3 Kwetsbaar boerenleven

03

Ca. 3.000  - 50 voor Christus

Boeren kwamen naar Voorne-Putten om graan te telen op het vruchtbare land. De grote boerderijen bestonden uit een woongedeelte en een stal met ruimte voor soms wel twintig koeien.Langs de kust van Voorne bood een duinenrij bescherming tegen het zoute zeewater, maar  de duinen zorgden er ook voor dat het zoete regen- en smeltwater niet makkelijk kon wegstromen. Dat had grote invloed op het landschap.

Er ontstond namelijk een weelderige begroeiing, waarvan de afgestorven bladeren en plantenresten in de waterrijke omgeving geen kans kregen te verteren. Zodoende ontstond er een sponzige veenlaag van soms wel enkele meters dik. Voorne-Putten veranderde hierdoor in een ontoegankelijk moeras. Zware stormen sloegen soms gaten in de duinenrij, waarna er geulen en kreken in het veenlandschap ontstonden waarlangs het water uit het moeras kon wegstromen. Bepaalde gebieden kwamen droog te staan en de hoger gelegen oevers langs zoetwaterkreken werden zelfs bewoonbaar. Rond Spijkenisse en Hekelingen zijn veel vondsten uit de Steentijd gedaan. Zo is er een kampement ontdekt dat vele jaren gebruikt moet zijn door rondtrekkende jagers, die er uitrustten, hun vangsten bewerkten en jachtwerktuigen repareerden. Een vergelijkbare kampplaats uit de Late Steentijd en de Vroege Bronstijd (2200-1800 v. Chr.) werd in Hellevoetsluis aangetroffen. Bij een opgraving troffen archeologen resten houtskool, vuursteen, visresten, botten, verkoold graan en aardewerk aan. Gedurende de Bronstijd (2100 tot 800 v. Chr.) veranderde Voorne-Putten door veengroei opnieuw in een ontoegankelijk moeras. Tijdens de daaropvolgende IJzertijd (800 – 50 v. Chr.) zorgden nieuwe kreken en geulen ervoor dat het landschap weer wat droger werd. Op gunstige plekken gingen boeren wonen, die landbouw bedreven en vee hielden. De boerderijen waren soms wel 25 meter lang en bestonden uit een woongedeelte en een stalgedeelte met ruimte voor twintig of meer runderen. In Spijkenisse is een boerderij opgegraven die in de Late IJzertijd (300 – 50 v. Chr.) op de oever van een kreek stond. Naast versierd aardewerk (met nagelindrukken en lijnen) werd ook een smeltkroesje aangetroffen dat gebruikt is voor metaalbewerking. De gevonden metaalslakken bewijzen dat er koper of brons werd gesmolten. Er kan dan ook met recht worden gesproken over een IJzertijd op Voorne-Putten. Elke opgraving levert nieuwe kennis op over de vroegste bewoners van Voorne en Putten. Het laat zien dat ze hun leven als jagers en verzamelaars langzamerhand inruilden voor dat van boer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>