Weg is het dorpsgezicht

Piet Schrier

Door: Kees van Rixoort

“Weet je ’t Zwaantje?” Hij kijkt vragend en indringend tegelijk. “Dat is de grens tussen Nieuwenhoorn en Hellevoet. Tot daar hebben ze de Rijksstraatweg helemaal opgeknapt. En verder zijn ze niet gegaan. Gek, Napoleon is toch ook niet zomaar ergens gestopt toen hij die weg aanlegde. Nee, die deed het hele eind. Van Den Briel naar Hellevoet.” Hij wil maar even zeggen: voorbij ’t Zwaantje is alles dik in orde, maar hier, aan de Nieuwenhoornse kant, is het slecht gesteld met de Rijksstraatweg. Allemaal voegen. En hier en daar veel te smal. “Op sommige plaatsen is hij nog net zo breed als Napoleon ‘m heeft aangelegd.”

Piet Schrier kan het weten, want hij heeft ruim 42 jaar van zijn leven aan de Rijksstraatweg gewoond. Op nummer 225, vanaf de dorpskern even voorbij het gemeentehuis en de school. Toen Schrier en zijn vrouw het huis betrokken – “Iedereen verklaarde ons voor gek om zo’n huis te kopen” – was de weg nog een streep. Een streep in een leeg landschap. Een enkele lijn onder een hoge hemel.

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_074

De grens tussen Nieuwenhoorn en Hellevoet.

Volgebouwd

“Voor ons liepen de koeien. We keken zo naar het Kanaal. En achter ons was ook niks. In de verte kon je de Maasvlakte zien. De 57 was er nog niet. Die kwam later. Gelukkig woonden we er ver genoeg vandaan om last van de verkeersherrie te hebben.” Schrier richt zijn vizier weer naar de andere zijde van de Rijksstraatweg, naar het uitzicht vanuit zijn voordeur van toen. “Er kwam eens een wethouder praten in Nieuwenhoorn en die zei dat het dorpsgezicht intact moest blijven. Nou, dat hebben we gezien. Bij ons voor de deur werd de wei helemaal volgebouwd met huizen.” Weg dorpsgezicht! “Daar hadden nog steeds koeien moeten lopen”, vindt Schrier. Hij is geboren en getogen in Nieuwenhoorn. “Ik weet nog dat ze het vuil kwamen ophalen met een handkar”, blikt hij ver terug in de twintigste eeuw. Zijn eigen geschiedenis begint enkele jaren voor de oorlog vorm te krijgen.  “Zaterdagmiddag kwam ik van school en op maandagochtend om zeven uur stond ik in de koeienstal bij Aart Spoon. Even later had ik voor ’t eerst een pakkie Noordzee sigaretten in handen. Ik verdiende een rijksdaalder in de week.”

Op de tramboot

Niet veel later, in 1939, kwam Piet Schrier op de tramboot terecht. De boot die de tram heen en weer voer van Hellevoetsluis naar Middelharnis Haven. “Achterop hadden we nog ruimte voor vijf auto’s en soms, als er hoge nood was, kon er ook nog een auto voorop. Als je dan ziet wat er nou allemaal over de dam rijdt. Nee, daar hadden we nooit tegenop kunnen varen.” Schrier stond achter het buffet; hij verkocht koffie, thee en soep aan de passagiers. Het was een mooie tijd, vindt hij. Veel werk, veel praatjes, veel vrijheid. “Op het Haringvliet zag je de bruinvissen door de golven duiken.” Het is voorbij. De onverbiddelijke tijd heeft de tram en de tramboot ingehaald. Romantische herinneringen – meer is er niet over. Schrier trok zijn uniform in 1945 voor het laatst uit. “Dat uniform! ’s Morgens vroeg reed ik met m’n pakkie an naar de boot. Mensen die zonder licht rondreden, sprongen van de fi ets als ze me zagen. Die dachten dat er een agent aan kwam rijden.” Na het varende buffet dienden zich enkele kortstondige baantjes aan, totdat hij ‘op de rubber’ terechtkwam. Daar werkte Piet Schrier meer dan 32 jaar. “Aardig gedaan, hè, met alleen lagere school.”

