• Beeldende kunst Brielle
  • Geen categorieën

Een lege plek

Bij ons thuis hadden we geen echte kunst aan de muur. Wel kunst van het eenvoudige soort. ‘Huiskamertjeskunst’ noem ik dat tegenwoordig voor het gemak, maar ik besef dat zo’n terminologie enigszins denigrerend is, dus ik zal de naam veranderen in kunst van het eenvoudige figuratieve genre. Ik bedoel: tuintjes met kippen, genrestukjes, ondergaande zonnen, sneeuwlandschapjes,  bloemstillevens…  enz. De onderwerpen mogen burgerlijk en voorspelbaar zijn, maar bedenk: er waren ooit kunstenaars zoals de vroege Mondriaan, Kees Verwey, de Marissen en anderen die er beroemd mee zijn geworden. Het onderwerp is bij hun dan wel onderschikt aan de knappe techniek, de stijlperiode en de originele visie op de werkelijkheid, maar toch!

Stilleven met Keulse pot en lampionplant, gouache, Martinus Middelhoek

Verder lezen

Johannes van Westenhout (1754-1823)

Johannes van Westenhout (1754-1823)

Door: Marijke Holtrop (hoofd Historisch Museum Den Briel)

Portret van Johannes van Westenhout (Collectie Historisch Museum Den Briel; inv nr 3722)Johannes werd in 1754 geboren in Brielle, in een huis aan de Kapoenstraat, tegenwoordig Voorstraat 66. Zijn vader was David van Westenhout, een gerespecteerd Briels timmerman die in 1774 tot  “stadsfabriek” van Brielle werd benoemd. De stadsfabriek was de functionaris die namens de gemeente optrad wanneer bouwwerken aanbesteed moesten worden.

 Johannes van Westenhout werd door zijn omgeving gezien als een van de belangrijkste architecten van zijn tijd. Hij werkte voor het grootste deel in de Lodewijk XVIe stijl. Later ontwierp hij meer in de Neo-classicistische stijl.

Zijn carrière laat zich als volgt samenvatten:

 1776  Aangesteld als bouwopzichter bij de verbouwingen aan het Binnenhof in Den Haag. Betrokken bij de bouw van een nieuwe stadhouderlijke vleugel. Deze vleugel heeft tot eind 20ste eeuw de Tweede Kamer gehuisvest.

 1777  Begint militaire opleiding.

 1786  Benoemd tot Extra Ordinaris Ingenieur bij het leger en geplaatst bij de Directeur van ’s Lands Fortificatiën, een bureau dat zich bezighield met de aanleg en het onderhoud van de vestingwerken in Nederland.

 1793  Directeur-generaal van ’s Lands Fortificatiën. Verdedigingslinies werden onder zijn verantwoording aangelegd.                                                                         

1795  Neemt ontslag na de Franse invasie.

1802  Aanvaarding van de functie van tweede commissaris bij het “Departement van Oorlog voor de  Dienst van de Vestingwerken”.

1806  Door Lodewijk Napoleon aangesteld als Inspecteur-Generaal van ’sRijksgebouwen (vergelijkbaar met de tegenwoordige Rijksbouwmeester).

1807  Zitting in de Commissie van Drie die ontwerpen moest beoordelen voor de nieuwbouw op het Rapenburg in Leiden na de ontploffing van een schip. De commissie komt zelf met een ontwerp voor een nieuw Academiegebouw en een gedenkteken. Beiden worden niet uitgevoerd.

 1808  Toegelaten tot het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten.

 1810  Trekt zich terug na de afzetting van koning Lodewijk Napoleon door keizer Napoleon. Werkte ook niet meer voor koning Willem I.

 1824  Overlijdt in Amsterdam.

In zijn geboorteplaats Brielle vervaardigde Johannes de volgende ontwerpen:

Via zijn vader kreeg hij in 1775 de opdracht om een plattegrond te maken van de Catharijnekerk en daarop alle graven in te tekenen ten behoeve van het  grafregister.

In 1777 kreeg hij van onder anderen kerkmeester Johan Melville (zijn portret is in de portrettengalerij van het Historisch Museum Den Briel te zien) de opdracht voor een nieuwe preekstoel met  hekwerk, bestemd voor de Catharijnekerk.

