DE BRIELSE JAREN – feuilleton door Kees Weltevrede 1

'Uit een grijs verleden opdoemend', aquarel door Kees Weltevrede

 EEN OUDE FOTO

Een foto, waarop mijn grootouders staan afgebeeld, opa en oma Weltevrede. Ze kijken in de lens van de camera, naar het vogeltje, zoals wij vroeger zeiden, en zien eigenlijk niets. Dat wil zeggen: ze zien en horen de fotograaf die routineuze handelingen verricht. Opa en oma zitten in een houding die weinig van hun innerlijk verraadt. De foto is vergeeld en ademt een vooroorlogse sfeer van nette armoede, propere kleren en de opsmuk van het fotoatelier. De schoenen gepoetst, opa in een driedelig kostuum, de horlogeketting zichtbaar op z’n vest, een donkere strik om de boord. Hij heeft geen bril op. Oma wel. Ze kijkt zoals oom Dries uit Woerden kon kijken, en ook als tante Pie uit Den Haag: een beetje geknepen mond met invallende mondhoeken, maar wel ogen die je aankijken vanuit een innerlijke rust. Dat is mooi: als je oud geworden bent, en je bekijkt het drukke leven om je heen en je hebt een innerlijke rust. Trouwens… hoe oud zouden ze zijn? Ik schat zestig en als dat juist is, is de foto van midden twintiger jaren van de twintigste eeuw. Misschien vergis ik me, en zijn ze ouder. Misschien waren ze veertig jaar getrouwd, en zeiden ze: Kom laten we eens een foto van ons tweetjes laten maken, voor later, als we er niet meer zijn. Oma ziet er wel ouwelijk uit trouwens, maar dat komt vooral door de mode van die tijd: hoge schoenen, lange hooggesloten jurk met een kraagje, geen sieraden, behalve de broche die veel weg heeft van de broche die mijn moeder ook had. Misschien is het dezelfde… Nee, het is toch een andere, bij nader inzien. Ze heeft een ring om, nauwelijks te zien, om de middelvinger van haar rechterhand. Waarom daar? Was ze vermagerd en schoof hij steeds van haar ringvinger?

Ze zitten aan een hoog plantentafeltje, er staat een mandje op met droogbloemen en varens. Op het tafeltje ligt, je kunt nog net de rand op ooghoogte zien, een antimakassar. Verre herinnering uit een koloniaal tijdperk. Opa steunt met z’n linkerarm op het tafeltje. Hij kijkt niet vrolijk, eerder nors. Zijn snor, zijn ietwat scheve mond, die mijn vader ook had toen hij ouder werd, maken zijn gezicht niet vriendelijk. Maar misschien was hij het wel. Ik weet het niet, want ik heb grootvader nooit gekend. Verhalen over zijn persoon ken ik ook niet. Wel dat hij twee weken voor zijn dood de hik kreeg. Dat gegeven is één van mijn angstvisioenen geworden: twee weken de hik en dan doodgaan.

Wat waren het toch voor mensen, grootvader en grootmoeder Weltevrede. Er is mij niets van hen nagelaten. Geen brief, geen ansicht met ‘de groeten uit Scheveningen, het is hier fijn…’, geen oude doos met foto’s… niets, behalve deze ene foto. Grootmoeder heb ik wel gekend. Ze heette Maria Bouman. Ze was de laatste jaren tot haar dood bij ons in huis, van 1944 tot 1948. Of was het 1949? Zesentachtig is ze geworden en ze stierf op 6 december. De avond tevoren had ze nog een suikerbeest gegeten. Eerst een suikerbeest eten, en dan doodgaan. Daar moet ik ook vaak aan denken. Oma Weltevrede, ik heb haar zelfs goed gekend, maar heb geen precieze herinneringen. De details zijn verdwenen. Hoe komt dat toch? Waren de herinneringen aan die lieve vrouw te pijnlijk en heb ik ze verdrongen? Heb ik met die ene handbeweging van toen al mijn herinneringen weggewist? Hoe gaat dat eigenlijk, verdringen. Gaat dat vanzelf? Toen de dragers met haar kist de trap afkwamen vielen er een paar druppels bruin lichaamsvocht op een traptrede. Ik zag het gebeuren, twee druppels waren het, en veegde ze weg met een doekje dat ik snel van het aanrecht nam. Niemand had het in de gaten, alleen ik, ik keek er pal op. Wat een waanzinnig moment. Hoe moest je daarmee verder leven, ik zonder mijn grootmoeder, haar jongste kleinkind, ik kon het blijkbaar niet, en ‘koos’ onbewust voor het niets, het niet meer weten, het niet meer herinneren, en nog steeds is alles wat zij voor mij geweest moet zijn weggevaagd en onvindbaar in mijn geheugen. Hoe lang is het geleden… bijna zestig jaar…

