7 Het ontstaan van het Haringvliet

07

1214-1314

Het Haringvliet ontstond omstreeks 1214 door een reeks zware stormen en overstromingen. De Heer van Voorne riep hulp in van Vlaamse monniken om verdere schade aan zijn land te beperken. De duinenrij die het vruchtbare land van Voorne beschermde raakte door een reeks zware stormen in 1214 zwaar beschadigd. Er volgden overstromingen waardoor de laaggelegen gebieden onder water liepen en het Haringvliet ontstond.

De Heerlijkheid Voorne verloor een flink stuk van het grondgebied en vormde niet langer één aaneengesloten gebied: het was een eilandenrijk geworden. Het water bedreigde meer stukken land en dat zette de Heren van Voorne ertoe aan de hulp in te roepen van de Cisterciënzerabdij Ter Doest, gelegen in het Vlaamse dorpje Lissewege. De monniken van dit klooster beschikten over de kennis om dijken aan te leggen. Dat was nodig om het Middellant (het tegenwoordige Rockanje) en de Oosthoek (het tegenwoordige Oudenhoorn en Nieuwenhoorn) te behouden. Door de inspanningen van de monniken werd het gebied weer veiliggesteld. Als dank voor hun hulp schonk Dirk van Voorne het Middellant en de Oosthoek aan de monniken van de abdij Ter Doest. ,,Een oud spreekwoord wil dat men in nood zijn ware vrienden leert kennen’’, zo begint de akte uit 1220 waarin Dirk de schenking officieel vastlegde. De Cisterciënzers behoorden tot een kloosterorde die ernaar streefde om woeste gebieden te ontginnen en in gebruik te nemen als wei- of akkerland. De Oosthoek voldeed aan de eisen van de monniken, die het gebied begonnen te bewerken. Ze stichtten er een uithof waar ze ongestoord in sobere omstandigheden leefden en werkten. Gemiddeld woonden en werkten er zo’n 250 mensen. De uithof bestond uit zo’n veertig woningen, een stenen woontoren en een houten kerk die door een begraafplaats werd omringd. Alles wijst erop dat het een bloeiende samenleving was, maar de Cisterciënzers begonnen meer waarde te hechten aan het vergaren van kennis dan aan het ontginnen van woeste landen. In 1314 verkocht Ter Doest de Oosthoek terug aan Gerard van Voorne. Kort daarop overstroomde het gebied, waardoor de uithof werd verwoest. In 1355 werd de Oosthoek deels bedijkt als de polder Oudenhoorn, in 1368 volgde het naastgelegen Nieuwenhoorn. Op dat moment herinnerde er al niets meer aan de vroegere uithof. Dankzij een archeologische opgraving konden veel gegevens over de vroegere samenleving worden achterhaald.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>