In 1789 ontwierp Johannes zeer waarschijnlijk het militaire gebouw de Hoofdwacht aan De Markt in Brielle. In 1791  maakte hij zeker het ontwerp voor de gewenste nieuwe gevel van het Brielse  stadhuis. 

Een portret van Johannes van Westenhout is permanent te zien in de portrettengalerij van het Historisch Museum Den Briel.

MIDDELHOEK. Een artistieke familie

MIDDELHOEK. Een artistieke familie.

Door: Marijke Holtrop (hoofd Historisch Museum Den Briel)

Beurtschip aan de kade van Brielle (ollectie Historisch Museum Den Briel; inv nr 3996)In de hiernavolgende vertelling is dankbaar gebruik gemaakt van: Jan Middelhoek sr. De geschiedenis van de Familie Middelhoek deel I t/m V, Rotterdam 1978-1983.

De geschiedenis van de familie Middelhoek begint wanneer Pieter Middelhoek (1692-1736) trouwt met Machteltje Huigen Booij (1686-1775). Het echtpaar zorgt voor vier geslachten Middelhoek: Huig (’s Gravendeel), Pieter (Mijnsherenland, later Barendrecht), Abraham (Klaaswaal, later Zwijndrecht en Brielle) en Maarten.

In het kader van de tentoonstelling (in 2007 in het Historisch Museum Den Briel) wordt in het hiernavolgende voornamelijk verteld over de geschiedenis van dìe tak van de familie Middelhoek waarvan de familieleden een relatie hadden of nog hebben met Brielle.

De Brielse tak van de familie Middelhoek stamt af van het geslacht Abraham Middelhoek uit Klaaswaal. De beroepstakken waarin de nazaten van het geslacht Middelhoek uit Klaaswaal werkzaam waren zijn -evenals hun interesses- grofweg in drie groepen onder te verdelen: 1) onderwijzers en onderwijzeressen, 2) wis- en natuurkundigen en 3) beeldend kunstenaars, architecten en beoefenaars van de kunstnijverheid.

We schrijven midden 19de eeuw. In 1837 wordt Martinus Leonardus geboren als zoon van wagenmaker Abraham Middelhoek (1800-1884) en Trijntje Blanke (1804-1859). Martinus Leonardus Middelhoek (1837-1933) trouwt in 1867 met Adriaantje van Prooijen (1849-?). Ze krijgen zeven kinderen waarvan de tweede, zoon Abraham, in 1869 wordt geboren. Abraham schilderde en tekende niet onverdienstelijk.

Abrahams eerste echtgenote is Barbera Stoop (1871-1915). Uit dit huwelijk worden 12 kinderen geboren:

  1. Adriana  (1894-1983)
  2. Servaas (1896-1966)
  3. Martinus Leonardus (1898-1986)
  4. Jan (1900-1990 )
  5. Dingena (1902-overleden)
  6. Maaike Trijntje (1904-1904)
  7. Nicolaas  (1905-1905)
  8. Abraham (1905-1905)
  9. Nicolaas (1906-1906)
  10. Abraham (1906-1968)
  11. Cornelia (1908-2001
  12. Maaike Trijntje (1909-2003)

Adriana (1894-1983) Middelhoek trouwde in 1920 met Johan Michiel van de Stelt. Zij kregen vier kinderen. Zowel Adriana als de dochters Barbera en Elisabeth Maria maakten wandkleden.

Servaas Middelhoek (1896-1894) huwde met Neeltje Koppenol van Naaldwijk in 1921. Sevaas begon zijn loopbaan als timmerman en bracht het tot leraar aan de ambachtsschool in Brielle. Hij tekende en schilderde verdienstelijk; met name het interieur van de Sint-Catharijnekerk in Brielle maar ook de uitbeelding van dieren hadden zijn voorkeur.

Het huwelijk bracht zes kinderen voort:

-         Abraham (1923-), Bram genoemd, die een belangrijk architect werd en onder meer betrokken was bij de bouw van de Nederlandse paviljoens op de wereld-tentoonstelling van Montreal in 1964. Abraham Middelhoek woont in Rhoon.

