Stenen Baak

Stenen BaakDoor: Marijke Holtrop (hoofd Historisch Museum Den Briel)

Bouwen met subsidie

Vuurtoren de Stenen Baak werd in opdracht van de Vroedschap van Brielle in 1630 gebouwd door de toenmalige stadstimmerman van Brielle: Maerten Cornelis Paeyse. Hij bouwde in Brielle ook de stadsgevangenis en het waaggebouw. Hij werd begraven in de Catharijnekerk. De bouw van een stenen vuurtoren was noodzakelijk, omdat eerdere, houten vuurtorens alle waren afgebrand. De bouw van de vuurtoren werd gefinancierd door Brielle en de Staten van Holland en West-Friesland. Het stadsbestuur van Brielle had zich tot de Staten van Holland en West-Frieland gewend met een verzoek om geldelijke ondersteuning. Het was immers niet alleen Brielle die voordeel had van de nieuwe, minder kwetsbare stenen vuurtoren. Ook de koopvaardij en de visserij in het algemeen zouden profiteren van de nieuwe toren. Het lag dus voor de hand van het provinciale bestuur een algemene bijdrage in de kosten te ontvangen. Het verzoek om de kosten te verdelen over al diegenen die er profijt van hadden, werd ingewilligd. De heren Staten verleenden in 1631 –de toren was al klaar- een aanzienlijke subsidie. Bouwmeester Payese bouwde de toren met vier meestermetselaars binnen vier maanden tijd. Behalve hardsteen werden 180.000 bakstenen gebruikt. Een gigantische prestatie.De Stenen Baak functioneerde in samenhang met een verplaatsbaar vuurbaken in de duinen van Oostvoorne. Als men vanaf een schip de beide vuren in één lijn zag, was de positie de juiste om de vaargeul in te kunnen varen. Omdat de geulen zich verlegden door de verplaatsing van zandbanken, moest het lagere baken verplaatst kunnen worden. Op deze wijze kon de zichtlijn worden aangepast aan de gewijzigde situatie.

Blazen en stoken

Uit getekende bronnen blijkt dat de Stenen Baak bovenop de derde geleding een soort opbouw had, de lantaarn. Daarin werd een groot kolenvuur gestookt. De vele glas-in-lood ruitjes onder een overstekend tentdak zorgden ervoor dat het vuur van verre zichtbaar was. Het vuur werd met blaasbalgen gaande gehouden. De afvoer van rook gebeurde via een centrale schoorsteen. Twee wachters moesten ’s nachts voortdurend blazen en stoken; de kolen werden naar boven getakeld. De plaats waar de vuurtoren stond was ook in militair opzicht interessant, zo bleek in de 18de eeuw. Vijandelijke schepen die ongehinderd de monding van de Maas konden passeren, vormden een bedreiging voor met name het zuidelijk deel van de provincie Holland. En de vestingstad Brielle zou daarbij als eerste onder vuur komen te liggen. De locatie was zeer geschikt om een militaire versterking aan te leggen. Dit werd bevestigd door de visie van Menno van Coehoorn (1641-1704) die de Stenen Baak betrok in zijn advies met betrekking tot de versterking van de vesting Brielle.

Toren en fort

Aan het begin van de achttiende eeuw werd bij de toren dan ook een klein fort gebouwd dat later in die eeuw uitgroeide tot een kustbatterij, een klein verdedigingswerk, met kanonnen die vijandelijke schepen in de Maasmond konden beschieten. Bij de batterij behoorde ook een kogelgloeioven, waarin de kanonkogels werden verhit. Inspectie van de vestingwerken op Voorne was een taak van de militaire genie. De Briellenaar Johannes van Westenhout (1754-1823) was behalve architect –van bijvoorbeeld de verbouwing van het stadhuis van Brielle- van 1793 tot 1795 ook  directeur-generaal van ’s land fortificatiën. In die hoedanigheid inspecteerde hij het bastion bij het Stenen Baak. De kustbatterij werd meerdere malen verbouwd en uitgebreid en daarbij kwam meer dan eens de wens van de militairen naar voren de toren af te breken. De toren trok volgens hen teveel aandacht en was een goed mikpunt. De loodsen en vissers voorkwamen (meerdere keren) dat de toren werd afgebroken. Voor de scheepvaart bleef de toren, hoewel sinds 1800 al niet meer in staat als vuurtoren te dienen tengevolge van het ontbreken van de lantaarn, een belangrijk oriëntatiepunt. Halverwege de negentiende eeuw werd de Stenen Baak als vuurtoren officieel buiten gebruik gesteld; het Rijk verwierf het eigendom van de toren. In 1939 en 1965 werd de toren onder supervisie van de Rijksgebouwendienst gerestaureerd. In 1999 staken vier overheidsinstellingen de koppen bij elkaar: de Rijksgebouwendienst, het Recreatieschap Voorne, Putten en Rozenburg, de gemeente Westvoorne en de gemeente Brielle. Gezamenlijk realiseerden zij de nieuwe bestemming van dit stukje cultureel erfgoed. De toren werd gerestaureerd en verkreeg op drie verdiepingen een licht- en geluidpresentatie; het uitzicht vanaf het dak is magnifiek. De toren is sinds juli 2004 voor het publiek opengesteld en wordt beheerd door het Historisch Museum Den Briel. Vrijwillig baakwachters zorgen voor de openstelling en de veiligheid van de bezoekers.

De toren is gratis toegankelijk.
Bezoekadres: Brielse Maas 1, Oostvoorne
Openingstijden:
april en oktober        zaterdag en zondag van 11.00-16.00 uur
mei t/m september   dinsdag t/m zondag van 11.00-16.00 uur

1 reactie op “Stenen Baak

  1. Heb nog fotos van de vuurtoren gemaakt in 1936 met mijn ouders.
    We kampeerden in Oostvoorne en we liepen dan naar de toren. Ik was toen zes jaar. Hoop nog een keer in staat te zijn om de baak te zien.
    Arie de Keyzer
    Komoka, Canada

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>