De straatweg smolt weg onder het vreugdevuur

Arie van den Ban

Door: Kees van Rixoort

Twee lange lijnen kruisen elkaar en verdelen het lege landschap in rechte hoeken. Die ene lijn is de straatweg, die andere de kolenpad. De kolenpad? Jazeker, Nieuw-Helvoeters hadden het nooit over de Moriaanseweg. De weg was niet meer dan een pad met kolenas, dus… Die andere lange rechte lijn duidden ze ook nooit aan met de officiële naam. Nee, de Rijksstraatweg, die richting vesting zonder hapering overging in de Brielse Straatweg, heette gewoon de straatweg. Twee lijnen, twee straten. Op de kruising – helder vastgelegd door een vliegende fotograaf in de jaren vijftig – woonde Arie van den Ban. “Je had de straatweg en de kolenpad. En verder niets. Behalve dan de coöperatie en de kern. In de kern zat ik op school. Anderhalve kilometer lopen, we verzamelden bij ons op de hoek en werden door de juf afgemarcheerd over de kolenpad.” Arie van den Ban kijkt een halve eeuw terug en ziet zichzelf weer lopen. Net als op die foto waarop de tamboers en pijpers van Wilhelmina, in de volksmond de fl uitclub, al musicerend over de straatweg schrijden. Precies voor zijn ouderlijk huis. Zelf loopt hij te trommelen, rechts vooraan. De armoede straalt eraf, geen enkel lid van de fl uitclub draagt een uniform. Een stropdas en een petje, meer kon er niet af.

Rijksstraatweg_boek_Pagina_036

De ‘fluitclub’ marcheert al musicerend over de Straatweg.

Onder water

Arie van den Ban is min of meer vergroeid met Nieuw-Helvoet. Toch is hij er niet geboren. “Mijn geboortejaar is 1944 en toen zat heel Nieuw-Helvoet in Nieuwenhoorn of verder weg. We waren geëvacueerd, Nieuw-Helvoet stond een meter onder water, helemaal tot aan de kanaal toe. Ik ben geboren in de villa naast het voetbalveld, op een zolderkamertje.” Na de inundatie keerde de eenjarige Arie Nieuwenhoorn de rug toe. Het Nieuw-Helvoetse deel van de straatweg lonkte en zou een zekere constante vormen in zijn leven. “Mijn vader was kolenboer. En slijter. Zelf heb ik ook een slijtersdiploma, al heb ik nooit een druppel gedronken. Mijn vader nam de zaak over van mijn opa, die ook Arie van den Ban heette. Ik heb hem nooit gekend, hij overleed in 1938. Mijn opa was boer en op een gegeven moment ging hij er kolen bij verkopen. Met de hondenkar. Maar hij was altijd meer boer dan kolenboer. Bij mijn vader was het net andersom. In 1963 werd het aardgas ontdekt, tijdens de strengste winter sinds tijden. Wat het beste jaar voor de kolenboer had moeten worden, werd het jaar van zijn ondergang. Toen zijn wij begonnen met banden. Ik was niet technisch, maar een band onderzetten, dat kan de grootste sufferd.” De kolenhandel werd na enkele jaren afgestoten. Evenals de slijterij, die tot het laatst een hoop vaste klantjes had. Klantjes die hun fl es bij Van den Ban lieten vullen met een maatje jenever.

Naar Den Briel

Als Arie van den Ban terugkijkt op de straatweg van zijn jonge jaren, schieten de herinneringen en anekdotes als paddestoelen de grond uit. “Ik zat op de HBS en ben zes jaar over de straatweg naar Den Briel gefi etst. Zes jaar, want ik ben één keer blijven zitten. We verzamelden op ‘t Zwaantje en om half acht vertrokken we met tachtig jongens en meiden richting Den Briel. Als het waaide reden de jongens voorop. Ik ben niet één keer met de bus gegaan. Dat werd je aangerekend, dan was je een sul. Nee, wij fietsten. Tien kilometer heen en tien kilometer terug, zes dagen in de week.” “Onderweg was het lachen, gillen, brullen. We zijn nog eens met z’n allen omgedonderd. De hele groep! Het was opeens glad geworden. Natuurlijk waren we allemaal te laat op school. Een andere keer was er een hele groep fi etsers zonder licht Een politieagent stuurde iedereen terug. Maar met een kleine bocht, via de oude straatweg, waren ze zo weer terug op de weg naar school. Niet zo’n slimme agent!”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_038

De Moriaanseweg alias het Kolenpad.

