• Jong voor Oud
  • Geen categorieën

Bewoners van Voornesteyn vertellen van vroeger

Door: Nina ten Dam en Lorenzo Koppenaal

In de week van 7 juni t/m 11 juni hebben leerlingen uit 3GT (VMBO) van het Helinium te Hellevoetsluis een maatschappelijke stage gevolgd. Ons groepje, bestaande uit Romy, Lieneke, Lorenzo en Nina, heeft het project gekozen dat door ‘Voorne in alle Staten’ en stichting Push wordt verzorgd. In dat project mochten wij ouderen interviewen over Hellevoetsluis, over vroeger en wat er allemaal veranderd is.

De molen van Middelharnis

Dinsdagmiddag zijn we op bezoek gegaan bij de dagopvang van Voornesteyn. Daar hebben we met mevrouw N. gepraat. Zij is in Middelharnis geboren, maar later naar Hellevoetsluis verhuisd voor het werk van haar man. Veertig jaar heeft ze in de Vogelbuurt te Nieuw-Hellevoet gewoond. Ze vond het erg jammer dat de sportvelden zijn bebouwd, want ze kon vroeger met mooi weer vanuit haar raam de molen in Middelharnis zien. Maar door de komst van de sportvelden en de hoge bomen was dat niet meer mogelijk. Haar man was kapper en zij heeft altijd huishoudelijk werk gedaan. Ook had ze een volkstuin waar ze haar eigen groente verbouwde.

Kleine winkeltjes

De huizen waren vroeger wel kleiner dan nu en hadden vaak ook een bedstede waarin ze als kind ook nog fijn in heeft geslapen. ‘Als je zelf een huis gaat kopen, dan wil je dat toch niet meer’, vertelde ze. Daarom is deze mevrouw ook wel blij dat ze in deze tijd leeft. Want toen zei klein was, waren er (althans in Hellevoetsluis) geen opvanghuizen, bejaardenhuizen of verpleeghuizen. Wel kon ze zich nog iets herinneren van oude mannenhuizen en het ziekenhuis in Dirksland. Wat we ook wel opmerkelijk vonden, is dat mevrouw N vertelde dat er vroeger totaal geen buitenlanders in Hellevoetsluis waren. Terwijl er nu juist best veel zijn. ‘De enige mensen uit het buitenland waren de eigenaren van kleine winkeltjes, wat vaak joodse mensen waren’, vertelde ze. Na de oorlog werd het dit minder, ook al was de oorlog in Hellevoetsluis niet zo heel erg.

Bewoners van Grootenhoek vertellen van vroeger

Door: Nina ten Dam en Lorenzo Koppenaal

In de week van 7 juni t/m 11 juni hebben leerlingen uit 3GT (VMBO) van het Helinium te Hellevoetsluis een maatschappelijke stage gevolgd. Ons groepje, bestaande uit Romy, Lieneke, Lorenzo en Nina, heeft het project gekozen dat door ‘Voorne in alle Staten’ en stichting Push wordt verzorgd. In dat project mochten wij ouderen interviewen over Hellevoetsluis, over vroeger en wat er allemaal veranderd is.

900 kilometer te voet

We zijn ook nog naar de Grootenhoek geweest, waar we eerst meespeelden met een quiz. Later mochten we met meneer Kraaienveld praten. Hij is in Brielle geboren, en is pas naar Hellevoetsluis verhuisd toen hij naar het verpleeghuis Grootenhoek ging. Dat was nadat zijn vrouw overleed. Meneer Kraaienveld kon heel goed vertellen over Brielle. In de oorlog is hij opgehaald, en naar Duitsland getransporteerd. Gelukkig is hij daar niet vastgehouden en zag hij kans om naar huis te vluchten. ‘Ik heb 900 kilometer op blote voeten terug naar huis gelopen’, lachte hij. ‘Overal lag puin en steen van de oorlog, dus dat liep niet erg lekker’. Onderweg sprokkelde hij overal eten vandaan. ‘Omdat de Engelse soldaten in het noorden zaten, en omdat je daar geen eten van kreeg, besloot ik maar om naar het zuiden te gaan, waar de Amerikanen zaten’, vertelde meneer Kraaienveld. Daar eindelijk aangekomen, waren er inderdaad Amerikanen die wat royaler met eten waren. Ook werkte hij overal waar het kon bij boeren. Daar bleef hij dan een paar dagen slapen, en werkte er hard. Hij verdiende er 5 cent per dag mee. Wat in die tijd eigenlijk al een redelijk bedrag was.

