Vijftig Flakkeeërs in tweepersoonsbedden

Mevrouw S. Langendoen

Door: Kees van Rixoort

“In 1898 is het café afgebrand. Of dat helemaal was, weet ik niet. Maar in 1899 is het al weer opgebouwd.” Mevrouw S. Langendoen – Bouwman kent de jaartallen zo goed, omdat ze in het halletje op een ingemetselde steen stonden. Later verdween die herinneringssteen achter modern timmerwerk, maar de brand en wederopbouw bleven in haar geheugen. In ieder geval de bijbehorende jaartallen. De Kroon is na de herrijzenis van ruim een eeuw geleden nooit meer verdwenen. Nog altijd staat hij fier langs de Rijksstraatweg, min of meer midden in Nieuwenhoorn. Groot en hoekig, een verdwaalde vreemdeling in een nietig dorp. Maar, toevallige en wellicht wat oppervlakkig kijkende passant, vergis u niet! De Kroon was en is een ontmoetingspunt voor het dorp, een rustpunt voor reizigers aan de lange weg van vesting naar vesting, een domicilie voor gasten uit tal van windstreken en een uitvalsbasis voor een dagje vertier op het enkele kilometers westwaarts gelegen Noordzeestrand. Foto links: De Kroon in lang vervlogen tijden.

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_088

De Kroon in lang vervlogen tijden.

“Wij zijn zomaar ineens begonnen. Nee, we hadden nooit een café gehad.” Samen met haar man en haar vijfjarige zoon trok mevrouw Langendoen vanaf het boerenland bij Zwartewaal naar Nieuwenhoorn. Ze moet even rekenen en zegt dan: “Het moet in 1958 zijn geweest. De Kroon was een café en er werden ook wel uitvoeringen gegeven. Erboven zat een hele grote zolder; m’n oudste zoon heeft er leren fietsen.” Het pand was nog eigendom van brouwerij Amstel en vanzelfsprekend was dat ook het bier dat uit de tap kwam. De brouwer had niet zoveel vertrouwen in de nieuwe uitbaters. “We hoorden de vertegenwoordiger zeggen: ‘wat moeten die boerenmensen hier’. Ze wilden het café wel verkopen, maar na een tijdje liep het zo goed, dat ze het liever wilden houden. Ze vroegen, toen we het pand gingen kopen: ‘waar moet je het geld vandaan halen’. Maar m’n man zei: ‘ach, ik heb jullie helemaal niet nodig’. Dus namen we De Kroon over. We hebben nog wel een paar jaar Amstel moeten verkopen. Contracten hè”, zegt ze met een berustende frons.

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_090

Het enkele kilometers westwaarts gelegen Noordzeestrand.

Van theekistenhout

De overstap van het agrarische leven naar het etablissement in Nieuwenhoorn pakte goed uit. Mevrouw Langendoen: “Het was een hele goeie stap: altijd druk en nooit vrij. Al snel hebben wij kamers op ’t café gebouwd. De Rozenhoek werd gebouwd en toen kwam de vraag of wij slaapplaatsen hadden voor de Brabantse vloerenleggers en zo. Verder was nergens wat. De vorige eigenaar had wel een paar kamertjes gemaakt, maar die waren van theekistenhout. Dat was niet veel. Zodoende hebben wij hotelkamers laten bouwen. Hoeveel het er waren?” Ze loopt in gedachten nog eens door de hotelgangen: “Twee, vier, zes, acht, negen, tien en elf; een stuk of elf, twaalf.” Toen De Rozenhoek klaar was, zakte de vraag niet in. Integendeel. “De badgasten kwamen, de mensen die aan de Deltawerken werkten, de wegenbouwers. En de Flakkeeërs. Dat was in die hele strenge winter; was het niet in 1963? Die Flakkeeërs reden met vrachtwagens rond of werkten op ‘de rubber’, maar omdat het Haringvliet dicht lag met ijs, konden ze niet terug en zochten ze een slaapplek. We hadden wel vijftig mensen over de vloer, ze lagen allemaal in tweepersoonsbedden. Een volle bak. Het was een flinke herrie met al die Flakkeeërs boven, maar toen m’n man riep dat het stil moest zijn, hebben we niks meer gehoord.” Ze geniet even van haar herinnering en vervolgt: “De badgasten kwamen overal vandaan. Uit het hele land, maar ook uit het buitenland. We hebben mensen uit Duitsland leren kennen en die zie ik nog steeds. Ze vertelden me pas nog dat ze in het begin achtenhalve gulden moesten betalen. Volpension, dus slapen en drie keer eten. Voor tussen de middag op het strand kregen ze een lunchpakket mee.” De hotelkamers liepen vanzelf vol. Mevrouw Langendoen had bijvoorbeeld in Hellevoetsluis en Nieuw-Helvoet een uitmuntende ambassadeur voor haar hotel: de burgemeester. Als hij ’s avonds langs de Rijksstraatweg liep om z’n hondje uit te laten, dirigeerde hij potentiële hotelgasten regelmatig richting Nieuwenhoorn. “Tegen Pasen belde de VVV uit Rotterdam altijd. Dan zat de stad vol met slapers en vroegen ze of wij nog plek hadden. In de tijd van een uur liep je dan helemaal vol.” Dan was het aanpoten geblazen in De Kroon. “Gelukkig had ik een stuk of wat vrouwtjes in het dorp, die ik zo kon roepen. M’n vader en moeder hielpen ook als het nodig was, en m’n zoon natuurlijk.”