Toch is één gebeurtenis me zo vaak verteld door mijn moeder, dat die me bijgebleven is. Ik was vier, en ging in de keuken bij mijn grootmoeder staan en zei op kindertoon: Wat ben je toch een lekkere ouwehoer. Ik had dat woord net op straat opgevangen, en wilde het gebruiken om te kijken hoe zij er op reageerde. Grootmoeder heeft gelachen, vertelde moeder, hard gelachen en geroepen: Jo, Jo, weet je wat ie tegen me zegt? Wat ben je toch een lekkere ouwehoer, zegt ie, een lekkere ouwehoer…, tegen mij! Van haar gezicht op de foto kan ik die lach niet aflezen, maar dat hoeft ook niet. De herinnering is goud waard. Toch blijft de vraag: wat waren dat voor mensen? Ze behoorden ongetwijfeld tot de gewone burgerij, zonder veel centen, zonder veel kapsones of bravoure, oppassend en degelijk. Ze hadden vijf kinderen. Han, Piet, Janus, Dries en Pie. De juiste volgorde weet ik niet. Ik weet wel dat mijn vader de jongste was, hij ondertekende zijn brieven altijd met A. Weltevrede jr. Han was een beetje de losbol, Dries de nette en Pie had iets liefs en zorgzaams, ze was tegelijk ook vrolijk, en vooral aardig. Janus, mijn vader, was de precieze, op het saaie af … Het waren geen depressievelingen, geen melancholici. Alleen oom Piet was een zielig geval. Hij zat altijd voor in z’n winkeltje en ik moest hem vaak van mijn vader een sigaar brengen. Dan moest ik zeggen: Alstublieft oom Piet, met de complimenten van mijn vader. Wat dat betekende wist ik niet, maar ik kon het zeggen zonder te haperen.

Ik had zielsmedelijden met oom Piet, en eigenlijk was ik een beetje bang voor hem. Daar was totaal geen reden voor, maar een kind heeft andere spoken dan een volwassene. Hij kon amper praten en als ik mijn schoolrapport liet zien, zag hij niet wat er stond. Maar hij zei wel in bijna onverstaanbaar gemompel: Goed zo jongen, pak maar een dubbeltje uit de la. Ik mocht dan gewoon de la van de toonbank opentrekken en er een dubbeltje uit pakken. En denk maar niet dat ik ooit meer zou nemen. Dat was wel anders bij mijn oom Jan Scheygrond, de brood- en banketbakker, daar gapte ik de chocolade truffels onder z’n ogen vandaan…, maar dit terzijde.

Toch vond ik oom Piet op een vreemde manier ook aardig, al kan ik me niet herinneren dat we ooit met mekaar iets vertrouwelijks hadden. Of met elkaar probeerden te praten. Dat deed je trouwens vroeger niet. Kinderen spraken niet met volwassenen en met kinderen werd niet gesproken, er werd hun alleen gezegd wat ze doen moesten en hoe laat ze thuis moesten zijn. Relaties met volwassen mensen waren zelden vertrouwelijk. Als je bij oom Piet door z’n manufacturenwinkeltje liep, kwam je in een soort achterkamertje, en daar zat tante-Pie-van-oom-Piet. Tante Pie Schippers.Tante Pie van oom Piet herinner ik me als een vrolijk en hups type. Ze kon er wat van, ze kon een hele zaal vermaken met haar grappen en grollen, met haar gezang en haar muziek. Straatliedjes zong ze. Louis Davids. En tante Pie had een goddelijk instrument, haar citer. Daar mocht ik wel eens op spelen. Het was een magisch instrument. Je kon er afzonderlijke tonen mee tokkelen, maar ook kon je er akkoorden op aanslaan. Je legde dan een kartonnetje onder de snaren, daarop stonden stippen, ik meen met lijnen en cijfers, en als je die dan in de goede volgorde aanraakte, begon ineens ‘zilveren draden tussen het goud’ te vibreren. Tante Pie Schippers kon spelen en zingen tegelijk. Ik was helemaal weg van dat speeltuig, en ik mocht als ik bij haar was van tante Pie zo lang spelen als ik maar wilde, wel een hele middag, herinner ik me nu.

