De bouw van de Haringvlietdam

de peilers in aanbouw, gezien vanaf de brugkraan

de peilers in aanbouw, gezien vanaf de brugkraan

In 1961 was de aanbouw van de Haringvlietdam in volle gang. Omdat dit gigantische project van grote invloed was op Hellevoetsluis, staat deze week de voorgeschiedenis van dit Deltawerk centraal.

 

De Watersnoodramp

Aan overstromingen waren de bewoners van de vesting wel gewend, want die kwamen regelmatig voor. Er viel weinig tegen te doen, de vesting was nu eenmaal buitendijks gebied. Dat leidde van tijd tot tijd tot problemen: als het waterpeil door springvloed of storm zo hoog werd opgestuwd dat het over de kade stroomde, moesten de bewoners in allerijl de vloedplanken in de deursponningen plaatsen, en de kieren met klei dichtstrijken. Memorabel waren de overstromingen van 1877, 1883 en 1894, waarvan de hoogten van het waterpeil jarenlang in de gevel van het voormalige marinehospitaal stonden aangegeven. Vandaag de dag is alleen de herdenkingsplaquette van de ramp van 1953 in de muur van het admiraliteitsmagazijn terug te vinden. De Watersnoodramp van 1 februari 1953 kostte aan vijf inwoners het leven en behoort daarom tot één van de zwarte dagen uit de historie van Hellevoetsluis. De schade aan gebouwen en de bestrating was eveneens aanzienlijk.

 

De Deltawerken

De ramp van 1953 leidde in zuidwest Nederland tot zoveel slachtoffers en economische schade dat er maatregelen werden genomen: het gevaar van de zee moest zoveel mogelijk worden ingedamd. Er werd een Deltacommissie ingesteld om onderzoek te verrichten en adviezen te geven. In maart 1954 publiceerde die commissie het rapport waarin werd uiteengezet dat het technisch en financieel haalbaar zou zijn om het Haringvliet met een dam en een spuisluizencomplex af te sluiten. Dat plan had twee grote voordelen. Ten eerste zouden zowel Voorne-Putten als Goeree-Overflakkee beter beschermd zijn tegen de grillen van de zee. Ten tweede zou de waterhuishouding van Nederland aanzienlijk worden verbeterd: het zoete rivierwater dat voorheen ongehinderd naar zee stroomde, kon in droge perioden worden vastgehouden door de sluizen te sluiten. Bovendien was het een oplossing om de verzilting van landbouwgronden tegen te gaan.

Ingenieurs gingen aan de slag en ontwierpen een Deltawerk van ongekende afmetingen. De dam tussen Voorne en Goeree zou vijf kilometer lang worden en bestaan uit een complex van 17 spuisluizen van elk 62 meter lang en een schutsluis voor het scheepvaartverkeer. In de dam zouden duizelingwekkende hoeveelheden beton, klei en staal worden verwerkt. De aanleg zou ruim vijftien jaar in beslag nemen en enkele miljarden guldens kosten.

Folder van de rondvaarten

Folder van de rondvaarten

De afsluiting werd in Hellevoetsluis toegejuicht: de aanleg van de Deltawerken betekende werkgelegenheid, nieuwe ontsluitingswegen en niet onbelangrijk: de vesting zou voortaan droge voeten houden.

 

De Werkhaven

De eerste stap was de aanleg van de Werkhaven. Naast de vesting werd tussen 1 augustus 1955 en 15 oktober 1956 gewerkt aan een haven van 12,5 hectare en een omringend terrein van 13 hectare voor de op- en overslag van materialen zoals rijshout en steen. Rond de vesting werden ook kantoren voor de directie en de waterloopkundige afdeling gebouwd en woningen voor opzichters, ambtenaren en de werknemers. Voor die laatste groep werd het barakkenkamp Het Grote Weergors opgericht, waar enkele honderden arbeidskrachten gedurende de werkweek konden eten en slapen. Omdat er bij nader inzien veel werknemers uit de directe omgeving werden aangetrokken, die ’s avonds weer naar huis gingen, bleek de behoefte aan een kamp niet zo groot en kreeg het andere bestemmingen.

 

De bouwput

Op 13 februari 1957 werd begonnen aan de aanleg van een ringdijk voor de bouwput waarin het sluizencomplex werd gebouwd. Tijdens het werk stuitten baggeraars op het wrak van een Engelse bommenwerper, die vermoedelijk in juni 1940 was neergestort. Nadat de ringdijk eind maart 1958 was afgerond kon de bouwput worden leeggepompt. Het vliegtuigwrak kwam tevoorschijn, waarna de vier bommen door ontploffing onschadelijk werden gemaakt.

In bouwput werd de daaropvolgende acht jaar gewerkt aan de bouw van het complex van 17 spuisluizen. Tussen oktober 1959 en mei 1961 werden maar liefst 21.842 heipalen de bodem in geslagen. Op de plekken waar het heien was afgerond, kon reeds worden begonnen aan het storten van beton voor de fundatie van de sluisvloeren en de peilers. Op die fundatie kwamen de ruim 10 meter hoge pijlers te staan, waartussen de nablaliggers werden bevestigd. Dit waren driehoekige, betonnen constructies waarop de weg werd aangelegd. In de zomer van 1961 werd de eerste nablaligger op z’n plaats gebracht, een nieuwe mijlpaal in de voortgang van het project.

 

De grootste verrijdbare brugkraa van Europa was speciaal voor de bouw van de Haringvlietsluizen gemaakt. Kosten: 2 miljoen

De grootste verrijdbare brugkraa van Europa was speciaal voor de bouw van de Haringvlietsluizen gemaakt. Kosten: 2 miljoen

Deelprojecten

Naast het sluizencomplex werd aan de zijde van Goeree-Overflakkee gewerkt aan het bedieningsgebouw, waarvoor in 1961 de fundering was gelegd. In een tweede bouwput, die in 1959 tussen het werkeiland en Goeree was aangelegd, werkte men aan de schutssluis, die als doorgang voor de scheepvaart tussen de Noordzee en het Haringvliet zou dienen. De aanvoer van het materiaal hiervoor vond plaats vanaf Goeree over een baileybrug die de beide werkeilanden en het vasteland met elkaar verbonden.

 

Rondvaarten

Omdat de bouwwerkzaamheden enorme aantallen geïnteresseerden trok, werd er sinds eind jaren vijftig door rederij Delta rondvaarten verzorgd. In de in 1959 door Delta gebouwde Sextant werden de bezoekers ontvangen. In 1960 bouwde Rijkswaterstaat met de gemeente en de stichting Hadex een eigen voorlichtingscentrum: de Deltaschouw. Tevens liet Rijkswaterstaat grotere en comfortabelere rondvaartboten inzetten door Spido en rederij Koppe. Het leidde uiteraard tot ruzie, die uiteindelijk pas in het voorjaar van 1961 werd bijgelegd. Afwisselend zouden de rederijen de rondvaarten naar de bouwput verzorgen. De Sextant werd ingericht als restaurant, terwijl de expositie in de Deltaschouw regelmatig werd bijgewerkt naar de laatste vorderingen van de Deltawerken. Op 1 maart 1961 openden de deuren weer voor het nieuwe seizoen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>