Landmeten en baggeren

Toen hij weer terug was in Brielle heeft hij nog enkele jaren gewerkt bij zijn vader, die rietboer was. Maar later besloot hij toch om verder te studeren. Iedere avond, zeven dagen per week tot één uur ’s nachts, doorleren voor baggeruitvoerende en landmeetkundige (deze beroepen komen nauwelijks meer voor). Later toen hij klaar was, vond hij het nog heerlijk om op een woonboot te wonen. Ook later met zijn gezin vond hij het heel fijn om te gaan varen. Hij is met de boot overal in Nederland geweest, maar nooit meer de grens over. Ook vertelde hij dat vroeger de feesten niet zo erg waren als nu. Alleen kerst werd gevierd, maar dan ging het meer om het bij elkaar zijn en goed eten. ‘Niet om de cadeaus. Sinterklaas werd in die tijd ook nog niet zo groot gevierd’. Verder vertelde meneer Kraaienveld het volgende: ‘De haven was vroeger groot en erg belangrijk, nu is dat wel minder geworden. Er waren niet zoveel winkels en uitgaansgelegenheden, de straten waren rustiger, minder goed ingericht dan nu. Huizen waren in een wat slechtere staat als je dat vergelijkt met tegenwoordig. Het liefst zou ik in deze eeuw geboren willen worden’.

Bewoners van De Rozenhoek vertellen van vroeger

door: Nina ten Dam en Lorenzo Koppenaal

In de week van 7 juni t/m 11 juni 2010 hebben leerlingen uit 3GT (VMBO) van het Helinium te Hellevoetsluis een maatschappelijke stage gevolgd. Ons groepje, bestaande uit Romy, Lieneke, Lorenzo en Nina, heeft het project gekozen dat door ‘Voorne in alle Staten’ en stichting Push wordt verzorgd. In dat project mochten wij ouderen interviewen over Hellevoetsluis, over vroeger en wat er allemaal veranderd is.

Op maandag hebben we eerst een afspraak gemaakt het Nathaly van der Wielen in het gemeentehuis. Zij is de prokectleider van ‘Voorne in alle Staten’. Met haar hebben we gepraat over de website www.voornewiki.nl waar onze gesprekken op komen te staan. Daarna volgden wij in de studio van Omroep Voorne een workshop Journalistiek door journaliste Jelle Gunneweg van Radio Rijnmond.

De Rozenhoek

Dinsdagmorgen zijn we eerst naar De Rozenhoek in Nieuwenhoorn gegaan. We zaten aan de koffietafel samen met een aantal ouderen mensen die enthousiast aan het vertellen was over hoe zij vroeger leefden. We begonnen een gesprek met mevrouw Wielman, die niet in Hellevoetsluis geboren is, maar is opgegroeid in Maassluis.

Koffiegesprek

Tijdens het gesprek zaten we lekker aan de koffie met koekje erbij natuurlijk. Mevrouw Wielman is naar Hellevoetsluis verhuisd, omdat haar dochter er ook woont. Het huis waarin ze woonde, is jammer genoeg afgebroken. Ze vertelde dat ze het al een grote verandering vind hoe de kinderen tegenwoordig spelen. Toen zij nog klein was, ging ze iedere dag in de wei rennen, met de hoepel spelen, stelten lopen, ballen en buslopen. Bovendien was het ook veel veiliger op straat dan nu. Dat komt door het toegenomen verkeer. Ook waren er toen gaslichtjes ‘s avonds die met de hand werden aangestoken.

Vier gulden huur

Het gezin Wielman had niet veel geld te besteden, Haar vader was werkeloos. Ze kregen wel 11 gulden steun per maand. Van de 11 gulden, ging al 4 gulden naar de huur van het huis. Daaraan is trouwens wel te zien dat de huren gigantisch zijn gestegen de afgelopen 70 jaar. Maar het was ook heel gewoon als je al als jongere ging werken, en dat de opbrengst daarvan voor het gezin was. Mevrouw Wielman moest op haar 15e al aan de slag. Ze ging werken in de fabriek waar ze spreien moest maken. Ze moest het nog wel allemaal leren, dus naaide in het begin vaak haar vingers aan elkaar.

