Eén van die oude Hellevoeters – deel 1

Jeugdherinneringen van Willem J. van Beveren

Allereerst vraag ik me af voor wie deze fragmenten uit mijn levensgeschiedenis interessant kunnen zijn. Voor mijn kinderen, voor de kinderen van mijn vrienden, voor oude en nieuwe vrienden van Hellevoet? Dat kunnen er al velen zijn, vooral de laatsten. Geboren werd ik te Hellevoetsluis op 6 oktober 1913 in een alkoof in de daketage boven bakker van der Linden op de Westzanddijk als Willem Jan van Beveren, enigst kind. Mijn vader was Jan van Beveren, zoon van de tonnenlegger Willem van Beveren en van Jacoba Meermans, beiden geboren in 1847 in Fort Bath en St. Annaland.  Mijn moeder was Wilhelmina Boutkan, was van boerenafkomst uit Nieuwenhoorn, dochter van Jan Boutkan en Jaapje Langendoen, die op een boerderij woonden langs de straatweg naar den Briel, bij het Nieuwland. Mijn grootouders van Beveren woonden op de Oostkade 24, het huis waar later de familie F.C. Klop – Vermaat woonde, zeer goede vrienden van mij. De afstamming van de familie van Beveren kon tot ca 1610 teruggevonden worden – steeds in Zeeland – veelal schippers. Bij de grote brand in1692 in St. Annaland gingen vrijwel alle kerkboeken verloren, waardoor verder onderzoek weinig meer opleverde.

Deel 1 tableau Van Beveren

Linksboven: de oude haven van Hellevoetsluis. Rechtsboven: 2e Hoofd met zijn ijsbreker tegen de ijsgang. Linksonder: Lagere Schoolklas te Hellevoetsluis in 1920. Rechtsonder: Omstreeks 1910. Mijn grootvader Willem van Beveren met zijn beide zoons, aan boord van "De Vrouwe Jacoba". Links Jan en rechts Piet.

De Schokker

Mijn vader Jan en zijn broeder Piet waren knecht bij hun vader aan boord van de schokker “De Vrouwe Jacoba”, waarmee in opdracht van “Het Rijk’; als aannemer, vanuit Hellevoetsluis, de betonning van het Haringvliet, Goereesche gat, enz. werd verzorgd en ‘s winters ook de ijsboeien werden uitgelegd. De Vrouwe Jacoba lag eerst achter het politiebureau, maar later voor de deur aan de Oostkade. Als bijverdiensten werd gevist en gejaagd, ook op zeehonden, die er toen nog zeer velen waren en waarvoor een premie betaald werd om de visstand niet te veel te schaden. De zeehonden lagen op de zandbanken te zonnen, voor de Hoornse hoofden en voor de Voornse duinen, ter hoogte van het pompstation van de waterleiding. In die tijd zwommen er nog hele scholen bruinvissen de rivier op, aan Hellevoetsluis voorbij. Vanuit Middelharnis, Sommelsdijk, Stellendam, Goeree, enz voeren visserschepen uit tot op zee. In Hellevoetsluis lag “De Plat” van Uitterlinden. Er was zelfs nog een Zalmvisserij op de punt van de tramhaven met zalmsteken langs de oever van het Haringvliet. Ook waren er kleinere vissersboten, die met lijnen visten, zoals van de gebroeders de Werker. Ze vingen: bot, schol, tong, paling, spiering, zeekrabben, pieterman, bliek, schelvis, kabeljauw, enz. Op de gorzen tussen Hellevoetsluis en de duinen zag men veel wilde eenden, ganzen en soms ook zwanen, verder natuurlijk ook vele soorten meeuwen, sterntjes, lepelaars, strandlopers, snippen, kluten enz. Aan het einde van de havens lagen de vier enorme houten havenhoofden. Van de zee uit geteld het 1e, 2e, 3e en 4e hoofd. Alleen het 4e hoofd, bij het mijnengebouw, was niet voor het publiek toegankelijk. Vooral op het 2e en 1e hoofd van de marinehaven was altijd veel publiek om naar de machtige getijstromen, de scheepvaart of in de winter naar het kruiende ijs te komen kijken, wat vooral bij volle maan een fantastisch schouwspel was, een zee van bewegend kristal.