Toch moeten tante Pie en oom Piet voor opa en oma Weltevrede een grote zorg geweest zijn. Het was het zorgengezin van de Weltevredes, tenminste, zo heb ik het altijd begrepen. De ziekte die oom Piet had, was mij niet duidelijk, het was geen kanker, of dementie, of tbc, of aderverkalking; het was iets in zijn rug volgens mijn moeder, en ze heeft zich wel eens laten ontvallen dat het met seksualiteit te maken had. Het was je reinste kwaadsprekerij, maar in die tijd werd seksualiteit al gauw geassocieerd met dood en verderf door eigen schuld. De ellende moest met al die kinderen toch ergens vandaan komen?

Als ik weer naar grootvader en grootmoeder Weltevrede op de foto kijk, vraag ik me opeens af: zijn die mensen gelukkig geweest, en hoe, en waarmee? Natuurlijk waren de kleinkinderen hun grootste geluk (en ik hun aller-allergrootste), dat is het cadeau dat grootouders eindelijk nog ten deel valt, maar verder… viel er verder nog iets te genieten? Gingen ze wel eens uit? Gingen ze wel eens naar een voorstelling? Aten ze poffertjes in ze zomertent op de Markt? Hielden ze van muziek? Kenden ze Koos Speenhoff, de straatliedjeszanger? Hadden ze het gezellig? Hadden ze zorg voor elkaar? Dronken ze wel eens een glaasje? En wat vonden ze van Den Briel, de buren, de mensen? En hadden ze vrienden? Hadden ze veel over voor anderen? Hadden anderen voor hen veel over? En luisterden ze naar de radio? Lazen ze een boek? Hadden ze een mening over politiek, over kunst, over de kerk…? En als er een kleinkind geboren werd, zeiden ze dan: zo’n liefje hebben we nog nooit gehad; of zeiden ze: sjonge jonge hoe moet die nu weer groot worden in deze ellendige tijd. Misschien hadden ze een diep verdriet, waar niemand iets van wist. Waar nooit over gepraat kon worden. Misschien viel het leven hen eigenlijk zwaar, te zwaar misschien.

Ach, wat heeft het allemaal voor zin hier diep over na te denken. Ik neem maar voor het gemak aan dat ze het allemaal goed gehad hebben, we zullen het nooit weten, geen brieven, geen kaarten, geen foto’s, behalve die ene die nu voor me ligt. Ik zal hem maar weer opbergen. Later, na ons, weet niemand meer wie hier afgebeeld zijn, dus ik zal hun naam er achter op schrijven: opa en oma Weltevrede. Plus minus 1930 heb ik erbij geschreven, want de precieze tijd is door mij niet meer te achterhalen en de aanleiding nog minder.

 

 

Vestingcode 2019

VESTINGCODE KOMT ER WEER AAN OP 15 JUNI! ZATERDAG AANSTAANDE VAN 13.00 TOT 17.00 UUR. LEES HIER HET DAGPROGRAMMA. READ ALL ABOUT IT!

Ook dit jaar weer het inmiddels befaamde evenement Vestingcode in het hartje van Hellevoet. Zaterdag 15 juni 2019. Van 13.00 tot 17.00 uur. Locatie: vesting Hellevoetsluis en de toegang is gratis. Je vindt hier het programma en de routekaart. Bezoek dichters, bandjes, zangers, vertellers, koren, kunstenaars, schrijvers, spoken word-artists, dansers, musici en toneelspelers! En nog veel meer. Ook leuke activiteiten voor kinderen. Komen en je komt oren en ogen tekort in de vesting aan het Haringvliet. Klik op de afbeelding en hij opent groot en leesbaar in een nieuw venster.

 

 

Ouwerkerkers voor 75 centen

Mevrouw Roosenschoon van de ‘Eerste Voornse Melkinrichting’

Mariette en Rudo Enserink bewonen sinds kort de Stationsweg 35 in Oostvoorne, voorheen de Eerste Voornse Melkinrichting. De dochter van de oude eigenaresse (die vorig jaar is overleden) heeft nog veel verhalen. Mariette en Rudo hebben beloofd die verhalen hier te delen.

