Vijf bommen op een rij

Luuk Troost

Door: Kees van Rixoort

Het vroor de hele maand. Zo koud was het, dat m’n handen vastvroren aan de kolenmand, zo’n metalen ding. Binnen, bij de hete kachel, lieten ze pas weer los.” Luuk Troost noemt de strenge winters allemaal op. De oorlogswinters, 1956, 1963, het drietal 1985, 1986 en 1987. Maar de winter aller winters was die van 1946-1947. “Van 16 december tot 10 maart stond ik op het ijs. Daarna hadden we een zomer met één enkelt regenbuitje.” Troost (76) houdt van de winter en rijdt – als de temperaturen goed onderuit gaan – nog altijd zijn rondjes over het ijs. Bij het fort aan de Noorddijk of bij de Hellevoetse vesting, het is maar net hoe de wind staat. In beide gevallen moet hij een eindje de Rijksstraatweg op, naar rechts of naar links. Luuk Troost woont tussenin. Hij is al meer dan driekwart eeuw een Nieuw-Helvoeter, tenminste zo voelt hij het. Nee, een Hellevoeter zal Troost nooit worden. “Hellevoetsluis was arm na de oorlog en Nieuw-Helvoet en Nieuwenhoorn waren rijk. Toen zijn de gemeentes samengevoegd en heeft Hellevoetsluis ons geld en onze grond ingepikt. Zo voel ik dat.”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_058

Een sloot, een rij met bomen, een klinkerweg, weer een rij met bomen en weer een sloot - dat was de Rijksstraatweg.

Soms een olieboertje

Een leven lang langs de Rijksstraatweg: zijn wieg stond aan de andere kant, maar sinds 1962 woont hij hier, op nummer 200, in het huis dat vóór die tijd van ‘het weduwvrouwtje Sjouw’ was. “Of er veel veranderd is? Tja, wat moet ik zeggen.” Troost sluit zijn ogen en struint zijn herinnering af. Dan zegt hij: “Vroeger stonden hier bomen, hè. Wij liepen er altijd langsheen naar de school aan de straatweg. Je had drie scholen toen: aan de straatweg, aan de Westdijk en op ’t dorp. Allemaal weg! Je kon gemakkelijk spelen op straat, het was vroeger niet druk. Je zag de melkboer, de kruidenier en de groenteboer, meer niet. Een paar paard en wagens. Soms een olieboertje en nog een kaasboer uit Den Briel. Allemaal voorbij! Er liepen sloten langs de weg; daar kwamen alle beerputten op uit. In 1963 zijn ze gedempt, toen werd de riolering aangelegd.” Troost struint nog wat verder. “Wist jij dat het puin van de vesting na de oorlog met oude legerwagens naar de Noorddijk is gebracht? Het waren Flakeeërs, die dat deden, ik meen in 1947 of 1948. Ze hebben er de weg mee verhard. Die wagens kwamen hier allemaal langs, zo over de straatweg. Het rijk zal al dat puin wel hebben moeten betalen, denk ik.”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_060

Het fort aan de Noorddijk, een van de schaatslocaties van Luuk Troost.

Tijdelijke bekendheid

Aardige herinneringen, die in het niet vallen bij de gebeurtenis die Luuk Troost jaren later enige tijdelijke bekendheid opleverde. “Ze vielen in februari 1941, vijf bommen op een rij. Het was ’s avonds een uur of tien. Je schrok er wel even van, maar het was te laat om de straat nog op te gaan en te kijken. Misschien mocht het ook wel niet meer van de Duitsers, ik weet niet of dat toen al was. De volgende morgen – voordat we naar school moesten – gingen we kijken. De bommen waren op de wei terechtgekomen. Achter de tweede greppel. Vier putten op een rijtje, de letste was in de sloot beland. En één bom was niet ontploft. Die had wel een groot rond gat geslagen.” Troost grijnst: “Zulke grote gaten maken de konijnen niet.” Hij haalt een klein stapeltje foto’s tevoorschijn en laat na enig zoeken een foto zien van een jongeman met een hengel. Het blijkt Luuk Troost zelf te zijn. “Ik zat te vissen op salamandertjes, in de put van die bom, daar op ‘t hoekie. Toen maakte m’n zus deze foto.” Hij zoekt verder in het stapeltje, maar kan de foto van de Rijksstraatweg met bomen niet vinden.

