15 Angelus Merula

15

1482-1557

Angelus Merula wilde de Katholieke kerk hervormen. Hij wilde bijvoorbeeld de heiligenverering en bedevaarten afschaffen. De inquisitie veroordeelde hem tot ketter. Engel Willemszoon de Merle werd omstreeks 1482 in Brielle geboren. Na jarenlang te hebben gestudeerd werd hij op 5 april 1511 in de Utrechtse Domkerk tot priester gewijd.

Een maand later droeg hij zijn eerste mis op in de St. Catharijnekerk. Zo’n twintig jaar lang zou hij het priesterschap in Brielle en Oostvoorne combineren met een functie als notaris, totdat hij door de Heer van Heenvliet, Joost van Cruyningen, in 1532 werd verzocht pastoor aan de kerk van Heenvliet te worden. Angelus Merula had inmiddels een behoorlijke reputatie opgebouwd. In zijn ogen was de katholieke kerk door talloze misstanden van het ware geloof afgedwaald en hij probeerde de kerk van binnenuit te hervormen. Hij was bijvoorbeeld tegen de heiligenverering, aflaten en bedevaarten. Diverse kerkgangers klaagden over de nieuwe pastoor, waarna de inquisitie een onderzoek naar hem verrichtte. Joost van Cruyningen nam hem echter in bescherming, zodat hij in alle rust zijn werk als priester kon voortzetten. Voor Angelus Merula begon het tij te keren toen zijn beschermheer in 1543 overleed. Diens zoon Johan van Cruyningen stelde de inquisitie op de hoogte van de ketterse ideeën van Angelus Merula. Op zondag 16 april 1553 zat de inquisiteur Fransiscus Sonnius in de kerk. Na het horen van de preek oordeelde hij dat Merula verhoord moest worden. De Heenvlietse bevolking poogde tevergeefs te voorkomen dat hun geliefde pastoor naar Den Haag zou worden weggevoerd. Sonnius werd opgevolgd door de veel fanatiekere inquisiteur Tapper, die op slinkse wijze Merula tot een bekentenis wist te krijgen. Ondanks alle protesten werd het vonnis niet herzien. Na een verblijf in diverse gevangenissen, werd hij overgebracht naar Bergen in België, waar de inquisitie Angelus Merula een laatste keer ondervroeg. Aangezien hij bleef weigeren zijn hervormingsleer te herroepen, werd hij ter dood veroordeeld. Op 26 juli 1557 leidde de beul hem naar de brandstapel, waar hij verzocht om nog eenmaal te mogen bidden. Uitgeput door het verblijf in de gevangenis hief Angelus Merula zijn handen naar de hemel op en stierf. Het lichaam werd op last van de rechtbank alsnog op de brandstapel verbrand.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>