5 Het handelsplaatsje Witla

05

Ca. 700-837

Witla is alleen bekend uit oude archiefstukken. Niemand weet waar het plaatsje op Voorne-Putten lag, want het is vernield door de vikingen en verwoest door een overstroming. De Vroege Middeleeuwen (ca. 400 – 1000) worden terecht als de Duistere Middeleeuwen aangeduid. Er zijn slechts weinig schriftelijke bronnen uit deze tijd bewaard gebleven, dus het is moeilijk en vaak zelfs onmogelijk de gebeurtenissen uit deze periode te reconstrueren. Ook wat betreft Voorne-Putten tasten we, afgezien van wat schaarse lichtpuntjes, in het duister.

Omdat er nooit archeologische resten van zijn teruggevonden, hebben tal van archeologen en historici zich het hoofd gebroken over de precieze locatie van het verdwenen handelsplaatsje Witla. De schaarse bronnen vermelden dat de nederzetting nabij de Maasmonding lag, maar dat is allesbehalve een duidelijke aanwijzing. Gezien de naam heeft Witla naar alle waarschijnlijkheid op Voorne-Putten gelegen, aan of nabij de Widele, de oude benaming voor een stuk van de Bernisse. Witla wordt voor het eerst genoemd in een akte die tussen 690 en 700 is opgemaakt: ,,Rathardus donavit in pago Fresinse alio locello cuius vocabulum est Witle’’. Ene Rathardus schonk met deze akte een boerderij met landerijen en vier horigen in Witla aan de Sint Pietersabdij bij Gent. Deze vroege vermelding maakt duidelijk dat Voorne-Putten al minstens één grootgrondbezitter kende die boeren als horigen aan zich had gebonden. Door de schenking aan de abdij wilde Rathardus een beter leven in het hiernamaals verwerven. De monniken van het klooster Fulda in Midden-Duitsland hielden een kroniek bij waarin zij elk jaar de belangrijkste gebeurtenissen noteerden. Deze Annales Fuldenses vormen daarmee een belangrijke bron voor historisch onderzoek. In de annalen over het jaar 837 staat een intrigerende opmerking: ‘’Normanni Andwerpam civitatem incendunt, similiter et Witlam emporium iuxta ostium Mosae fluminis’’. Het betekent letterlijk: ‘’Noormannen staken Antwerpen in brand, net als de stapelplaats Witla, gelegen bij de monding van de Maas’’. Daarmee kwam er een roemloos einde aan het bestaan van het handelsplaatsje. Het is de vraag of er ooit nog overblijfselen zullen worden gevonden. Nadat de Noormannen het dorpje met de grond gelijk hadden gemaakt, zullen de restanten waarschijnlijk tijdens de hevige stormvloed van 26 december 839 zijn weggespoeld. De handelsfunctie werd vervolgens overgenomen door Vlaardingen, dat qua ligging beter beschermd was tegen aanvallers.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>