‘Een papieren raadslid ben ik nooit geweest’

mevrouw G.M. Touw-Gebuis

door Kees van Rixoort

Ouwe koeien uit de sloot halen, is dat leuk? Eigenlijk wel, vindt mevrouw G.M. Touw-Gebuis: “Kom maar langs.” Ze staat erom bekend dat ze haar mening niet onder stoelen of banken steekt en dat ze vasthoudend van aard is. Het eerste blijkt direct, reeds tijdens het korte telefoongesprek om een ontmoeting te arrangeren. “Toen ik hier kwam wonen had je Hellevoetsluis, Nieuw-Helvoet en Nieuwenhoorn”, klinkt het uit de hoorn. “In totaal woonden er 8600 mensen. Drie kleine dorpjes, die in 1960 werden samengevoegd tot één gemeente. Samen zou ’t een stuk voordeliger worden. Nou, forget it.” Haar huis ligt mooi verscholen achter het forse groen. De drukke Rijksstraatweg is dichtbij, maar door die bomenbarrière ook veraf. “Mijn huis is een soort nestje”, zegt mevrouw Touw, terwijl ze haar knusse woonkamer laat zien. Ze wijst op twee ingelijste documenten aan de muur – boven een antiek bureautje – en gaat koffie zetten. “Dat heb ik ervoor gekregen”, laat ze op de drempel nog even weten. Links hangt een koninklijke onderscheiding, rechts het certificaat dat bij de gemeentelijke erepenning hoort. Mevrouw Touw-Gebuis is zestien jaar gemeenteraadslid geweest, blijkt uit het deftige epistel achter glas. Van 1966 tot 1982, de tijd dat Hellevoetsluis ongekend groeide.

Rijksstraatweg_boek_Pagina_050

Een echte straatweg, met veel lommer.

Beste bodem

Ze komt de woonkamer weer binnen en vindt een zitplaats aan de grote tafel. Laat de ouwe koeien maar komen, lijkt ze te denken. “Ik heb heel veel gedaan, maar ik heb mezelf nooit aangeboden”, begint de 81-jarige. “Het bleek de beste bodem om vanuit te werken. Ik ben altijd gevraagd, waarschijnlijk omdat ik belangstelling toonde voor mensen. Ik begon als voorzitster van de Plattelandsvrouwen, afdeling Nieuw-Helvoet. We hadden 171 leden en dat was een aardig clubje voor drie dorpjes. Later werd ik lid van het provinciaal bestuur van de Plattelandsvrouwen. In 1966 – een eeuwigheid geleden, zeg – werd ik gevraagd om namens de VVD gemeenteraadslid te worden. Mijn man, die een boerenbedrijf had en rentmeester was, zei: ‘Als je ellende wil hebben moet je het doen, als je denkt dat je het leuk vindt ook’.” Ze moet er nog om lachen. Mevrouw Touw deed het en was daarmee een van de eerste vrouwelijke gemeenteraadsleden in Hellevoetsluis. “Moeilijk? Welnee, het vergaderen was ik onderhand wel gewend. Ach, wij Flakkeeërs zijn niet zo kinderachtig, wij durven wel wat aan te pakken. Weet je wat het is? Je moet jezelf bewijzen, ervoor zorgen dat je niet van tafel wordt geveegd. Hellevoetsluis was in die tijd toch een rode gemeente… Ik heb gevochten voor m’n idealen. Een papieren raadslid ben ik nooit geweest; ik reed voor een vergadering altijd een rondje door de gemeente om alles zelf te bekijken.

Haast en tijd

“Ja, het was een drukke tijd. We waren in de fractie maar met z’n tweeën en ik ben ook nog een periode fractievoorzitter geweest.” Mevrouw Touw laat de drukte van toen nog even de revue passeren en komt, in de rust van de namiddag, met haar motto: “Als je haast hebt als je de tijd hebt, dan heb je de tijd als je haast hebt. Eigenlijk ben ik altijd bezig geweest. Soms kon ik eens een uurtje zitten, en dat was het dan weer.” De kleine fractie – “Pas na Wiegel is de aandacht voor de politiek gegroeid en werd de VVD groter” – heeft, ook al was het zestien jaar oppositie voeren, wel wat weten te bereiken, denkt het raadslid van weleer. Door het consequent hameren op de eigen idealen en “door te weten waarover je praat”. Er moest bijvoorbeeld gestemd worden over de groei van Hellevoetsluis. Makkelijk was dat niet, geeft mevrouw Touw aan. “De belangen van de landbouw stonden tegenover die van de gemeentelijke uitbreiding. Het viel niet mee om de kool en de geit te sparen.” Ze heeft het raadswerk nooit vervelend gevonden en volgt het politieke bedrijf, meer dan twintig jaar na haar afscheid, nog altijd trouw. “Ik kan me best ergeren. Maar ja, ik weet ook hoe ’t in z’n werk gaat. De politiek is wel anders geworden. Vroeger waren de VVD en de PvdA water en vuur, we stonden tegenover elkaar.”