De 'Eerste Voornse Melkinrichting' - klik op het artikel en het opent in een groter venster.

Het pand van de 'Eerste Voornse Melkinrichting', klik op de afbeelding en het opent in een groter venster.

Spelen in de spookhuizen

Het verhaal van een zomaar een Hellevoeter – Deel 1
door Wim Balijon

De naam Hellevoetsluis

Er was eens een plaatsje op het eiland Voorne, dat bij weinig mensen bekend was, waar vissers aan de oever visten. Bij een afvoergeul, die uitliep op het Haringvliet, voor het teveel aan water van verder gelegen boerderijen en gehuchten. Het werd Helle genoemd, naar, zoals men beweerde de naam van een vroegere Romeinse burcht Helinium.

Aan de voet van die geul bouwden vissers hun hutten. De geul groeven zij verder uit om hun vissersbootjes, vanwege de stroom in het Haringvliet, binnen te houden en zo ontstond een haventje. Zij woonden dus aan de voet van de hel of zoals men zei in Helvoet. Dit was in de jaren 1100 tot 1200. Ook was er vlak in de buurt een nederzetting van Vlaamse monniken, die er een Uithof bezaten.
Maar de inpoldering hiervan bleek niet te zijn opgewassen tegen de onberekenbare zee, zodat deze nederzetting geheel overspoeld werd.
Pas in 1982 is deze nederzetting blootgelegd. Alles hierover is in een prachtige kunstzinnige uitgave vastgelegd: ‘De Kunst van het graven’. Ravense Hoek: de geschiedenis een open boek’. Uitgegeven door en verkrijgbaar bij de Gemeente Hellevoetsluis, ISBN 90-806540-2-7.

De haven werd later verder uitgebouwd met kaden en een sluis: Hellevoetsluis.
Hoe Hellevoetsluis zich ontwikkelde tot de belangrijkste oorlogshavenstad van Nederland in de Middeleeuwen en hoe het haar verder verging heeft Bob van Dijk op een boeiende en leuke wijze verteld in het weekblad Panorama (zie: Bob van Dijk). Zelf heb ik dat artikel met nog wat foto´s verluchtigd.

Zoon van de petroleumboer

In dat plaatsje ben ik geboren op 4 juni 1925. In een gezin waar al een zusje Janny was en een broertje Nanne, we verschilden anderhalf jaar in leeftijd. Mijn vader was Jan Balijon, de petroleumboer. Hij was getrouwd met een friezin, Antje Koopmans, dochter van een Tjalkschipper uit Friesland. Het was een warm gezin, orthodox hervormd, gebaseerd op het calvinistisch gedachtegoed. We woonden in de Molenstraat 15.

Vader, kar en trekhond

Vader met mij (5 jaar)

De Molenstraat

Beneden in ons huis was een pakhuis waar de petroleumkar ‘s nachts in stond, en er was een machine om de petroleumkannen te vullen, 4 liter in elke kan. Achter het huis was een hondenhok voor de trekhond.
Als kind ging ik vaak met m´n vader mee en probeerde de adressen van de klanten te onthouden, want ik dacht, dat ik het later over moest nemen.
Naast ons woonde Rietdijk met zijn smederij, het beslaan van paarden vond ik als kind een spannend om te zien. Het geluid van het smeden werd niet als overlast ervaren, dat hoorde er gewoon bij.

 

 

 

Een dubbelmannen kwartet

Op zomeravonden zong op de buitenwerkplaats een koor, een dubbelmannen kwartet, dat geweldig was om te beluisteren. Verderop was de molen, waar ook volop bedrijvigheid was. De vrouw van molenaar De Wilt, was een kennis van mijn moeder, zodat ik de molen van binnen mocht bezichtigen. Ik herinner me nog die grote molenstenen, die een geweldige indruk op mij maakten.
Op de hoek van de straat was het snoepwinkeltje van Wouterse; voor één cent kon je snoep kopen. Er stond een grote glazen bak met allemaal vakjes snoep, zodat het moeilijk was een keuze te maken. Aan het eind van de straat om de hoek was de Christelijke School met de Bijbel, waar wij naar school gingen.