Egaal zwart

Vanuit zijn slaapkamertje kon hij de straatverlichting boven het kruispunt heen en weer zien zwabberen in de wind. “Het was zo’n goedkoop lampje. Het hing aan een draad tussen de telefoonpalen. Alleen het kruispunt was verlicht, voor de rest was het donker. Er liep een sloot langs de straatweg. Tot Dijkxhoorn. Een vieze baggersloot was het en ik ben er talloze keren ingevallen. Eén keer met m’n nieuwe matrozenpakje, egaal zwart kwam ik er uit. Later is die sloot weggehaald.” Wonen op het punt waar die twee lange rechte lijnen van de luchtfoto elkaar kruisten, had zo z’n voordelen. Er was licht, er was leven. En er was dubbele gezelligheid. “Omdat we op het kruispunt woonden, waren we lid van twee buurtverenigingen: Rijksstraatweg Noord en Moriaanseweg West. We hadden de feestweken van Nieuw-Helvoet. En de Drie Eilanden Spelen. Het hele dorp liep uit als de vijftienhonderd meter werd gelopen tussen ‘t Zwaantje en Vermaat. Ik herinner me ook de lichtweek. Alle straten waren dan versierd en iedereen deed mee. Overal werden lampjes opgehangen. Tussen de telefoonpalen, aan de dakranden en in de tuinen stonden zelfs kabouters met lichtjes. Dan was er ook een patatboer. Een zak patat kostte vijftien cent en die betaalden we met een papieren gulden. Iedereen was op straat om te kijken en iedereen was er mee bezig.”

Rijksstraatweg_boek_Pagina_041

De sloot met de bruggetjes is vanuit de lucht goed te zien.

Andere aanblik

“Er is veel veranderd”, mijmert Arie van den Ban bijna vijftig jaar later. Hij bedoelt het individualisme, dat een lichtweek al lang op de puinhopen van de geschiedenis heeft doen belanden. Maar hij bedoelt ook het aanzien van de straatweg. Hij noemt de bomen die langs de rijbaan stonden. “Heel mooi, ze gaven de straatweg een heel andere aanblik. Net of je beeld kleiner is. Intiem. Als je nog wel eens foto’s ziet uit die tijd, dan kun je bijna niet geloven dat dat de straatweg is.” De straatweg zelf was bedekt met smalle straatsteentjes. Later, in de jaren zestig, werd de weg geasfalteerd. Arie van den Ban glundert en schudt de volgende anekdote uit zijn mouw. “Iedereen kwam altijd met zijn kerstboom naar de hoek, waar wij woonden. En daar, midden op straat, maakten we er een berg van. Arie gooide er banden en olie op en zo gingen we met een vreugdevuur het nieuwe jaar in. Dat deden we ook toen de weg geasfalteerd was. Eén keer, want het asfalt was weggesmolten en grind geworden.”

Geen kanaalbonk

Van den Ban maakte – “door inspiratie en transpiratie” - een succes van zijn autobandenbedrijf en verhuisde zijn zaak deels naar de Molshoek, niet ver van de kanaal. Een kanaalbonk is hij echter nooit geworden. Een echte Hellevoeter evenmin. “Hellevoetsluis was de vijand. Daar werd je als Nieuw-Helvoeter uitgeslagen. Nee, ik niet. Maar ik ging ook nooit alleen.” Geen kanaalbonk, geen Hellevoeter. Arie van den Ban is altijd Nieuw-Helvoeter gebleven. Een jongen van de hoek, een jongen van de kruising van straatweg en kolenpad. “Als mensen naar Van den Ban vragen worden ze altijd naar de Rijksstraatweg gestuurd. En van daar naar de Molshoek. Dat vind ik prachtig!

Rijksstraatweg_boek_Pagina_043

‘Van den Ban’ anno 2005, deels nog altijd gevestigd aan de Rijksstraatweg (foto: Jur Snijders).