De oudste

Wat gebleven is, is de thuisbasis aan de Rijksstraatweg. Al 48 jaar woont ze hier, vanaf 1955, het jaar dat ze trouwde met landbouwer A. Touw. De boerendochter uit Oude-Tonge streek vanuit Rotterdam – waar ze enkele jaren werkzaam was in het Diaconessenhuis – in Nieuw-Helvoet neer en ging niet meer weg. “Ik ben verknocht aan dit plekje. Hier voel ik me thuis, al is er in de loop der jaren best veel veranderd. Ik denk dat ik tegenwoordig de oudste bewoner van de Rijksstraatweg ben.” In 1955 was het rustiger hier. Feesten op straat? Nee, die werden hier toen niet gegeven. “Ja, je had Waardenberg – waar nu restaurant Hazelbag zit. Daar was wel wat vertier. We vergaderden er ook altijd met de Plattelandsvrouwen.” Mevrouw Touw vertelt over het bruggetje dat destijds haar erf verbond met de Rijksstraatweg. “We vroegen ooit een vergunning aan om een dam door de sloot te mogen aanleggen. Voor de auto. Nou, naar die vergunning konden we fluiten. We kregen hem gewoon niet. Wat een gezeur, een paar jaar later werd de sloot gedempt! Ik heb er trouwens nog bijna een keer in gelegen. Ik kwam op de fiets aanrijden en iemand in een geparkeerde auto doet zo z’n portier open. Ik maakte een smak, maar bleef nog net in de berm steken. Anders was het niet best geweest.” Ouwe koeien uit de sloot halen – het blijft een aardig tijdverdrijf. Of ze verder nog wat over de Rijksstraatweg weet te vertellen? “Ik weet nog dat hier schuin aan de overkant een noodpostkantoortje was. Maar verder… Ach, ik ben altijd meer met héél Hellevoet bezig geweest. Pas is de weg nog een keer helemaal opgeknapt. De Rijksstraatweg heeft een heel ander aanzicht gekregen, alles is gebaseerd op het terugdringen van de haast. Het ziet er wel effi ciënt uit.” Ze ziet het omdat ze nog steeds oog heeft voor openbare werken. “Dan kijk je anders.”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_055

“Bij Waardenberg was wel wat vertier.”

Zwaailicht

Mevrouw Touw schenkt nog een kopje koffie in. Het groen voor haar huis ruist lichtjes in de wind. Haar ongelofelijk gevarieerde inzet voor de gemeenschap krijgt vorm op een velletje papier, dat ze over de tafel schuift. Een A4 vol commissielidmaatschappen. “Je kunt het haast niet verzinnen wat ik allmaal gedaan heb. Het was een noodzaak, ik moest ’t doen. Ik ben altijd gevraagd, de mensen wilden ‘t. Al met al: een welbesteed leven en die onderscheidingen geven de waarde van je werk aan”, wijst ze naar de muur boven het antieke bureautje. Boven op een kast, enkele meters verder, staat een blauw zwaailicht. Mevrouw Touw vertelt dat ze het ding kreeg tijdens haar afscheid van de gemeenteraad. Om blijvend te memoreren dat ze zo vasthoudend was toen het ging om goed ambulancevervoer. Later was het trouwens nog niet helemaal in orde, vervolgt ze strijdlustig: “Brielle had toentertijd 17.000 inwoners en twee ambulances, terwijl Hellevoetsluis er met eens zoveel inwoners maar één had. Dan denk ik: daar klopt niets van, maar laat ik m’n mond maar houden…”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_056

Het huis achter de bomen (foto: Jur Snijders).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>