De ‘leegloop’

Toen ik opgroeide werd Hellevoetsluis van een bruisend stadje geleidelijk aan afgebouwd tot wat men noemde een ‘Dode Stad’. Het was een belangrijke marineplaats met ooit ongeveer 5.000 inwoners en waar Piet Hein en Michiel de Ruijter hun schepen binnenloodsten. Hellevoetsluis was ook de thuishaven van het beroemde schip de ‘Zeven Provinciën’, waar Michiel de Ruyter geschiedenis mee maakte. Stadhouder Willem III voer met een grote vloot uit Hellevoet naar Engeland om daar Koning van Engeland te worden.

Door het vertrek van de Marinewerf in 1933-1934 naar Den Helder verloor mijn vader soms, als een afdeling werd overgeplaatst, wel 100 klanten op één dag. We woonden in een eigen huis, dus rente en aflossing van de hypotheek gingen gewoon door. Mijn moeder moest kostgangers gaan houden en kamers verhuren. Door het vertrek van al die mensen moest ook de Christelijke school sluiten en moesten mijn broer en ik de laatste twee jaren naar de Christelijke School in Nieuw Helvoet. In 1935 kreeg ik er nog een broertje bij en toen was ons gezin compleet.

Spelen in de spookhuizen

Ja, als opgroeiende kinderen hoor je wel klagen, maar je hebt tóch je eigen leventje. De grote leegstand van huizen vonden wij als jongens prachtig. We speelden verstoppertje, maakten tussen de huizen gaten in de tussenmuren en konden dan een hele straat binnendoor. ‘s Avonds in de winter was het echt geheimzinnig en maakten we elkaar bang met spookverhalen. Meestal in de Peperstraat, waar op de hoek het café was van Van den Berg, waar we later veel gingen biljarten.

 

 

Op de zandplaat

Mijn broer Nanne en ik hadden een vriendje, Jan Uitterlinden. Wij waren altijd creatief bezig. We kampeerden op de gorzen en op een keer bij eb op een droge zandplaat. We hadden een wekker, die het alleen deed als hij op z´n kop lag en dat werd wel eens vergeten. Het werd al donker en we besloten te gaan slapen en dachten niet aan thuis. Toen het donker was hoorden we in de verte op de zeedijk roepen, dat het water bijna tot aan de tent was, want het werd vloed. Er stonden veel mensen op de dijk, ook onze ouders en de veldwachter Haaij. Gelukkig maar, anders waren we door het water ingesloten en had het wel eens verkeerd kunnen aflopen.

Sliksleeën

Bij eb viel een heel stuk gorzen droog, wat wij ‘de slikken’ noemden. Als je langzaam liep kon je zo tot je knieën wegzakken. Mijn broer Nanne had weer een idee. De meeste ideeën kwamen van hem en hij had ook altijd de leiding. Over de slikken sleeën, dus gingen we sliksleeën maken. Hij maakte een tekening en aan de hand daarvan gingen we aan de slag. Zo hebben we er drie gemaakt en dat ging prima, met grote snelheid vlogen we over de slikken.
We hebben ook een geheime bergplaats gemaakt, waarin we ze konden verbergen, want naar huis meenemen kon natuurlijk niet.
Ook werden er op het houten hoofd van de haven, achter de vuurtoren, of beter gezegd onder het hoofd over de balken bij eb gevaarlijke capriolen uitgehaald. Die balken waren soms spiegelglad en er werd verstoppertje gespeeld. Tussen de buitenwand, die dubbel was, kon je wegkruipen. Als het vloed werd moest je wel zorgen dat je weg was anders kwam je er niet meer onderuit.

Hoofd en vuurtoren (ets van Frans Spuijbroek)

Op het ´hoofd´

De ambachtsschool

Na de lagere school gingen we naar de Ambachtsschool in Den Briel, dat was tien kilometer fietsen. Op die school merkten wij, dat we als Hellevoeters niet zo welkom waren, ook sommige leraren lieten dat duidelijk merken, zelfs door het geven van lagere cijfers. Ik wist toen niet, dat die afgunst van de Briellenaren zelfs nog uit de Middeleeuwen stamde, maar dat heeft u kunnen lezen in het eerder genoemde artikel uit de Panorama.