-         Di(r)ck (1926-2001). Zijn werkterrein lag in het Tropenmuseum in  Amsterdam; daarnaast genoot hij grote bekendheid als een zeer bekwaam ivoor- en beensnijder.

-         Elisabeth (geb. 1928)

-         Barbera (geb. 1930)

-         Johanna Maria (geb. 1933)

-         Emma Wilhelmina Theressia (geb. 1935). Haar oom Martinus Middelhoek portretteerde haar meerdere portretten, onder meer in aquarel (nr. 12).

Martinus Leonardus Middelhoek (1898-1986) werd geboren in Zwijndrecht. In 1923 trouwde hij met Cornelia Los. Martinus begon -net als zijn broer Servaas- als timmerman maar al in 1912 ontving hij de akte van bekwaamheid voor het geven van onderwijs in het rechtlijnig tekenen en het bouwkundig tekenen. Martinus mocht al snel de naam van kunstschilder dragen. In 1982 ontving hij een koninklijke onderscheiding.

Gezicht op Brielle met de St. Catharijnekerk en stadhuis (Collectie Historisch Museum Den Briel; inv nr 4520)Martinus schilderde niet alleen in olieverf; hij aquarelleerde, tekende en etste. Alle soorten van dragers werden als tekenpapier gebruikt, bijvoorbeeld de achterkant van behang. Zijn nagelaten oeuvre is omvangrijk. Buitengewoon bijzonder zijn de schetsboeken met studietekeningen en voorstudies voor zijn latere schilderijen. Het Historisch Museum Den Briel heeft er een aantal van voor de collectie weten te verwerven. Niet alleen het Historisch Museum Den Briel bezit een groot aantal kunstwerken van Martinus, ook het Streekarchief Voorne, Putten en Rozenburg beheert een groot aantal werken van Middelhoek. Daarnaast bevinden zich vele Middelhoeken in particuliere (Brielse) collecties.

Martinus en Cornelia kregen twee zonen:

-         Abraham (1928-2001), evenals zijn neef Bram genoemd, die bouwkundig ingenieur werd en

-         Pieter (1930-2004), kunstschilder.

Pieter doorliep de HBS van Brielle en vertrok naar Rotterdam waar hij de Akademie voor Beeldende Kunsten volgde. Daarna doorliep hij met succes de opleiding aan de Koninklijke Akademie voor Beeldende Kunsten te Den Haag. Hij behaalde zijn akte MO tekenen en schilderen A en B. Zijn leermeesters waren onder anderen Co Westerik en Wim Zwiers. Middelhoek maakte studiereizen naar Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Zuid-Europa. Altijd keerde hij terug naar zijn geliefde Brielle waar hij in 2004 overleed.

Het werk van Piet omvat portretten, landschappen, stillevens en abstracte composities en zijn in verschillende technieken vervaardigd zoals olieverf, aquarel, grafiek en pen.

Waren zijn vroege werken vooral figuratief, zijn latere werken vertonen abstract-expressionistische composities. Tijdens zijn latere leven volleerde hij zich in de vervaardiging van monotypes: unieke werken op papier, vervaardigd in een combinatie van olieverf met de druktechniek. Middelhoek liet zijn bezittingen na aan de Catharijnekerk te Brielle. Voor de collectie van het Historisch Museum Den Briel liet hij vier portretten na aan de Vereniging Vrienden van het Historisch Museum Den Briel. Werken uit Pieters atelier werden mei 2004 geveild bij het Vendue Notarishuis Rotterdam. Zowel het museum als het Streekarchief Voorne, Putten en Rozenburg wist een aantal werken voor Brielle te behouden.

Gezicht op Brielle (Collectie Historisch Museum Den Briel; inv nr 4397)

Noch Abraham noch Pieter kregen kinderen.

Jan Middelhoek (1900-1990) trouwde in 1927 met Neeltje de Jong. Jan beschreef  in vijf delen de geschiedenis van de geslachten Middelhoek, het laatste deel in 1983. Jan en Neeltje kregen zes kinderen: Abraham, Simon, Servaas, Jan, Barbera Alida en Alida Barbera.

De zonen waren werkzaam als wis- en natuurkundigen; de dochters als onderwijzeres.

