19 Voorne-Putten op de kaart gezet

19

1695-1771

In 1695 gaf de Generale Dijkage opdracht om polderkaarten te laten maken. Voortaan was in één oogopslag duidelijk wie er moest meebetalen aan het onderhoud van dijken en wegen. De Generale Dijkage van Voorne zorgde voor de zeedijken rond het eiland. Iedereen die een stuk land bezat, moest meebetalen aan het onderhoud ervan. Om het innen van de belastingen te verbeteren, besloot de Generale Dijkage in 1695 een serie polderkaarten te laten maken.

Elk jaar moesten landeigenaren het zogenaamde ‘schot’ betalen, een voorloper van de tegenwoordige waterschapsbelasting. Op basis van de verwachte uitgaven voor het onderhoud van de wegen en dijken werden de belastingen voor dat jaar vastgesteld. Iedere grondbezitter moest al naar gelang de omvang van zijn bezittingen een bedrag betalen zodat de polderbesturen en de Generale Dijkage hun taken konden uitvoeren. Op de kaarten werden alle percelen ingetekend en voorzien van afmetingen en een nummer. Op een aparte lijst werden de eigenaren bijgehouden. Ook de ‘vronen’ konden worden aangegeven: de stukken land die vrij van belastingen waren. Kortom, in één oogopslag was duidelijk wie er moest betalen. Landmeters speelden een belangrijke rol bij het maken van de kaarten. Ze moesten beschikken over betrouwbare meetinstrumenten en goed kunnen rekenen. De verschillende maten bezorgden landmeters nogal eens hoofdbrekens. Voordat Napoleon in 1810 het metrieke stelsel introduceerde, hanteerde elke streek en stad zijn eigen maateenheid. Zo bestond in Brielle en de landen van Voorne een gemet uit 300 (vierkante) roede, wat neerkwam op 0,45 hectare. Een gemet in Putten had daarentegen de omvang van 0,49 hectare. Dan had je nog de Putse voet (34 cm) en de Geervlietse duim (2,61 cm) en de Voornse roede (3,89 meter). De opdracht het ‘Caertboeck van Voorne’ te vervaardigen werd verstrekt aan Heyman van Dijck. Hij was een kaarttekenaar die bestaande kaarten heeft gebruikt om een nieuwe atlas samen te stellen. Nadat de kaarten waren goedgekeurd, vervaardigde een graveur een drukplaat, waarmee de polderkaarten werden gedrukt. Tien maanden nadat de Generale Dijckage opdracht had verleend het Caertboeck te vervaardigen, besloten de Opperdijkgraaf en Hoogheemraden van de Ring van Putten een soortgelijke kaart te laten maken. Ook de polders die niet tot de Ring van Putten of de Generale Dijkage behoorden lieten plattegronden vervaardigen, zodat op heel Voorne-Putten en Rozenburg efficiënt belasting kon worden geïnd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>