 

Ambachtsschool te Brielle

 ‘Nut van´t Algemeen’

Als creatievellingen moesten we altijd iets maken, en dan heb je geld nodig en dat hadden we niet. Het zakgeld bedroeg 15 cent per week. We wilden een kano maken en daar heb je hout, stopverf, verf, spijkers en dergelijke voor nodig. We ‘organiseerden’ het hout van viskisten van de visboer Willem Otte, die het oogluikend toeliet en onze activiteiten wel kon waarderen. Verder sloopten we ook hout en loden afvoerpijpen uit de lege huizen en vroegen afvalbeenderen van de slager Wessel en verkochten die zaken aan de voddenboer Van der Sluis. Die vroeg nooit waar het vandaan kwam.
We hebben bloemen uit de tuin van de kerk verkocht voor het ‘Nut van´t Algemeen’, dat waren wij zelf dan. Stopverf en die zaken kochten we bij de schilder Dijkgraaf op de Oostkade. En zo kwam er een kano tot stand.

Jan, Wim en Nanne

Met de kano op ´t Haringvliet

De Christelijke Jongelings Vereniging

Wij waren ook op de Christelijke Jongelings Vereniging, de ‘knapen-vereniging’, onder leiding van de Heer Bal. Er waren jongens uit Hellevoetsluis en omstreken lid van. Je hoefde niet christelijk te zijn, als je je maar aan de regels hield, zoals niet vloeken en de bijbellezing bijwonen.
Er waren allerlei activiteiten, zoals dam- en schaakclubjes, figuurzagen en niet te vergeten de alom bekende ‘fluitclub´ onder de eminente leiding van Wim Dubbelt. Nanne was tamboer, maar kon ook goed (dwars)fluiten, Jan en ik waren fluitist. Wim Dubbelt was al sinds 1927 aan de club verbonden. Op 16-jarige leeftijd nam hij al de leiding over van dit korps. Toen hij naar De Haag verhuisde voor zijn werk, heeft hij nog meer dan tien jaar heen en weer gependeld. Wat een motivatie!

Tamboer en Pijperscorps ´Wilhelmina´ Hellevoetsluis

´Ons Genoegen´

Ook was er een zangvereniging ´Ons Genoegen´ in Hellevoetsluis onder leiding van een ‘oude’ operazanger, Van der Linden, waar wij ook bij waren. Mijn zus Janny was solozangeres en op kosten van de Vereniging kreeg zij twee jaar les op het Conservatorium in Rotterdam. Op uitvoeringen in Casino achter café Van Soest zong zij aria´s en duetten met de dirigent voor volle zalen.

Glassnijden achter slot en grendel

We gingen met z´n drieën wel eens naar de markt in Rotterdam. Zo hadden we eens drie glassnijders gepikt en we hadden wel eens op de film gezien dat je daarmee een ruit kon uitdrukken met een doek en groene zeep. Dat moest natuurlijk uitgeprobeerd worden in een huis in de Hoofdwachtstraat, dat te koop stond. Wij druk aan het oefenen en het lukte aardig. Aan de de overkant woonde iemand, die geschrokken was van de herrie en de veldwachter Duisterhof waarschuwde, die direct kwam. Wij vluchtten in de wc en deden de deur op slot. Hij bulderde: ‘In naam van de Koning, doe open die deur!’
Op het politiebureau werden we afgehaald door onze vader, met een laatste waarschuwing en inbeslagneming van de glassnijders.

Volgende keer Deel 2 van het vierdelige feuilleton van Wim Balijon.

Vestingcode 2018

Ook dit jaar weer het inmiddels befaamde evenement Vestingcode in het hartje van Hellevoet. Zaterdag 9 juni 2018 Van 13.00 tot 17.00 uur. Vesting Hellevoetsluis en de toegang is gratis. Je vindt hier het programma en de routekaart. Bezoek dichters, bandjes, zangers, vertellers, koren, kunstenaars, schrijvers, spoken word-artists, dansers, musici en toneelspelers! En nog veel meer. Ook leuke activiteiten voor kinderen. Komen en je komt oren en ogen tekort in de vesting aan het Haringvliet. Klik op de afbeelding en hij opent groot en leesbaar in een nieuw venster.

OPEN MONUMENTEDAG 2017 HELLEVOETSLUIS

Zaterdag 09 september 2017 is weer een aantal bijzondere monumenten in Hellevoetsluis toegankelijk voor iedereen. Het is dé kans om een plek te bezoeken waar je normaal niet zo snel komt, of om mee te doen aan een eenmalige activiteit.