Dingena Middelhoek (1902-overleden) trouwde in 1931 met Gerke Jacob Nieuwland. Het echtpaar kreeg vijf zonen:Gerke Yke (vliegtuigbouw-, wis- en natuurkundige), Abraham (werktuigbouwkundige), Rienk (leraar Hogere Zeevaartschool), Johan Adriaan, die slechts een jaar oud werd, en Ruurd Pier (bouwkundige).

Maaike Trijntje (1 februari 1904-4 februari 1904)

Nicolaas (5 januari 1905-21 januari 1905)

Abraham (5 januari 1905-21 januari 1905)

Nicolaas (28 februari 1906-3 maart 1906)

Abraham (28 februari 1906-juli 1968) begon als huisschilder en maakte carrière als leraar en directeur van de Kunstnijverheidsschool in Enschede. Hij schilderde, ontwierp kerkramen en bracht muurschilderingen aan.

Cornelia (1908-2001) trouwde Andries de Zeeuw. Zij kregen zeven kinderen: Andries, Abraham, Barbera Ansje, Henk, Martinus Leonardus, Cornelis en Jan Servaas.

Na de dood van Barbera Stoop in 1915 trouwde Abraham met Lena Stoop. Hij nam haar zoon Arnoldus als eigen zoon aan. Het echtpaar kreeg in 1920 een dochter, Elisabeth. Elisabeth trouwde met Antoon de Klerk en kreeg met hem vijf kinderen. Het gezin vestigde zich in Zuid afrika.

Na de dood van Lena trouwde Abraham met Johanna Maria Los (1873-1953). Uit dit huwelijk kwamen geen kinderen voort.

Abraham overleed in 1967.

Naschrift

De familie Middelhoek kan met recht een artistieke familie worden genoemd. Het begon met vader Abraham die zijn artistieke kwaliteiten overdroeg aan zijn kinderen en kleinkinderen.

Enkele van zijn kleinkinderen werden landelijk bekend.

Abraham Middelhoek, de architect die de Nederlandse paviljoens ontwierp voor de wereldtentoonstelling van 1964 en daarnaast voor de stad Rotterdam belangrijke bouwwerken ontwierp. Martinus Middelhoek die –soms heel schetsmatig dan weer uiterst  gedetailleerd- tekende, etste en schilderde: portretten, stadsgezichten, landschappen. Met vaak die ferme signatuur in het rood: M.L. Middelhoek.

Piet Middelhoek was een professioneel kunstenaar. Hij had  bewust gekozen voor het vak van beeldend kunstenaar. Hij maakte werken op bestelling, ook voor particulieren, en werd opgenomen in de Beeldende Kunstenaars Regeling van de gemeente Brielle. In zijn beginperiode diende zijn vader Martinus hem als voorbeeld en zien we ook Pieter in het rood signeren. Later veranderde zijn signatuur van kleur en plaats. Een enkele maal hebben vader en zoon gezamenlijk geëxposeerd.

Daar waar Martinus Middelhoek bleef vasthouden aan figuratieve en herkenbare uitbeeldingen van onderwerpen uit zijn omgeving, ontwikkelde Pieter zich tot een kunstenaar die in het buitenland inspiratie opdeed en nog weer later koos voor de vervaardiging van abstracte werken en monotypes.

Het zijn echter met name de portretten, de stadsgezichten en de landschappen van Brielle en omgeving van zowel vader Martinus als zoon Pieter Middelhoek die de huidige en toekomstige generaties inzicht kunnen geven in de geschiedenis van Brielle.

Gezicht op Brielle (Collectie Historisch Museum Den Briel; inv nr 4398)Portret Martinus Middelhoek (Collectie Historisch Museum Den Briel; inv nr 4411)

Hoe een Zweedse in Brielle terechtkwam

Door: Marijke Holtrop (hoofd Historisch Museum Den Briel)


Christina van Zweden

Christina van Zweden (collectie Historisch Museum Den Briel)

In de portrettengalerij van het Historisch Museum Den Briel hangt een portret van de Zweedse koningin Christina van Zweden (1626-1689). Het portret is op doek geschilderd door Justus van Egmond (1601-1674). De koningin is afgebeeld als Diana, de godin van de jacht.

