De Russen vlogen uit de bocht, met paarden en al

Lammert Looy

door Kees van Rixoort

Bijna was Nieuwenhoorn het einde van de wereld geweest. De Rijksstraatweg, min of meer de levensader van het dorp, zou abrupt worden afgekapt en de doorgaande route moest gaan lopen via de Nieuweweg. De hoge heren hadden het zo bedisseld. Maar met de middenstand van Nieuwenhoorn hadden ze geen rekening gehouden. Die zette zich schrap, verzamelde de middelen om een advocaat in de arm te nemen en wist de vermaledijde afsnijding tegen te houden. Zo bleef het dorp tussen Den Briel en Hellevoet een onderdeel van de dynamische wereld. “Anders was het hier een afgesloten gebied geworden”, zegt timmerman Lammert Looy jaren na de actie tegen de hoge heren. “Die weg heeft altijd een belangrijke rol gespeeld voor het dorp. Als je die gaat afsluiten, ben je echt verkeerd bezig.” Looy kijkt door zijn raam naar buiten en ziet een grote vrachtwagen met aanhanger op de Rijksstraatweg voorbij denderen. “Zie je dat bord daar? Niet meer dan 3,5 ton, staat erop. Je ziet het, er wordt echt nooit naar gekeken.”

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_082

Het dorp Nieuwenhoorn aan de Rijksstraatweg

Huis op de weg

Lammert Looy woont op de hoek van de Dorpsstraat en de Rijksstraatweg. Hij is er in 1938 geboren en heeft zijn hele leven op deze plek gewoond. “Er zijn veel huizen weggehaald”, zegt de timmerman. “Ouwe rotzooi, hoor. Tja, het was nodig voor de verkeersverbetering op de straatweg. De stoep kwam zo op de weg uit – veel te gevaarlijk. Hiernaast stond een kanjer van een huis. M’n vader en moeder hebben er nog gewoond. Als er ’s avonds een auto vanuit Den Briel kwam, schenen zijn lichten zo naar binnen. Het huis stond midden op de weg. Je kon aan de lichten zien dat de auto eerst een beetje naar links ging en dan naar rechts. Zo om het huis heen.” Looy toont een foto van het monumentale pand achter een drietal lindebomen. Hij vertelt dat het ooit een herberg was en dat Willem de Tweede of de Derde (“Ik weet het niet precies”) er nog gelogeerd heeft op weg naar Hellevoetsluis en Engeland. Toen Lammert Looy een klein mannetje was, was het huis op de weg al gesloopt. Wat restte was een puinhoop, die nog jaren een plezierige speelplek bleef. Het gesloopte huis, waarvan in het weinig fl orissante plantsoentje niets resteert, behoorde toe aan Arij Spoon, een grote aannemer. Vader Looy timmerde en zaagde in de achter het pand gelegen werkplaats, waarin de machines werden aangedreven door een windmolen op het dak. Ook daar is niets van over. De straatweg is er gelukkig nog wel. “Voor ons loopt de Rijksstraatweg van ’t Zwaantje, bij de kruising met de Oostdijk, naar de ‘bosjes’, waar nu het viaduct is. Daar stond aan beide kanten wat kreupelhout, als kind ging je er graag naartoe om te spelen. De straat was nog een straat. Pas later is er asfalt gekomen en toen is de weg ook verhoogd.”