‘Boeren, burgers en buitenlui’, het thema verbindt stadsbewoners, plattelandsbewoners en de uiteenlopende historische perioden.

Zaterdag 09 september Programma:*

Prinsehuis: open 10:00-17:00 Klantklossen, handgemaakte kaarten, papierknip workshop, expositie, rondleidingen met gids.

Plein voor Prinsenhuis: 13:00-16:00 Gratis creatieve kinderactiviteit ‘Het klompenatelier’, kinderen mogen zelf een klompje beschilderen, swingend looporkest, boeren, burgers en buitenlui kom luisteren ‘de Stadsomroeper vertelt’.

Vestingkerk: 10:00-17:00 open RK kerk van Padua: 10:00-17:00 open expositie Iconen.

Kazerne Haerlem: 11:00-17:00 Bezoekerscentrum open korte rondleidingen wallen.

13:00: Vestingwandeling start vanaf Kazerne Haerlem.

Vuurtoren: 12:00-16:00 open gidsen zijn aanwezig.

Molen de Hoop: 12:00-16:00 open.

Droogdok Jan Blanken, Stadsmuseum en Brandweermuseum: open.

Museumkade: AMS Bernisse, Lichtschip Noordhinder, Museumschip de Buffel.

Kruithuisje: 11:00-16:00 open Atelier Joanna Smolarz.

Fort Noorddijk: 11:00-16:00 open rondleidingen en informatie ZHL aanwezig.

Meer informatie en het volledige programma is te vinden op www.openmonumentendag.nl

* alle activiteiten en openingstijden onder voorbehoud en deelname voor eigen risico

 

Vestingcode 2017

Ook dit jaar weer het inmiddels befaamde evenement Vestingcode in het hartje van Hellevoet. Zaterdag 17 juni 2017 van 13.00 tot 17.00 uur en de toegang is gratis. Je vindt hier het programma en de routekaart. Bezoek dichters, bandjes, zangers, vertellers, koren, kunstenaars, schrijvers, spoken word-artists, dansers, musici en toneelspelers! En nog veel meer. Ook leuke activiteiten voor kinderen. Komen en je komt oren en ogen tekort in de vesting aan het Haringvliet. Klik op de afbeelding en hij opent groot en leesbaar in een nieuw venster. Tablet en smartphone-bezitters scannen de QR-code en nemen het programma digitaal mee. Stuur je leukste foto’s naar n.wielen@hellevoetsluis.nl en we plaatsen ze hier! Kijk ook eens op Facebook. Of op Twitter. Of op LinkedIn.

 

 

Voorne in Stelling 2017

Voor de zevende keer wordt op de zaterdag voor Pinksteren, 3 juni, ‘Voorne in Stelling’ georganiseerd. ‘Keep them Rolling’ is ter plaatse met hun arsenaal aan authetieke legervoertuigen. Indrukwekkende militaria uit het verre verleden, rondleidingen en ‘levende historie’ door de living history groep ‘Nederland Paraat 1939-1940′. Het doel van de groep Nederland Paraat is het historisch correct weergeven van onze Nederlandse soldaten uit de periode vlak voor de oorlog. Zij doen dat met uniformen, bewapening, uitrusting, uiterlijk en gedrag. In Rockanje, Oostvoorne en Brielle zijn op die dag vergelijkbare activiteiten. Je kunt de hele Linie van Voorne doen, als je wilt. Kom ook: er is nog veel meer te beleven, ook speciaal voor kinderen. Wij publiceren hier het Programma van zaterdag 3 juni van 10.00-17.00 uur. Komt dat zien. Klik op het programma en het opent op een nieuwe pagina in vergrote vorm. Of scan de QR-code en neem het hele programma mee op je tablet of smartphone. Veel plezier!