Christina was de dochter van de zweedse koning Gustaaf Adolf van het huis Vasa en Maria Eleonora van Brandenburg. Toen haar vader in 1632 sneuvelde, was prinses Christina veel te jong om zich met regeringszaken bezig te houden. Maar vanaf 1644 nam zij deel aan de besluitvorming van alle regeringszaken. In 1650 werd Christina tot koningin gekroond. Omdat zij weigerde te trouwen moest zij al in 1654 –noodgedwongen- afstand doen van de troon ten gunste van haar neef Karel X Gustaaf. In 1654 verbleef Christina enige tijd in Antwerpen aan het hof van aartshertog Leopold. Leopold leende haar zijn hofschilder Justus van Egmond, leerling van Rubens, uit. Van Egmond vervaardigde vijf portretten van Christina:drie als de godin Minerva en twee als Diana, de godin van de jacht.

Op het schilderij zijn de gebruikelijke attributen van Diana weergegeven: jachtspeer, de jachthond, een jachtgebied als achtergrond. De lauwerkrans in Christina’s hand is wellicht een verwijzing naar het droit divin, het goddelijk recht dat zij –in haar ogen- nog steeds bezat, ook al had zij geen land meer om te regeren. Het schilderij is in de achttiende eeuw in handen gekomen van de Brielse koopman Hendrick van Kruyne, die tevens eigenaar en bewoner was van bierbrouwerij Het Gecroonde Hart aan het Scharloo nummer 9. Hij liet het schilderij in zijn huis boven de schouw plaatsen. Na verloop van tijd is het schilderij letterlijk verdwenen achter behang. Tijdens een verbouwing werd het schilderij ontdekt en achter het behang vandaan gehaald. De heer en mevrouw Spoon, de toenmalige eigenaren van het pand, schonken het schilderij in 1966 aan het museum.

Het Brielle van Martin van Waning

Het Brielle van Martin van Waning   De St. Catharijnekerk te Brielle, gezien vanuit het Asylplein (Collectie Historisch Museum Den Briel; inv nr 0052)

(Door: Marijke Holtrop, hoofd Historisch Museum Den Briel)

Gijsbertus Martinus Wilhelmus Franciscus van Waning werd op 4 september 1887 in Den Haag geboren. Als kind was hij al bezig met tekenen en boetseren. Eenmaal dertien jaar leerde hij van zijn vader de techniek van het schilderen. Nadat hij zijn studie aan de Delftse Hogeschool had afgerond was hij korte tijd werkzaam in de techniek. Hij besloot van schilderen en beeldhouwen zijn vak te maken en volgde lessen bij kunstenaars als Charles Dankmeijer (1861-1923) en Willem de Zwart (1862-1931, pseudoniem voor Willem van Stade).

Rond 1900 trok Van Waning naar Wiesbaden waar hij veel van zijn schilderijen verkocht. Zijn atelier bevond zich aanvankelijk op de Taunusberg. Later kreeg hij een balzaal in het hotel Metropole als atelierruimte tot zijn beschikking. In ruil daarvoor voorzag hij het hotel van wanddecoraties. Hij exposeerde tevens in Düsseldorf, Barmen, Hamburg en Landau.

In het Metropolehotel ontmoette Van Waning de rijke Russische grootvorst Orlov die hem uitnodigde mee op reis te gaan. Van Waning accepteerde dat aanbod op voorwaarde dat hij Orlovs particuliere secretaris zou worden met een minimale werktijd in die functie en een veelheid aan tijd om te tekenen en schilderen. Orlov nam Van Waning mee op reis naar Frankrijk, Italië, Spanje en Noord-Afrika waar hij zich als schilder kon uitleven en veel werk verkocht.

Na de dood van de grootvorst vestigde Van Waning zich in het Duitse dorpje Rees. In 1917 keerde Van Waning terug naar Nederland. De waardering aldaar voor zijn werk bleef ver achter bij die in de tijd dat hij buiten Nederland verbleef. Aangetoond kan worden dat hij in 1923 in Oostvoorne woonde. Hij etste en tekende in die periode menig Briels stadsgezicht.

Na een verblijf in Engeland kwam hij in 1926 op de Veluwe terecht. Daar schilderde hij in 1933 wat bekend is geworden onder de naam “Twaalf grote Veluwewerken”.

