis staat, aan de Noordweg te Oostvoorne.

 Trap

Betonnen trap naast Van Marion 2011

Veel Rotterdammers kwamen (en komen nog steeds) vakantie vieren op het kampeercentrum “Het Kruininger Gors”.  Een rede van de populariteit van deze vakantie was de zee, die destijds reikte tot het Gors en overging in de Brielse Maas. Door het plaatsen van de eerste dam lag het Gors niet meer aan open zee maar aan het  Brielse Meer en door het plaatsen van de tweede dam ontstond het Oostvoornse meer. Jopie van Driel herinnert zich de boot die aanlag aan de steiger aan de boulevard ongeveer ter hoogte van de Zwartelaan voordat de Dam werd geplaatst. Tegenover het hotel ’t Wapen van Marion kun je met een trap langs de boulevard naar beneden lopen, naar het  “Het Groene Strand”. Hier zijn nog steeds de ‘zuurkoolstenen’ te zien waar Jopie nog met haar vriendje overheen liep. Waar je nu een enorm landschap ziet was vroeger de zee, die reikte tot deze ‘zuurkoolstenen’. Deze noemt Jopie zo omdat ze erg leken op de stenen die men vroeger gebruikte bij het afdekken van de eigen gemaakte zuurkool.

Bij het hotel Van Marion zijn de oude stenen van de Stationsweg te zien. Deze zijn verwerkt aan de rand van de parkeerplaats tussen stoep en parkeerplaats. Ze lijken haast helder blauw. ‘Ze waren niet ruw, maar leken net gepolijst’ zo vertelt Jopie.

stationsstenen

Stationswegstenen bij parkeerplaats Van Marion 2011

 Muziektent

Muziektent dorpsplein Oostvoorne ca. 1928

Een feest in de jaren 50 waar veel van deze vakantiegangers van het Gors op afkwamen was de “Winkelweek”. Dit was een week in augustus die in het teken stond van muziek en feest. Onder andere de Stationsweg werd verlicht door een heleboel lampjes  en versierd met vlaggetjes waaraan de vader van Jopie meehielp. Tijdens deze week was het zo druk in het centrum van Oostvoorne dat men niet eens kon oversteken van Café Centraal naar hun huis, Stationsweg 5. Ook speelde de Volharding tijdens deze week in de muziektent die toen nog stond op het dorpsplein.

Vader van Jopi

In het huis Stationsweg 5 had haar vader een winkel met lampen, pannen, spiegels, radio’s en na 1954 ook televisies. Zij moest in de winkel helpen, maar deed dit niet graag omdat zij niet net als haar vader een goede verkoper was. Haar vader was ook elektricien en moest tijdens tweede wereldoorlog van de Duitsers het koperdraad uit de elektriciteitspalen knippen. Hierbij klom hij, net als vele andere elektriciens, met ijzeren pinnen zgn. “schaatsen” aan zijn schoenen boven in de palen. De Duitsers gebruikten deze koper om te smelten tot nieuwe munitie.

Op een avond, tijdens het eten, kwam een dronken Duitse soldaat achter om gelopen bij haar thuis. Hij vroeg naar de stapel koper die haar vader achter in de tuin had liggen. Terwijl haar vader de Duitse soldaat met praatjes afleidt, gaat de soldaat op het aanrecht zitten, ongemerkt in het bordje hutspot van haar zusje. Toen hij vervolgens weer opstond plakte dit prakje nog aan zijn lederen broek. Hij liep weg via het slop waar haar vader het prakje later terug vond.

Van Mond tot Mond