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_078

De tramboot komt aan in Hellevoetsluis

Villa met tuinman

“Dat stukkie Rijksstraatweg waar wij woonden, was een rijk stukkie. De rijkelui woonden er: renteniers, veeboeren. Aan de overkant stond de villa. Een prachtig huis met een mooie tuin erbij. Die werd bijgehouden door een tuinman. Vlak voor de molen had je De Ronduit, dat was een logement. En een endje voorbij ons huis was het voormalige tolhuis. Daar moest je betalen als je verder wilde. Maar dat hebben wij niet meer meegemaakt.” De streep in het lege landschap was zelf ook leeg. Onder de hoge hemel heerste een rust die begin eenentwintigste eeuw onwerkelijk aanvoelt. “Het was heel rustig. Je kon de auto’s tellen. De dokter en de veearts, die hadden een auto. En er kwam wel eens een bode langs. Je had bode Siezeling. Aan hem gaven de rijken hun wasmanden mee, want in Den Briel, waar Siezeling vandaan kwam, had je een wasserij. Ik herinner me ook bode Zevenbergen. En Schipper; die reed met een carry. De Nachtvlinder noemden ze hem, want ‘s avonds laat reed hij ook nog door het dorp.” De lege streep is langzaam maar zeker voller en voller geworden. Schrier klaagt over de hoge snelheden en het zware verkeer op de Rijksstraatweg. “Er mag 3,5 ton rijden, maar soms dendert er wel 50 ton voorbij. Zonder dat er ingegrepen wordt. Bij ons in huis rinkelden de glazen in de kast. En de vaas op tafel ook. Maar dat was in de tijd dat de weg nog niet was geasfalteerd.” Gelukkig hadden ze dubbel glas. Hij denkt even na. “Ja, we hebben het drukker en drukker zien worden. Weet je wat ook heel erg veranderd is? De sfeer. Op zomerse dagen zaten we vroeger allemaal voor het huis. Op een bankie, gewoon een beetje praten. Dat zie je niet meer, tegenwoordig heeft iedereen een schutting.”

• Rijksstraatweg_boek_Pagina_080

Het huis waarin Piet Schrier lange tijd woonde (foto: Jur Snijders).

Drie bakkers

“Vroeger had je drie bakkers in Nieuwenhoorn, twee smidsen, twee schoenmakers, twee kappers. Haast alles is vertrokken. D’r zijn nog twee winkels over: de groenteboer en de bakker. En, oh ja, de meubelzaak van Willems. Verder is alles weg, maar we hebben er met z’n allen zelf aan meegeholpen; iedereen gaat naar de supermarkt. Ken je de maskerade in Den Briel? Die is altijd op 5 december. Nou, ik weet nog dat een dag later iedereen naar Nieuwenhoorn kwam. Op 6 december stond hier de hele Dorpsstraat vol om alles te bekijken.” Het dorp is het dorp niet meer, vindt Piet Schrier. De middenstand en de sfeer zijn weg, de koeien ook. En de streep door het lege landschap is een drukke weg geworden. Een verborgen streep door een volgebouwde polder. “Het dorpsgezicht is er niet meer. En het was zo’n mooi dorp. Maar ach, die mensen zullen wel blij zijn dat ze een huis hebben gekregen. Straks zijn Hellevoet en Den Briel helemaal aan elkaar gegroeid.” Zijn vrouw kan het alleen maar beamen. “Toen ik hier kwam, vanuit Nieuw-Helvoet, kende ik iedereen in Nieuwenhoorn”, zegt ze. “Maar nu zijn het allemaal vreemden.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>