2 Jagers en Verzamelaars

02

Ca. 8.000 voor Christus

Het voedselrijke deltagebied trok zo’n 10.000 jaar geleden de eerste mensen die zich in leven hielden met vissen, jagen en het verzamelen van vruchten en eetbare planten. Zo’n tienduizend jaar geleden verkenden de eerste mensen het gebied dat het huidige Voorne-Putten omvat. De laatste ijstijd liep op z’n einde: het klimaat werd warmer en de dikke pakken landijs, die Europa deels bedekten, begonnen te smelten.

De zeespiegel lag tijdens de ijstijd aanzienlijk lager: de Noordzee bestond nog niet, zodat mensen en dieren ongehinderd naar Engeland konden lopen. Vissers op de Noordzee halen vandaag de dag nog regelmatig botten, kiezen en slagtanden boven water van de mammoeten die ooit op de bodem van de Noordzee graasden. Grote zoogdieren zoals olifanten, leeuwen, reuzenherten en wolharige neushoorns kwamen hier zo’n 40.000 jaar geleden in groten getale voor, maar hadden omstreeks 8.000 voor Christus allang plaats gemaakt voor kleinere dieren. Er scharrelden muizen, hazen, marters en herten rond. In deze periode verschenen ook steeds meer dieren die door de mens werden getemd en als huisdieren gebruikt: honden, varkens, paarden, schapen, koeien en geiten. Tijdens het einde van de ijstijd zocht het smeltwater een weg naar zee en sleet daarbij een breed rivierdal uit: de Maasdelta. Door het smeltende ijs steeg bovendien de zeespiegel en ontstond de Noordzee, waardoor Engeland een eiland werd en Nederland een kustlijn kreeg. Voorne-Putten lag voortaan niet alleen langs de rivier de Maas, maar ook aan zee. In dit moerassige deltagebied leefden vogels en vissen en op de hoger gelegen gebieden groeiden struiken en bomen. Deze voedselrijke regio was erg aantrekkelijk voor mensen, die zich in leven hielden met vissen, jagen en het verzamelen van vruchten en planten. Er is niets bekend over hoe deze mensen zich kleedden, welke taal ze spraken en of ze bijvoorbeeld een geloof hadden. De enige bewijzen dat in deze regio mensen leefden, zijn de gereedschappen en jachtwerktuigen die bij opgravingen worden aangetroffen. Vondsten uit deze tijd zijn echter zeldzaam: ze liggen immers erg diep onder de grond en worden hooguit bij toeval gevonden. Heel soms worden bijltjes en benen pijlpunten uit de Noordzee opgevist en tijdens de aanleg van de Maasvlakte kwamen bij het opzuigen van zand van de bodem van de Noordzee benen harpoenpunten en een stenen beiteltje te voorschijn.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>