Pinkstersail Hellevoetsluis
Tijdens het Pinksterweekend vindt bovendien Pinkstersail Hellevoetsluis plaats. Een weekend bomvol nostalgie dankzij de vele oude, gaffelgetuigde (beroeps)schepen die de zeilen nog niet gestreken hebben. Kijk voor meer informatie op: http://pinkstersail.blogspot.nl of http://www.klipperaak-linquenda.nl

Cultuurhuis geopend en Cultuurprijs onthuld en uitgereikt

Een feestelijke bijeenkomst, donderdagmiddag 23 februari 2017 in het nieuwe Cultuurhuis in Hellevoetsluis dat officieel door wethouder Margriet den Brok geopend werd. Maar het feestje werd afgesloten met een bijzondere verrassing. De allereerste uitreiking van een nieuwe Hellevoetse Cultuurprijs. Een middag waarin trots, gelukwensen en emotie door elkaar heen liepen en daarmee voor een bijzondere sfeer zorgden,

De Johan Veenstra Cultuurprijs
Donderdag 23 februari reikte wethouder Margriet den Brok (Cultuur) de Cultuurprijs uit aan Johan Veenstra. De Cultuurprijs kreeg zijn naam: de Johan Veenstra Cultuurprijs. De prijs wordt elke twee jaar uitgereikt aan een bijzonder cultureel initiatief, inwoner, kunstenaar, gezelschap of school.De allereerste ontvanger van de prijs is meteen de naamgever geworden. Want niet voor nieuws gaat deze eerste keer de prijs naar Johan Veenstra.

Wethouder Margriet den Brok reikt de Cultuurprijs uit aan Johan Veenstra

Uit het juryrapport
Johan Veenstra kreeg de prijs voor zijn inzet, doorzettingsvermogen en enthousiasme voor de cultuursector in Hellevoetsluis. Hij is een van de drijvende krachten achter de komst van theater Twee Hondjes in Hellevoetsluis. Hij nam al na een aantal jaar de functie van theaterdirecteur over. Het theater werd onder zijn bezielende leiding een belangrijk artistiek podium in de regio. Als een gedreven theaterman met een onuitputtelijke passie lukt het Johan ieder jaar weer om een buitengewoon programma neer te zetten. Hij houdt rekening met de wensen van de bezoekers van het theater. Hierdoor staat het publieksvriendelijke theater in het hele land bekend als een leuk en gezellig theater waar artiesten en gezelschappen graag naartoe komen. Wie er ook binnenkomt, iedereen is welkom en voelt dat ook. Al jaren zet Johan zich in om de Vesting tot ‘cultureel stadshart’ te maken. Tot op de dag van vandaag bouwt Hellevoetsluis voort op wat pioniers als Johan Veenstra met veel elan en inspiratie op de agenda weten te krijgen. Johan is ook een van de drijvende kracht achter het Cultuurhuis Nieuwe Veste.

Een zichtbaar ontroerde Johan Veenstra - blij met de prijs.

De prijs
De Johan Veenstra Cultuurprijs is een tweejaarlijkse bijzondere waardering voor diegenen die net dat beetje extra doen voor de cultuur in Hellevoetsluis. En dat ook nog eens jaren achter elkaar weten vol te houden of een hele bijzondere prestatie op dit gebied leveren. De jury bestaat uit : Edwin van der Geest, Paul Hoff, Albert Martinus, Janneke Postma en Cris Vaudo. De prijs bestaat uit een beeld dat is gemaakt door beeldhouwer Eelke van Willegen en de doos, die tegelijkertijd de sokkel is, door Rinke van Willegen. Eelke heeft de golven gebruikt als inspiratiebron voor het beeld. Golven raken elkaar en versterken, vergroten en verbinden elkaar. Ook de Cultuursector kent golfbewegingen die elkaar versterken, inspireren en laten uitgroeien tot iets groots.

Het bronzen golfmotief van de Johan Veenstra Cultuurprijs

Over golven

Ik was te Cadzand aan het strand
getuige van een misverstand,
toen ik twee golven hoorde spreken
precies voordat ze zouden breken.
De ene riep: ‘Het is gedaan,
wij zullen hier te pletter slaan!’
De ander zei beslist: ‘Welnee,
je bent geen golf, je bent de zee.’

Eclips, danstheater geschreven en vormgegeven door Johan Veenstra

'IJstijd' een eenakter op rijm door Frank Herzen en Taco Meeuwsen, uitgevoerd door de Stichting HOT (Hellevoets Openluchttheater) onder de artistieke leiding van Johan Veenstra.

'IJstijd' een eenakter op rijm door Frank Herzen en Taco Meeuwsen, uitgevoerd door de Stichting HOT (Hellevoets Openluchttheater) onder de artistieke leiding van Johan Veenstra.

'De Vrijheid, de Woede en het Water', opera door Frank Herzen. Uitgevoerd door de Stichting HOT (Hellevoets Openluchttheater) onder de artistieke leiding van Johan Veenstra.