16 reacties op “De straatweg smolt weg onder het vreugdevuur

  1. Wat leuk om een stukje over Nieuw-helvoet te lezen.
    Als kleuter, verzamelen op het kruispunt van de straatweg, zal ik nooit vergeten. Evenzo de lichtweek, een sprookje in mijn beleving. Het slootje bij “De Zon” op het kruispunt, ben ik zo in gekukelt met mijn fietsje.

  2. Beste Arie, ook ik was een Nieuw-Helvoeter, wat een prachtige tijd aan de Rijksstraatweg, spelen op de kolenbergen op de werf. Ik weet nog als de dag van gisteren dat je een arm brak en dat ik van de schrik als een speer naar huis rende. Wat een leuk verhaal over Nieuw-Helvoet en wat gaat de tijd hard Arie. We zijn nu dikke zestigers. Groeten van een lagere schoolvriend, Jan Lugtenburg, Poortugaal.

  3. Wat leuk om hier nog iets te kunnen vinden over indertijd de “fluitclub”, Christelijke Vereniging Tamboers en Pijpers, “Jong Wilhelmina” o.l.v. De Heren Bal senior en Wim Bal Junior. Groene baret, groene stropdas, wit overhemd met gewone pantalon en -of spijkerbroek, zoals veel later… Ik ben daar zelf, ook als Tamboer begonnen in het jaar 1965/66 voor de duur van ruim vier jaren. Ik heb daar de eerste slagwerk grondbeginselen van het z.g.n. Marinierssysteem (Rudiments-paradidles) geleerd.
    Dat kon ook niet anders, want deze vereniging vertegenwoordigde de voormalige Gemeente Oud-Helvoet, met de Koninklijke Marine binnen de gelederen. Aangezien Hellevoetsluis voor de duur van ruim vier eeuwen een strategische Marinehaven was. Het klopt overigens niet dat er nooit volledige uniformen aanwezig waren deze waren er wel degelijk… Jong Wilhelmina had een volledig groen tenue en was een der oudste verenigingen van Nederland. De vereniging werd opgericht, ter viering van de geboorte van Koningin Wilhelmina.
    Ik heb nog ouderwets de trommels bespeeld met het ouderwetse kalfsvel. Vellen die men zelf moest rollen en spannen (natuurvel).
    Voorheen waren er picolo en 12 kleppen dwarsfluiten aanwezig veel later werden er uitsluitend nog houten blokfluiten gebruikt als opleiding voor de jeugd. Ik weet niet wat de oorzaak was van het feit dat de metalen blaasinstrumenten ongebruikt in de kast bleven liggen. Waarschijnlijk zullen er te weinig zijn overgebleven omdat mij bekend is dat alles van metaal tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werd ingevorderd. Het is wel zo dat gedurende de jaren 1940 en 1950, kort na de oorlog, nog enige instrumenten in gebruik waren, maar gedurende de jaren 1960 absoluut niet meer. Mij is bekend dat ene heer J.C. Weeda, Waterpoortstraat 38 alhier, nog enige 8 mm film in het bezit heeft van oude opnamen van Jong Wilhelmina in actie binnen de vesting, van het jaar 1967/68, welke hij nooit heeft vrijgegeven. Defilè stadhuis, het halen en strijken van de vlag, Koninginnedag 1968. De 7 jarige Tamboer op deze film, die al roffelend het vlagvertoon begeleidde, was ik zelf. Ongetwijfeld,zullen er meerdere oude Hellevoeters zijn die nog antiek materiaal in het bezit zullen hebben. De oude en jonge heren Bal, waarbij Wim Bal jr. eveneens de plaatselijke koster was van de Hellevoetse Hervormde Gemeente, noemde mij liefkozend altijd Henk de Marinier, vanwege mijn houding en kwaliteit van spelen. Daarin had hij gelijk, want veel later heb ik nog, aan met de wereldtop gespeeld. De Nationale en Wereldtop in Nederland, Nationale en Europese Top in Engeland voor Brassband, Harmonie-en Fanfareorkesten, en de KM. Het was ook het enige orkest, met een vooroorlogse contributie van twee kwartjes in de maand.
    Met vriendelijke groet,

    Henk Troost.