2e Hoofd met rechts het nieuwe loodskantoor

2e Hoofd met rechts het nieuwe loodskantoor

De vuurtoren scheen

Op warmere dagen werd er gezongen, mondharmonica gespeeld, geflirt. Maar ook bij mist of stormen trok het ons steeds weer naar die oude havenhoofden. Schuilden we achter de vuurtoren of het loodskantoor, waarbij de signaalmast stond, waaraan dan de stormbal hing. De marine was er nog. Vele oorlogsschepen lagen in de havens, de marinewerf was in vol bedrijf, ook de machinistenschool. Het fort had zijn soldaten en kanonniers. Er waren taptoes waar ook veel burgers bij meeliepen. Heel Hellevoet rond; via Baantje, Oostkade, kleine Kanaal, grote kanaal, Glacisweg, stukje Brielse straatweg, weer terug en over de Brielse brug, door de barakken en zo terug naar het Baantje en maar hossen achter de muziek! ’s Avonds wierp de vuurtoren zijn licht over het Haringvliet en op de rivier flitsten in de verte de lichtboeien en andere bakens voor de scheepvaart. Er kwamen nog zeeschepen voorbij en ook de tramboot voer tussen Middelharnis en Hellevoetsluis. In de havens lagen de verlichte oorlogsschepen en op het Baantje verkocht Arie Kapper ijsjes met zijn ijscowagen en vertelde er gratis zijn laatste moppen bij.

24 cm kanonnen

Eén van de oude 24 cm kanonnen

Droogvallende slikken

Er stond nog een mistbel op een der havenhoofden om de schepen signaal te kunnen geven. Vooral de marinehaven, die haaks op de getijstromen lag, was zelfs bij helder weer heel moeilijk om in te varen. Vele malen werden de havenhoofden of de kaden geramd. Meestal door oorlogsschepen, dat gaf dan weer extra werk voor de smid Rietdijk, die toen zijn smederij nog had in een voormalige Joodse synagoge, achterom, bij de palissaden. Ik heb hem dikwijls geholpen met het smeden van 5/8″ hackelbouten. Later was zijn smederij in de Molenstraat. Dan was er de enorme kustbatterij op de “wallen”. Een hele rij van 24cm stukken, waarmee af en toe geoefend werd. Er werd dan geschoten met als doel een vierkante rode lap die op een net was bevestigd dat tussen vier masten op een lang vlot was gespannen. Het vlot werd dan aan een lange kabel door een sleepbootje over de rivier getrokken. De explosieve granaten ploften dan boven de zandplaat van Scheelhoek ver voor Stellendam. De massieve  pantsergranaten kwamen daar ook terecht en werden dan later door mijn vader en zijn broeder weer teruggebracht in de vesting, tegen vergoeding. Er was een markt, er waren kermissen, rond de 2000 inwoners, veel vertier, steeds weer andere schepen in de havens. Veel afwisseling en altijd weer de brede rivier met zijn wisselende getijden, droogvallende slikken, met algen en wier begroeide stenen dammen, ducdalven en rijen van dikke houten palen, waarschijnlijk nog van vroegere havenwerken.

De Schokker

De schokker van mijn grootvader W. van Beveren (op de wal) met aan boord zijn beide zonen en een tijdelijke knecht

Brakwaterpaling

Dit alles om een beeld te geven in welke omgeving ik opgroeide, mijn eerste vage herinneringen moeten ongeveer in 1918 ontstaan zijn. Zo herinner ik mij de allereerste film die ik zag, en wel in de toenmalige marinekantine, nabij de R.K. kerk in de barakken. Het was nog een stomme film waarin politie met honden boosdoeners vervolgden tot over een muur, waarbij ze dan allemaal in een grote plas kleefstof terechtkwamen waar ze als vliegen in bleven kleven. We moesten allemaal tranen lachen. Om nooit meer te vergeten! We hadden thuis toen wel een toverlantaarn, dat was ook mooi maar lang niet zo leuk! Ook herinner ik me – ik moet ongeveer 5 jaar geweest zijn – dat ik van achter een boom op de Westzanddijk vliegensvlug voor de rijdende auto van Dr. Wesseling overstak. Eén van de eerste auto’s in Hellevoet. Hij woonde naast bakker van der Linden – hij moet erg geschrokken zijn! Dan herinner ik me uit diezelfde tijd, dat ik aan de hand van mijn vader aan de zeedijk liep en we in het zuiden de gloed konden zien van de oorlog die daar woedde. Ook lagen we toen eens met een roeiboot langs de zeedijk. Ook mijn oudere neef, Piet Hofman was daarbij. Zijn vader was destijds gezagvoerder op ss Hydrograaf. We lagen daar te peuren naar paling en we vingen de een na de ander. Brakwaterpaling, die smaakte heerlijk gestoofd.