Geouwehoer op de radio

Tijdelijke bekendheid kreeg Troost echter pas in de late jaren negentig. Meer dan zestig jaar nadat de Engelsen de projectielen boven Nieuw-Helvoet naar beneden hadden laten vallen, moest plotseling de niet ontplofte bom worden onschadelijk gemaakt en verwijderd. Maar waar lag dat ding? In ieder geval een eind onder het maaiveld. Gelukkig had Luuk Troost de juiste plek nog in zijn hoofd. “Ik heb het precies aangewezen en nòg gingen ze ergens anders zoeken. De k’nijnen.” Troost kreeg bijna de hele vaderlandse pers op bezoek om z’n verhaal te doen. “SBS, Radio Rijnmond, allerlei kranten – het hield niet op. Ik moest verplicht dit en verplicht dat; niks voor mij, al dat gedoe en dat geouwehoer op de radio.” Maar ze kregen Luuk Troost allemaal aan het praten. Het opwindende verhaal over de bommen van februari 1941 won het keer op keer van zijn afkeer van al die aandacht. Gelukkig keerde de rust terug toen de bom was gevonden, vanzelfsprekend op de plek die Troost had aangewezen.

Rijksstraatweg_boek_Pagina_064

Rijksstraatweg nummer 200 (foto: Jur Snijders).

Voor de moffen

Luuk Troost heeft het nodige meegemaakt in de oorlog. Hij vertelt over de inundatie. “We moesten naar Barendrecht. Daar hebben we van maart 1944 tot de zomer van 1945 in een boerenschuur gezeten. Toen we terug waren, hebben we eerst de boel opgeruimd. Nee, het zag er niet netjes uit door al dat water.” “Ik heb voor de moffen moeten werken”, vertelt Troost met een gezicht dat nog altijd afschuw uitdrukt. “Tankvallen graven aan de Middeldijk in Barendrecht en luchtdoelgeschut plaatsen bij Heerjansdam; dat was gericht op de Moerdijk. Ze waren ontzettend zenuwachtig, al die moffen. Ze hebben me ook nog naar Frankrijk gestuurd, maar in België ben ik gevlucht en lopend naar huis gekomen.” Luuk Troost is nu bijna niet meer te stuiten. Hij vertelt over een bombardement in Roosendaal, waarbij vlak naast hem mensen dood ter aarde stortten. Hij schetst het tafereel nuchter, zonder zichtbare emotie. “Ach, ik ben daar een kouwe in”, zegt de Nieuw-Helvoeter. Een kouwe die als ’t even kan de schaatsen onderbindt en op het ijs te vinden is. De winters van toen lijken echter wel verleden tijd. Maar ach, als het warm is, kan het ook gezellig zijn. Zoals vroeger, bij ‘het witte hek’, dat even verderop stond. “Daar kwamen de kolonialen bij elkaar. De oude mariniers en de zeesoldaten. Als jochie probeerde je stiekem in de buurt te komen, want dan kon je nog eens wat horen over de koloniën en de zee.” Het is lang geleden, Luuk Troost struint nog wat rond in zijn geheugen, maar kan zich de zomeravondverhalen bij het witte hek niet herinneren. Wel geeft hij een bondige samenvatting van al die krijgs- en zeemansvertellingen: “Allemaal fantasie”.

2 reacties op “Vijf bommen op een rij

  1. Via allerlei websites ben ik hier terechtgekomen. Ik ben bezig met een stamboom van de familie Roelofs. Nu blijkt dat mijn overgrootouders in Nieuwenhoorn hebben gewoond aan de Rijksstraatweg. Het nummer is onbekend. Hij heette Jan Roelofs, overleden 13-4-1909. Zij heette Maartje Troost, overleden 21-12-1904. Ik ben benieuwd of er nog iets van hen bekend is en of er foto’s zijn en of er een reactie komt. Alvast bedankt en groet, Nel Roelofs

  2. Goedenavond,

    Mijn overgrootvader Leendert Roelofs was een broer van uw overgrootvader. Ik zie dat u het bericht al bijna 4 jaar geleden gepost heeft, ik ben benieuwd of u al verder in uw stamboom bent gekomen? Zelf kijk ik ook weleens op internet, maar verder dan Henricus Roelofs getrouwd met Cornelia Dijkgraaf kan ik niets vinden. Misschien weet u meer? Ik heb wel een neef Sjaak Roelofs die vroeger met zijn ouders aan de Rijksstraatweg woonde en daar nu een Hypotheek Shop heeft.
    Met vriendelijke groet,
    Marja Dobbelaar-Roelofs

Laat een reactie achter bij marja Dobbelaar-Roelofs Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>