    • Hallo, Henk Troost, die naam doet mij denken aan de familie Troost in 1938, die ,dacht ik, in het Achterom woonde en Jaap de Jong, zeggen die namen u iets? Ik ben Wim Balijon (1925) van ‘Het verhaal van een Hellevoeter’. Misschien hebt u dat wel eens gelezen. Mijn broer Nanne en ik zijn ook lid geweest van de ‘Fluitclub’, zoals, die in die tijd werd genoemd. Mijn broer was tamboer. Hij loopt voorop de fluitclub bij de bevrijding, zie de foto op de site van Hellevoetsluis.
      Groeten, Wim Balijon.

      • Beste Wim,

        De naam Troost als familienaam is wijdverbreid in deze omstreken. In deze provincie alleen al, zijn er vijf verschillende stamvaders.Om antwoord te geven op jouw vraag: voor zover ik weet had ik in 1938 nog geen familie in Hellevoetsluis.Alhoewel ik niet kan uitsluiten dat de bewuste Troost die jij bedoelt in de verte nog familie kan zijn. Ik heb hier alleen een Leen de Jong gekend, die een staalconstructie bedrijf had. Die had hij in de vesting. Maar dat zal van een veel latere datum zijn geweest. Mijn vader was ook ooit lid van Wilhelmina TP, maar dat was in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ik weet van hem dat er een samenwerkingsverband was, tussen Jubal Dordrecht en onze vereniging. Bij navraag bij Jubal kunnen zij daarvan echter niets terugvinden in de archieven. Vraag: weet jij daar toevallig iets van? Zijn er verder mogelijk nog film-opnames en- of foto’s uit die tijd?
        Met vriendelijke groet, Henk Troost.

      • Beste Wim,

        P.S. Ik lees in jouw bijlage, dat jij als soldaat in Indonesië hebt gezeten.
        Mijn Oom Rochus Troost was aldaar, Kapitein ter Zee der Gouvernamentsmarine, tevens gezaghebber, van de Setenga Kompenie. Weet jij iets van hun verrichtingen en standplaatsen in Indonesië, zoals dit toen het geval was?
        Met vriendelijke groet, Henk Troost.

        • Nee, Henk, die naam zegt mij niets, maar, kijk is op Google.

          “Opkomst en ondergang van onze Gouvernements Marine, “Setengah Kompenie.”

          Er is een publicatie over met deze naam volgens Google:
          Auteur:
          C Hokke

          Uitgever:
          Leiden, Leidsche Uitgeversmij., 1950.

          Misschien heb je hier wat aan!

          Groeten,
          Wim.

          • Beste Wim,

            De boekwerken als zodanig, zijn mij bekend…Een (oud mede- collega) gezaghebber van mijn oom, heeft indertijd eveneens, het e.e.a. gepubliceerd… Maar niettemin dank, voor de reactie…
            Met vriendelijke groet,
            J.H. Troost

  4. Ook ik ben ooit lid geweest van de fluitclub van de heren Bal. Dat zal geweest zijn in de jaren eind zestig en begin zeventig van de vorige eeuw. Wat leuk om er achter te komen dat de fluitclub ook een naam had…. Dat wist ik niet meer… Zijn er nog foto’s van in de omloop? Of is er ooit is een boekje uitgegeven? Ik hoor het graag.
    Vriendelijke groeten,
    Rodi van Egmond Baas