De schillenboer aan de deur

Later kreeg haar vader nog wel wat thuiswerk, pakketten inpakken. Mevrouw Wielman hielp dan na haar werk mee. Als er een financiële meevaller was, dan werd er wel eens een zak olienoten (pinda’s) gekocht. Die werden gepeld en opgegeten, en dat was echt een groot feest! Verder kreeg ze als kind ook geen zakgeld, alleen eens in de zoveel tijd 1 cent, waarvan ze snoep kocht. Echte winkelcentra zoals nu waren er toen nog niet. Hier in Hellevoetsluis kwamen later wel een kaasboer en een minisupermarkt. Maar er kwamen ook veel verkopers aan de deur zoals; de melkboer, de bakker, de schillenboer enzovoorts.

Watersnoodramp

Vroeger was het ook niet gewoon dat heel je kamer vol met speelgoed lag, zoals je nu ziet bij alle kinderen. ‘Wij maakten van groente speelgoedmannetjes en wagentjes’, vertelde mevrouw Wielman. Ook gingen ze graag naar het kleine strandje van Hellevoetsluis, bij de Vesting en naar het natuurgebied wat ‘De Zwarte Hoogte’ heette. Later deed ze met haar drie kinderen ook graag dit soort activiteiten. Op haar 19e was ze al getrouwd, maar helaas stierf haar man al snel. Dat gebeurde tijdens de watersnoodramp.

De werkster aan huis

Later die ochtend spraken we met mevrouw Langedoen-Hoogvliet. Zij werd geboren in Rockanje, maar is voor haar gezondheid later naar Hellevoet verhuisd. Haar verhaal leek wel wat op de jeugdervaringen van mevrouw Wielman, alleen hadden zij het thuis iets breder. ‘Er kwam regelmatig een naaister en een werkster bij ons thuis’, aldus mevrouw Langedoen-Hoogvliet.

De vroegere gasfabriek

Ook Mevrouw Meteeteman zat aan de tafel. Zij was wel in Nieuw-Hellevoet opgegroeid. Ze kon ons ook veel vertellen over het ‘oude’ Hellevoetsluis. ‘Als je het vroeger over Hellevoetsluis had, dan ging het om alleen het vestinggedeelte’, legde mevrouw Meteeteman ons uit. ‘Pas in 1960 is er besloten dat Hellevoet moest groeien en dat er meer bij moest worden gebouwd. Vanaf die tijd werden de drie dorpen voor het eerst Hellevoetsluis genoemd. Wat voorheen Nieuwenhoorn, Nieuw-Hellevoet, Vlotbrug en Hellevoetsluis (de Vesting) heette, is nu Hellevoetsluis’. En ook dat vroeger de gasfabriek, die in de vesting stond, zorgde voor alle straatverlichting. Hellevoetsluis is vroeger ook nog heel belangrijk voor de Marine en de scheepsvaart geweest. Als je nu door de vesting loopt, dan zie je daar ook nog veel dingen die er van over zijn gebleven. In 1934 is de Marine uit Hellevoet weg gegaan. Mevrouw Meteeteman kon zich nog goed herinneren waar ze gewoond had, ook al is dat huis nu gesloopt. Het grappige vinden wij zelf dat wij daar regelmatig langs kwamen, toen haar huisje er nog stond. We hebben zelf kunnen zien hoe haar oude huisje is vervangen door een megagrote en luxe villa.

Aan het gesprek deden ook nog wat andere senioren mee, die het erg gezellig vonden om mee te praten, maar die niet zo veel van Hellevoetsluis wisten. Maar ze hebben het er wel allemaal heel erg naar hun zin. Alles wat ze nodig hebben, vinden ze hier in Hellevoetsluis. Ze waren vol met complimenten over dit grote dorp en vinden dat ze heel erg goed verzorgd worden in de Rozenhoek. Hellevoetsluis mag daar best trots op zijn!