Eigen groente

De uitbaters hoefden zich in de jaren zestig en zeventig absoluut niet te schamen voor de elf of twaalf hotelkamers. “Toen waren ze hypermodern”, zegt mevrouw Langendoen met een glimlach. “Maar er was geen douche of wc op de kamer. Dat had je toen niet. Tv? Ook niet. Een bed en een kast, meer niet. Maar iedereen riep erover dat het zo netjes was. Achter was een tuin en daar hadden we onze eigen groente en kippen. Er werd ook wel eens een varken geslacht. Ach, het eten was toen lang zo uitgebreid niet. Enne: gewoon Hollandse pot. Als er kuikens waren, lieten we ze een paar weken groeien en werden ze gebraden. Dan lag er een hele rij halve kippen in de keuken.” De Kroon bleef als café ook een ontmoetingspunt voor de dorpelingen. “Vooral als je slapers had. Want waar mensen zijn, willen andere mensen wezen. Er waren ook wel mensen uit het dorp die op hun vaste tijdstip een borrel kwamen drinken.” En dan was de uitspanning ook nog eens het decor voor uitvoeringen van bijvoorbeeld muziekvereniging Voorne-Putten en toneelvereniging Gunda. De plattelandsjongeren kwamen er bijeen en voor de voetbalclub gold De Kroon jarenlang als het vertrekpunt voor uitwedstrijden. “Het was een gezellige tijd, het ging er veel gemoedelijker aan toe. Hoe het dorp was? Net als alle dorpen, denk ik. Ach, veel tijd had ik niet voor de buitenwacht, we hadden het altijd druk.” Mevrouw Langendoen vertelt dat ze alle voorkomende klussen aanpakte: bedden verschonen, eten koken, bier tappen – noem maar op.

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_093

Hotel de Kroon in Nieuwenhoorn, anno 2005. (foto: Jur Snijders)

Vreemde snuiters

Gekke dingen, tja. Ja, er is wel eens een brandje geweest. Met veel rook. Maar verder… “We hebben weinig tot zeer weinig vreemde snuiters over de vloer gehad. Wel waren er eens een paar zigeuners. Twee of drie mannen aan een tafeltje. M’n man zei: ‘niet te veel tegen zeggen, hoor, misschien zijn het wel ruziezoekers’. Ik zei niks. Ze zaten een poosje en toen gingen ze maar. ‘Veel te duur’, zeiden ze nog. We hebben ze nooit meer gezien. Al met al was er heel weinig trammelant.” Hotel-café De Kroon is verkocht, de slijterij – in de voorkamer van het naast het hotel gelegen voormalige woonhuis - voorgoed gesloten, de kapsalon – naast de slijterij, het latere woonhuis van de familie Langendoen – al eerder opgedoekt. ‘Waar motten we nou naartoe?’, vroegen de dorpelingen, toen de slijterij eind december 1991 voor het laatst open was.

1 reactie op “Vijftig Flakkeeërs in tweepersoonsbedden

  1. Wat een gaaf verhaal. Mijn oma heette Arendje Maria Langendoen en was op 19 maart 1873 geboren in Nieuwenhoorn. Zij trouwde met Adrianus Bravenboer (mijn grootvader). En ik vraag me af: hadden zij ook met cafe de Kroon te maken? Ik dacht het wel

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>