Gezicht op de marinehaven van Hellevoetsluis omstreeks 1930

Gezicht op de marinehaven Hellevoetsluis

Kurkengordel

Eerst ging ik dan met mijn vader mee regenwormen zoeken. ‘s Avonds met een carbidlantaren bij vochtige grond. Je moest dan snel toegrijpen. Dan werden die aan een draad sajet geregen, waarvan een soort kwast werd gevormd. Een stuk lood erop, een korte hengel, de paling beet zich dan vast en liet zich meestal in de boot gooien. Het water trok me al heel vroeg geweldig aan en dat was natuurlijk niet ongevaarlijk. Vandaar dat mijn vader me al heel gauw zwemmen leerde langs de zeedijk, bij de gorzen. En tijdens hoog water, daarbij verdronk ik voor het eerst bijna. Ik kon nog niet zonder een kurkengordel zwemmen en die ging onverwacht los. Gelukkig kon ik nog net op mijn tenen staande mijn neus boven water houden tot mijn vader toevallig omkeek en me grijpen kon. Mijn vader redde overigens daarna nog zoveel drenkelingen, voornamelijk uit de marinehaven, dat hij daarvoor de bronzen medaille voor menslievend hulpbetoon ontving. Later was hij ook drager van de zilveren medaille in de orde van Oranje Nassau.

havenwerken 2e hoofd

Resten van vroegere havenwerken nabij het 2e Hoofd.

Viskoppen aan een touwtje

Langs de kaden van de marinehaven dreven lange boomstammen in het water. Ze waren met kettingen aan de wal bevestigd en zorgden ervoor dat de schepen niet tegen de wal konden stoten. Met hoog water lagen ze vrijwel gelijk met de blauw natuurstenen bovenkant van de kaden. Een uitnodiging voor ons jongens er op te springen en er heen en weer op te rennen en ze af te duwen. Ze waren echter rond, begonnen al vlug te rollen, waren daarbij spekglad van aangegroeide algen en slib – voor je het wist ging je kopje onder. Zwemmen kon ik toen nog niet! Boutkan, die groenten verkocht in Hellevoet, heeft me aan mijn haren onder de balk uitgetrokken en heeft daarmee minstens 68 jaar van mijn leven gered. Nogmaals bedankt!

Het s.s. Hydrograaf in de Marinehaven

Het s.s. Hydrograaf in de Marinehaven

Van riet en aangespoelde biezen maakten we scheepjes met papieren zeilen en lieten ze tussen 2e en 3e hoofd te water. En met viskoppen aan een touwtje vingen we tankers (krabben. Bij laag water keek je onder de stenen langs de dijken of er dieren onder zaten, meestal krabben. Thuis kreeg je ze dan uitgemeten, wegens drijfnatte schoenen, van onder tot boven onder de modder. Je probeerde eerst wel eens ze wat te drogen met een vuurtje van aangespoeld riet, maar dan kon je daarna nog dagenlang van de rookstank genieten, wat thuis ook niet in goede aarde viel. Je ging vooral daar waar je niet gaan mocht (Art. 461, Strafwetboek) want dat bracht spanning en avontuur: op de wallen langs de vestinggrachten, in de duinen, in de tuin van tandarts Kros, in de brandlaan, op het vinkie, op het 4e hoofd en overal waar een hek stond! Na mijn 5e jaar moest ik naar een bewaarschool, op de hoek tegenover de ingang van de marinewerf. Dat was als gevangenisstraf voor mij, dus oorverdovend protest en keer op keer vlucht en achtervolging. Op den duur werd het idee opgegeven. Met mijn 6e jaar moest ik echter naar de lagere school van de heer Gebraat – het ergste kwam echter nog! Mijn grootvader hield op met werken als tonnenlegger. Zijn houten schokker “De Vrouwe Jacoba” werd verkocht en zijn beide zoons Jan en Piet werden tewerkgesteld bij het Loodswezen, mijn vader Jan kwam op het ss Frans Naerehout in Rotterdam en dus moesten we verhuizen. Voor mij was dat een ramp om uit Hellevoetsluis weg te moeten! Mijn vaders broer Piet bleef echter in Hellevoetsluis en woonde met vrouw en vier kinderen aan de westzijde van het Voornse Kanaal dichtbij het tonnenmagazijn.

Vooraan de "plat" van Uitterlinden, links de motorsloep van Dubbelt. Op de Oostkade vloedplanken voor deuren en ramen!

Vooraan de "plat" van Uitterlinden, links de motorsloep van Dubbelt. Op de Oostkade vloedplanken voor deuren en ramen!