Nooit gevaarlijk

Lammert Looy heeft het over de tijd dat de kinderen van de dorpsschool hun speelkwartiertje op de Rijksstraatweg doorbrachten. Of op de Dorpsstraat. “Pas later, toen het drukker werd, is er een speelterrein aangelegd achter de school. Maar al met al is dit nooit een gevaarlijke weg geweest”, wijst Looy door het venster. “Hoeveel ongelukken zijn er nu gebeurd? Ja, er is eens een stelletje Russen met paarden en al uit de bocht gevlogen. Die waren tijdens de oorlog bij boer Vijfvinkel ingekwartierd. Ze kwamen uit de richting Den Briel, konden hun paarden hier op de hoek niet meer houden en lagen even later zo op ’t plein. Een buurjongetje van me is wel eens op straat terecht gekomen toen hij gegrepen werd door een motorfi ets. Maar verder is er eigenlijk nooit wat gebeurd. Oh ja, er is ook een keer een vrachtwagen tegen een huis aangereden. Over het algemeen rijdt iedereen met gepaste snelheid door het dorp. Hoewel het ook wel eens gebeurt dat we zitten te schudden op de bank als er een bus of een vrachtwagen voorbijkomt.” Maar ach, maakt de dorpstimmerman tussen de regels duidelijk, dat hoort nu eenmaal bij het wonen aan een verkeersader. Er was een tijd – nog niet eens zo lang geleden – dat Nieuwenhoorn drie bakkers telde. Vier timmerlieden, een sigarenhandel annex kleermakerij, een sigarenmakerij, een molenaar die meel en veekoeken verkocht, een kapper, een postkantoortje en een schoenmakerij. “Hier aan de overkant had je de smederij van Jaap de Gruyter. Die had twee hoefstallen. En hij maakte ook metalen banden voor wielen en rijtuigwerk voor de boeren. Trouwens, je kon er ook nog terecht voor fietsen en kachels.” Een metselaar, een visboer, taxibedrijf Lemson. “Jaap de Tol heette eigenlijk Jaap Boutkan. Maar hij woonde in het vroegere tolhuis, waar iedereen moest betalen die naar Den Briel ging, dus noemden we hem De Tol. Hij was kruidenier, maar hij verkocht ook schrijfwaren en zo.” Lammert Looy noemt het café van Piet Vinke, die vroeger ook de plantsoenen bijhield en de klokken luidde, en die pas stopte met pintjes tappen toen hij een paar jaar geleden op hoge leeftijd stierf.

Te rad van tong

Looy heeft het hele dorp van toen beschreven – zelfs de twee cafeetjes langs de straatweg in de richting van Brielle, de Kemphaantjes en Kervezee, wekt hij weer even tot leven – en is nu aangeland bij de buren. “Theo Kwanten was onze buurman. Hij zat bij de ondergrondse en is door de Duitsers gefusilleerd. Er staat een monument voor hem.” Looy is even stil. Dan gaat hij verder: “Theo Kwanten was te rad van tong, alles wat hij dacht, bracht hij ook naar buiten. Wij kenden hem goed, hij had hiernaast een hoedenwinkel, waar hij ook manufacturen en meubels verkocht. Z’n vrouw is er nog jaren mee doorgegaan. Hij is gefusilleerd, maar we wisten niet waar en hoe dat gebeurd is. En nog weten we het niet. ’t Was een schok, ja, ’t was heel wat. Tegelijk met Theo Kwanten was Jan Lemson opgepakt, maar die kon wegkomen. Die heeft de oorlog overleefd.” Lammert Looy woont al bijna 65 jaar in Nieuwenhoorn. Het gevoel dat hij daarbij heeft laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Meer dan veertig jaar na de gemeentelijke herindeling zegt hij: “Ik ben een Nieuwenhoornaar, met Hellevoetsluis heb ik niks.” Looy vindt het dorp gemoedelijk, al is het wel minder geworden. Hij timmert aan het dorp en maakt, als het moet van de architect, zelfs schuine ramen. Hij voelt zich thuis in het dorp waar de middenstand in het geweer komt als het spook van de afgesneden levensader van zich doet spreken. Waar rentenierende boeren hun propere villa’s en villaatjes lieten bouwen. Waar nog altijd een agrarische sfeer hangt, maar waar je geen enkele koe meer door de wei ziet stappen.

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_087

“Hiernaast stond een kanjer van een huis. Als er ‘s avonds een auto vanuit Den Briel kwam, schenen zijn lichten zo naar binnen”. (foto: Jur Snijders)

1 reactie op “De Russen vlogen uit de bocht, met paarden en al

  1. Theo Kwanten was de jongere broer van mijn oma. Ergens moet er nog een foto van hem zijn samen met zijn vrouw Lien. In de hoedenwinkel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>