14 Koren- en watermolens

14

Ca. 1330-1900

Windmolens werden gebruikt voor het vermalen van graan tot meel of dienden voor het wegmalen van overtollig regenwater. In de middeleeuwen verschenen de eerste wieken aan de horizon. Windmolens zijn er in alle soorten, maten en doeleinden; de molens op Voorne-Putten dienden voornamelijk voor het malen van graan en het wegpompen van overtollig regenwater.

Eén van de oudste vermeldingen dateert uit 1338, toen Machteld van Voorne aan de timmerman Foppe opdracht gaf om in Rockanje een molen te bouwen. In veel gevallen waren molens het eigendom van de Landsheer, die het gebouw voor een jaarlijks bedrag aan een molenaar verpachtte. De Landsheer verplichtte alle inwoners van een dorp van zijn molen gebruik te maken, zodat de molenaar verzekerd was van inkomsten. Zo’n molen werd dan ook wel dwangmolen genoemd. Om het windrecht te beschermen verbood de Landsheer de bouw van huizen en de aanplant van bomen in de directe nabijheid van de molen. Watermolens kwamen in de eerste helft van de veertiende eeuw in zwang. Voorheen werd op natuurlijke wijze afgewaterd: zodra de stand van het buitenwater laag genoeg was, werden de spuisluizen geopend en kon het overtollige water wegvloeien. Op den duur voldeed deze manier niet meer, zodat men op het eiland Putten omstreeks 1535 overging tot de bouw van zes watermolens, waardoor de waterhuishouding in de polders Geervliet, Spijkenisse, Simonshaven en Biert aanzienlijk verbeterde. Molens waren kwetsbare gebouwen: stormen en blikseminslagen bleken meer dan eens fataal te zijn. In Rockanje zijn op die manier in de loop der eeuwen zes molens verwoest. In 1486 waaide hij om ‘bij den groote storme ende tempeest van winde’ en de herbouwde molen was in 1511 opnieuw ‘by groote tempeest ende onweeder ommegewayt’. Die ramp herhaalde zich in 1532, 1557, 1627 en 1717. Halverwege de negentiende eeuw namen stoommachines de functie van molens over. Nadat stoomgemalen de polders droog hielden, werden de watermolens afgebroken. Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog werden ook de laatste korenmolens buiten gebruik gesteld. De eigenaren kwamen voor de keuze te staan om de beeldbepalende gebouwen af te breken of te restaureren. Van de ruim dertig koren- en watermolens die er in deze regio hebben gestaan, resteren er vandaag de dag nog tien.

1 reactie op “14 Koren- en watermolens

  1. Korenmolen “De Hoop” te Hellevoetsluis

    De huidige molen is niet de eerste molen van Hellevoetsluis. Reeds in 1663 zou er een molen gebouwd worden. Jan Kluit (1727-1810) belastinggaarder in Brielle, schrijft het volgende: “Omtrent de tijd van het stigten der nieuwe kerk kreeg Dirk Jacobszn Goutswaard bij octroij van de Heeren Gecommitteerde Raaden in dato den 26 october 1663 vrijheid, om op zijn eigen kosten en lasten een koornmolen op Helvoetsluis te mogen opregten, mits betalende voor
    ’t regt van de wind en erfpagt zes gls jaars”.

    Hieruit blijkt, dat het bouwen van de eerste molen persoonlijk initiatief was. Het ging waarschijnlijk om een houten standerdmolen. Zo’n molen kan in z’n geheel draaien op een houten standaard. Hij kreeg een plek op de wallen van het fort Hellevoetsluis, waardoor hij hoog kwam te staan en meer wind kon vangen.

    Overigens moest de molenaar anno 1663 windrecht betalen voor het gebruik maken van de ruimte. Van de eerste molenaar is niet veel bekend. De tweede heeft wel een spoor in de archieven nagelaten. In 1684 verschijnt Cornelia Cornelis, weduwe van Leendert Aensz Gotenaar, voor schout en schepenen van Hellevoetsluis. Zij schrijft een “schuldbrief”uit van 3075 carolus guldens. Deze schuldbekentenis aan Teunis Gorsman wordt verzekerd op onder andere “een windkorenmolen, staande binnen de fortificatiën van Hellevoetsluis”.

    Dit is een stukje uit het boekje Hellevoetsluis: “Tik van de molen”
    Dit boekje is uitgegeven met het 200-jarig bestaan van Korenmolen “De Hoop”

    Molenaar van der Wilt.
    Vanaf 1919 is Izaäk van der Wilt molenaar. Afkomstig van Zwartewaal, vestigt hij zich op 9 oktober 1919 in Hellevoetsluis. Zijn adres wordt Molenstraat 43.
    Molenaar van der Wilt heeft 41 jaar de molen laten draaien. In 1930 moet de eigenaar in actie komen voor zijn knecht B.Jacobs. Die komt van de molen en rijdt op de Kanaalweg Westzijde, ter hoogte van de Beekmansbrug. Daar struikelt zijn paard, valt door het gareel, waardoor de burries breken. Zijn baas wordt gewaarschuwd en komt met de vrachtauto het spulletje ophalen. De wagen wordt achter de auto gespannen, het paard aan de wagen vastgemaakt. En zo rijdt de stoet zachtjes over de brug en vervolgt zijn weg langs de Kanaalweg Oostzijde. Bij de Koedijk wil Jacobs het gareel op de wagen goedleggen, stapt van de auto op de wagen, maar komt te vallen en loopt verwondingen op. Politieagent Duisterhof verleent hulp en dokter Herbert wordt gewaarschuwd. Uiteindelijk wordt Jacobs met de luxe wagen van de firma Van der Ban en Bouman naar huis gebracht. De N.B.C. meldt op 28 februari 1930: “Zijn toestand is thans redelijk”.

    Ook dit is een stukje uit het boekje Hellevoetsluis: “Tik van de molen”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>