De in 1965 opgerichte Tramstichting verzocht Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland om het traject tussen Zuidland en Hellevoetsluis te heropenen, zodat er met het oude materieel weer op gereden kon worden. In 1966 had de club voor 40.000 gulden een aantal stoomlocomotieven, passagiers- en goederenwagons aangekocht, die de donateurs wilden opknappen en in gebruik nemen. De kans was evenwel klein, want de provincie wilde het traject inrichten als fietspad.