    • Reactie, aan Rodi van Egmond-Baas;
      Ongetwijfeld, zal er in het Gemeentearchief, (de Stadsarchivaris) nog wel iets te vinden zijn, over de voormalige Chr. Tamboers en Pijpers ‘Jong Wilhelmina’ Hellevoetsluis, die altijd repeteerden in de bunker op de wallen (Een voormalig kruitmagazijn, voorheen eigendom van Defensie.) Zoals ik al hierboven heb vermeld, is mij bekend dat er nog privè-materiaal circuleert onder de oudste Hellevoeters, die meestal wel een zoon en of dochter hadden die lid waren van de vereniging. Van hen die reeds zijn overleden zal dit nu bij het nageslacht daarvan hopelijk nog in het bezit zijn. Arie van den Ban, (de auteur, helemaal bovenin vermeld) ken ik uiteraard ook! Jouw naam Rodi, kan ik mij niet meer herinneren. In het jaar 1970/71 ben ik overgestapt naar een andere vereniging. Ik heb als geboren Hellevoeter meer dan vier jaar (sinds 1965) bij ‘Jong Wilhelmina’ gespeeld. Dan hebben onze wegen zich waarschijnlijk net niet gekruist? Er waren veel Hellevoeters lid, enkele namen, kan ik mij nog wel herinneren. Leo Hobbel (tamboer), Gerda Jansen (blokfluit), Joop Weeda (tamboer), Wim Zoutewelle (tenor-overslag) etc. Er waren er uiteraard nog veel meer. Mochten mij de namen te binnen schieten, dan zal ik deze alsnog vermelden. In de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw werkten zij veel samen, met de Showband Jubal uit Dordrecht, die toen al een grote naam had. Groene baret en groene stropdas met gedekte pantalon (later spijkerbroek) was inderdaad het tenue. Toch waren er (anders dan Arie van den Ban beweert) gehele uniformen aanwezig, zoals het volledig tenue van de Tamboer Majoor. Geheel groen tenue met pet, met gouden nestels en epauletten. Daar zweer ik een eed op. 12 kleppen dwarsfluiten en piccolo’s waren er ook, maar die waren in de 2e helft van de jaren zestig van de vorige eeuw niet meer in gebruik, alleen de blokfluitgroep. Ik vermoed dat er gewoon te weinig geld aanwezig was (vrij kort na de oorlog) om ook nog verdere uniformen te kunnen bekostigen. Er stond een grote treintafel, en er was de Chr. Boekenclub ‘Samuël’ in hetzelfde bunkergebouw. De trommels waren gedeeltelijk met kalfsvel en remo-vellen uitgerust. De senior (diep) met remo, de junior (half-diep) met kalfsvel. Blauwe ketel met rode boven- en onderranden (hoops) met sierkoord onderaan. Of er een boekje is uitgegeven, is mij in zoverre niet bekend. Foto’s zijn er zeker, mijn ouders hebben daar nog enkele van. De oude Hellevoeters, moet die zeker ook hebben, dat lijdt geen twijfel. ‘Jong Wilhelmina’, was een zelfstandige vereniging, in het centrum van het oude Hellevoet (de Vesting), waaruit geen enkele andere vereniging binnen Hellevoetsluis is voortgekomen en-of zich heeft afgesplitst. Hoewel dit later wel o.a. door Muziekvereniging Sempre Cresendo zou zijn beweerd. Integendeel, deze twee waren water en vuur. ‘Jong Wilhelmina’ onderhield daarentegen wel banden met Muziekvereniging. Voorne-Putten te Nieuwenhoorn. Wim Bal jr heeft dat altijd tegen mij gezegd.
      Met groeten, Henk Troost.

      • P.S.: Van de oude leden van ‘Jong Wilhelmina’ kwam ik Gerda Jansen en Leo Hobbel nadien weer tegen bij Sempre Crescendo Hellevoetsluis. Leo Hobbel nadien (onkruid vergaat niet) ook weer bij Showband de Medeklinker. Bij beide verenigingen heb ik lesgegeven.
        Henk Troost

    • P.S. Was jij misschien indertijd een klein meisje met kortgeknipt zwart haar en zat jij ook bij de Tamboers? Heel vaag in verte, gloort er mij wat, maar zeker weten doe ik dat niet meer. Alsnog, wederom groeten van Henk Troost. (Omstreeks 1971 vond er een brand plaats in de bunker, waarbij een groot gedeelte van het instrumentarium zou zijn verbrand. Een herstart vond nadien niet meer plaats, de oude Heer Bal was intussen al overleden, en de Jonge Wim Bal had gezondheidsproblemen).
      Henk Troost