Vanaf 1934 woonde Van Waning op Schiermonnikoog, waar hij zijn atelier vestigde in de voormalige zeevaartschool. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het atelier gebombardeerd en een groot deel van Van Wanings werk, waaronder de Veluwewerken, werd vernietigd en hijzelf ernstig gewond raakte.

In 1961 maakte Van Waning voor Schiermonnikoog het beeld van de ‘Schiere Monnik’. Het staat in de Willemshof naast het gemeentehuis, in het centrum van het dorp. Van Waning overleed op 7 juli 1972 in Dokkum, 85 jaar oud.

In de schilderijen van Van Waning is de invloed van de Haagse School duidelijk te zien. Aanvankelijk werden zijn schilderijen gekenmerkt door zware en sombere kleuren, maar dat maakte na verloop van tijd plaats voor een levendig en helder kleurgebruik waarbij de nadruk lag op ruimte, licht en harmonie. Hij was een meester in het schilderen van wolkenpartijen waar het zonlicht van achteren doorheen schijnt. Hij schilderde onder meer watergezichten en landschappen.

Behalve als schilder was Van Waning ook actief als beeldhouwer, medailleur, boekillustrator en graficus. Zijn etsen vertonen door het lichtgebruik een Rembrandteske sfeer.

Brielse stadsgezichten en gebouwen vormen een belangrijk deel van Van Wanings oeuvre. Voor de tentoonstelling Het Brielle van Martin Van Waning, die tot en met oktober 2009 in het Historisch Museum Den Briel te zien was, werden deze werken samengebracht en gepubliceerd in een boekje dat nog in de museumwinkel te koop is.

De tentoonstelling kon worden georganiseerd dankzij de bereidwillige medewerking van Arjo Zwart, dè verzamelaar van Martin van Waning, die zijn gehele collectie Van Wanings voor de tentoonstelling in bruikleen afstond.

De Rode Brug (Zevenhuizen) Maarland ZZ (Collectie Historisch Museum Den Briel; inv nr 4006)Gezicht op de Zevenhuizen en Maarland ZZ te Brielle (Collectie Historisch Museum Den Briel; inv nr: 3873)

Brielle door de ogen van Sabrina en Hassen

De Nymph in Brielle door Sabrina en HassenBrielle door de ogen van Sabrina en Hassen

Sabrina (1990) en Hassen (1991) Bouazza zijn in Tunesië geboren en hebben een Nederlandse moeder en een Tunesische vader. De eerste jaren van hun leven brachten de kinderen door in Tunesië en werden aldaar door familie opgevoed, volgens de Tunesische traditie en in de Arabische taal. De ouders van Sabrina en Hassen bouwden in die jaren een bestaan op in Nederland. In 1996 verhuisden de kinderen naar Nederland en werden herenigd met hun ouders.

Vader Bouazza organiseerde voor zijn kinderen een soort van privé-inburgeringscursus, die onder meer de kennis van de Nederlandse geschiedenis inhield. De kinderen bedachten met hun vader een tekenproject dat resulteerde in 40 tekeningen van Sabrina en Hassen met als onderwerp hoogtepunten uit de Nederlandse geschiedenis.

Onder de titel Door de ogen van Sabrina en Hassen. Tunesische kindertekeningen over de Nederlandse geschiedenis organiseerde de Atlas van Stolk uit Rotterdam rondom deze tekeningen in 2002 een tentoonstelling en liet ze vergezeld gaan van prenten, tekeningen en foto’s uit de collectie Atlas van Stolk.

Eind 2007 benaderden Sabrina en Hassen het Historisch Museum Den Briel met de vraag of  het mogelijk was er hun tekeningen te exposeren. In 2008 was hun tentoonstelling drie maanden in Brielle te zien. Voor de gelegenheid maakte zij naar originele werken uit de museumcollectie extra tekeningen van twee Brielse wapenfeiten: De Inname van Den Briel door de Watergeuzen in 1572 en De Onthulling van de Nymph op het Asylplein door koning Willem III in 1873.

De tekeningen van Sabrina en Hassen zijn te beschouwen als een voorloper van de Historische Canon van Nederland, die werd uitgebracht in 2006.

De tekeningen van Sabrina en Hassen boden tevens inzicht in de thema’s inburgeren, het Nederlanderschap en integratie.

nymph