10 reacties op “Eén van die oude Hellevoeters – deel 1

  1. Ik ben oud Hellevoetse geboren en getogen in Hellevoetsluis, maar sinds
    1975 woonachtig in Aalborg, Denemarken.
    Wij zijn op ogeblik in Hellevoet, en ik zou een sms sturen naar mijn broer Willem
    als wij op het baantje zaten (mijn geliefde oud Hellevoet, ik ben op de
    Oostkade geboren in het achterhuis als de oudste dochter van Will Bos en
    Han Knop).
    Mijn vraag is, waar komt de naam Baantje vandaan, alleen oud hellevoeters
    noemen het zo.
    Hoop dat jullie ons kunnen helpen.
    groeten
    Will Knop Simonsen

    • Hallo Will. Zeer waarschijnlijk weet je niet meer wie ik ben. Ik kom uit de kerkstraat in Hellevoetsluis en we zijn ongeveer van dezelfde leeftijd. Ik weet nog wie je bent. Ik ben zelf de dochter van Dirk en Gree Spruyt, de postbode (later werkte mijn vader op de Haringvliet). Moest even reageren. Het is zo leuk mensen uit mijn jeugd terug te vinden

  2. Mijnheer van Beveren,
    Met plezier heb ik het verhaal over Hellevoetsluis gelezen. Mijn moeder was de zus van genoemde FC Klop. Ik heb als kind veel bij mijn oma op de Oostkade 39 gelogeerd. Wij woonden in Rotterdam en kwamen elke week met de stoomtram. Veel herinneringen dus aan deze plaats. Hartelijke groet,
    Janny

  3. Beste mensen van Hellevoetsluis.
    Ik verzamel gegevens over de riviervisserij en de steekvisserij op zalm in het bijzonder. In het Rijksarchief staat dat er in 1920 een zalmsteekvisserij was in Hellevoetsluis. Deze visserij werd door de staat verpacht. Alleen op de site waar ik nu op reageer vind ik er iets over. De schuur, en wellicht ook de steekschuiten stonden op de kop van de tramhaven, Ik zie ook een foto van de haven (waarop ook een platje is afgebeeld), waarop mogelijk ook een steekschuit is te zien. Ik kan die foto elders niet vinden.
    Graag zou ik weten of er iemand is die informatie heeft over de steekvisserij. Heel graag zou ik het origineel van de genoemde foto of een scan in zeer hoge resolutie willen onderzoeken op details. Wellicht is er ook een verzamelaar van oude foto’s van Hellevoetsluis?
    met vriendelijke groet,
    Hein Sommer

  4. Over steekvisserij zie onderstaande titels, met name die van Hamer over de steekhengst is voor u belangrijk, denk ik:
    ‘Terminologie van riviervissers in Nederland’, Th. van Doorn – Assen : Van Gorcum, 1971 – : ill.
    De steekhengst.
    ‘Een vergeten scheepstype’, Peter Hamer – ill. – in: Netwerk. Museum Vlaardingen ; Jrg. 22 (2011) [ te vinden op: http://www.ssrp.nl/uploads/inlinefile/970d1b3c-0b77-4f16-be2a-bad5052fbbc8 ]
    ‘Verslag van de staatscommissie voor het zalmvraagstuk’, Deel 2 – ‘s-Gravenhage – Algemene Landsdrukkerij, 1916. – 271 p.

  5. U bent op zoek naar dingen van de riviervisserij. Ik ben op een mooie ijzeren schokker geboren. Als u een mailtje stuurt kunnen we elkaar aan misschien ontmoeten?
    B Postma

  6. Een pracht verhaal komt mij allemaal bekend voor en het klopt allemaal. Mijn vader was petroleumboer en oud- Hellevoeter, die ook veel verhalen kon vertellen over die oude tijd.

  7. Prachtig om te lezen. Ik ben een kleinzoon van Arie Landheer (getrouwd met Adriaantje Messemaker) die weer een zoon was van Arie Landheer. De familie had een bakkerij op de Oostkade. Mijn opa was werkzaam bij de HAL maar door vroegtijdig overlijden van zijn vader heeft hij de bakkerij overgenomen. Doordat de marine weg ging uit Hellevoetsluis (rond 1928?) was hij genoodzaakt de bakkerij te sluiten en voor ander werk is hij naar Den Haag verhuist. Zijn 2 kinderen, Adriana in 1925 (mijn moeder) en Reinie in 1926 zijn nog wel geboren in Hellevoetsluis. Ik weet ook nog dat de meisjesnaam van de oma van mijn moeder van de Muijzenberg was. Ook een familie uit Hellevoetsluis. Wie kan mij wat meer vertellen?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>