  5. Dhr. Arie van den Ban kent zeker ook mijn vader de oude Ton Troost, (De ‘Don Corleone’ van het voormalige GAK) maar ook ene Mw. Roelofs, die indertijd, een klasgenote van mijn vader was, op de Mulo en de Lagere Witte School alhier. Beiden waren indertijd (kort na de oorlog) eveneens lid (mijn piepa, op dwarsfluit) van ‘Jong Wilhelmina’. Dat zal zo’n beetje in dezelfde periode zijn geweest dat ook de auteur van dit artikel, Arie van de Ban, enige roffels produceerde? Mij is ook bekend dat ene Piet Smit (voorheen buschauffeur alhier) met de hardste klappen op de tenortrom ooit, ook lid was van ‘Jong Wilhelmina’. Arie van den Ban, zal dit ongetwijfeld, kunnen bevestigen dan wel ontkennen?
    Henk Troost

  6. http://www.streekarchiefvpr.nl/pages/en/advanced-search.php?lang=EN&mistart=20&mivast=126&mizig=108&miadt=126&miq=224852399&milang=nl&misort=last_mod%7Cdesc&miview=ldt&mizk_alle=trefwoord%3AHellevoetsluis

    Aan: Arie van den Ban, Rodi van Egmond-Baas;
    Zowaar iets gevonden, over een gebonden boekwerk inzake; Tamboers- en Pijpers ‘Jong Wilhelmina’ Hellevoetsluis. Ergens halverwege, in bovenstaand artikel (zie link.) Ik ga er vanuit, dat Arie dit als historicus al weet, zo niet dan doe ik jullie beiden daar een plezier mee. Groeten,
    Henk Troost

  7. Oproep, aan Arie van den Ban, e.a.

    BERICHT, AAN ALLEN! VAN EEN GEBOREN HELLEVOETER!
    (Voormalige Gemeente Oud-Hellevoet.)
    Als iemand nog in het bezit is van oude foto’s van de (voormalige-) Christelijke Muziekvereniging ‘Wilhelmina’ en ‘Jong Wilhelmina’ – Tamboer en Pijpercorps te Hellevoetsluis, wilt deze dan plaatsen. Hier op deze site of op de Beeldbank Hellevoetsluis via Facebook? Bij voorbaat hartelijk dank.
    Tot dusver zijn er alleen foto’s opgedoken uit de jaren veertig van de vorige eeuw. Het zou uiteraard leuk zijn als er ook foto’s worden geplaatst van voor deze periode (1880 tot en met 1930) maar ook van daarna, de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.

    Met vriendelijke dank,
    Henk Troost

  8. Ik reageer eerst even op het eerste verhaal van Kees van Rixoort. Hij heeft het inderdaad over het “kolenpad” ( Moriaanseweg ), zoals wij dat vroeger noemde. Mijn vader was petroleumboer en had behalve in Hellevoetsluis ook veel klanten in Nieuw – Helvoet. Wat Kees beschrijft herken ik nog goed (ik ben nu 90). Ik ging, als ik vrij was van school, veel met mijn vader mee. Je had daar ook een bekende wasfabriek. Ik ben ook nog op de Christelijke Lagere School geweest op de Straatweg en daarna naar de Ambachtsschool in Den Briel. Als kinderen van de arbeidersklasse was dat al een uitzondering. Voor Mulo of HBS kwam je niet in aanmerking. Toen ik 15 jaar was werd ik lid van de Christelijke Knapenvereniging onder leiding van de heer Bal en werd je dan ook lid van de ‘Fluitclub’ als fluitist. Mijn broer Nanne werd ook tamboer. In de oorlog werd Nieuw-Helvoet onder water gezet, terwijl door de afbraak van de Westzijde van Helvoet de inboedel in huizen in Nieuw-Helvoet werd opgeslagen. de mannen van 16 tot 50/60 jaar moesten op Hellevoet blijven om verplicht voor de Duitsers te werken. Mijn broer en ik ging in een kosthuis. Mijn broer bij mijn oom en tante Poldervaart en ik werd kostganger bij de familie Ruilof . waar ook Dirk Bakker van Nieuw-Helvoet was. Wij konden het goed met elkaar vinden. Ik heb alles tot en met de bevrijding op Hellevoet meegemaakt. Mijn ouders, die dus geëvacueerd waren naar Friesland, zijn daarna niet teruggekeerd naar Hellevoet, maar zijn naar Den Haag gegaan waar mijn moeder vandaan kwam voor zij met mijn vader trouwde. Zie verder hoe het met mij is gegaan op Google: ‘Het verhaal van een Hellevoeter’.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>